Veel wetenschappers werken enige tijd in den vreemde. Wat valt ze daar op? Deze keer: de Amerikaan Daniel Rozen, evolutionair bioloog aan het Instituut voor Biologie Leiden van de Universiteit Leiden.

Wat is uw onderzoeksgebied?

‘Als evolutionair bioloog onderzoek ik hoe populaties van bacteriën zich gaandeweg ontwikkelen. Ik wil weten hoe bacteriën zich aanpassen aan hun omgeving en welke ecologische factoren daarbij een rol spelen. In het verlengde van deze fundamentele vragen ligt de studie naar antibioticaproductie door bacteriën en antibioticaresistentie. Zo werken we onder meer met streptomyces. Zij produceren veel antibiotica, maar waarom ze dat doen is vrijwel onbekend. We proberen dat te doorgronden en er zo ook achter te komen hoe antibiotica de interactie tussen bacteriën beïnvloeden. In een internationale samenwerking gesteund door ZonMw zoeken we manieren om het ontstaan van antibioticaresistentie te voorkomen. Onze groep bestudeert daarvoor een bijzonder biologisch fenomeen. Wanneer resistentie ontstaat voor het ene antibioticum, ontstaat tegelijkertijd een hogere ontvankelijkheid voor een ander antibioticum. Dit heet collaterale sensitiviteit. We kijken waar die collaterale verbanden precies zitten en welke sets of koppels van antibiotica we kunnen gebruiken om uiteindelijk het probleem van resistentie te omzeilen.’ 

Hoe bent u in Nederland terechtgekomen?

‘Zes jaar geleden verhuisde ik voor de tweede keer naar Nederland. De eerste keer was in 2003 toen ik op uitnodiging van professor Arjan de Visser, met wie ik eerder werkte in de VS, een postdoc ging doen bij de Wageningen Universiteit. Na twee jaar vertrok ik uit Wageningen en werkte in de VS en Engeland, totdat ik in 2012 opnieuw kans zag om naar Nederland te komen, ditmaal naar Leiden.’

Hoe verschilt wetenschapsbeoefening tussen de VS en Nederland?

‘Financiering bij Amerikaanse universiteiten gaat anders dan in Nederland. In de VS zijn universiteiten veel rijker en daarom kunnen zij jonge promovendi – PhD-studenten – een salaris geven los van projectfondsen. Ik vind niet dat het Amerikaanse systeem als geheel beter is, maar een consequentie is wel dat de training van promovendi onafhankelijker kan gebeuren. Het zorgt voor minder druk en promovendi hebben meer tijd om van hun fouten te leren en creativiteit te ontwikkelen.’ 

En hoe verschilt het leven in de VS en Nederland? 

‘Nederlanders hanteren een prettige balans tussen hun werk en hun leven. Ze waarderen ook hun leven buiten werk en tegelijkertijd is hun werkproductiviteit bijzonder hoog. In de VS is een dergelijke balans er niet. Daar heerst de misvatting dat de tijd die je doorbrengt op je werk gelijk is aan de tijd dat je werkt. Amerikanen begrijpen de waarde van vakantie niet; ze hebben ook maar weinig vrije dagen. Ik moest in het begin ook wennen aan het idee dat ik langer dan een week op vakantie kon gaan zonder de drang om snel weer aan het werk te gaan. Inmiddels blijkt dat ik mij helemaal niet verveel tijdens een langere vakantie.’ 

Zien ze u nog terug in de VS? 

‘Zeker niet. Ik voel mij echt thuis in Nederland. Mijn kinderen zijn gelukkig hier, mijn collega’s in Leiden zijn fantastisch en we hebben fijne Nederlandse en internationale vrienden. Hier settelen vond ik heel makkelijk; iedereen gaf ons een welkom gevoel.’ 


Auteur: Chrétienne Vuijst
Fotograaf: Leo Duijvestijn
Publicatiedatum: 30 januari 2019

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website