Veel wetenschappers werken enige tijd in den vreemde. Wat valt ze daar op? Deze keer: Sanne Peters, epidemioloog bij de Oxford Universiteit en het George Institute for Global Health in Engeland.

Wat is uw onderzoeksgebied?

‘Als epidemioloog houd ik me bezig met de gezondheid van bevolkingsgroepen. Ik bestudeer man-vrouwverschillen bij hart- en vaatziekten en diabetes. Het blijkt dat diabetes type 2 bij mannen het risico op hart- en vaatziekten verdubbelt, maar bij vrouwen zelfs verdrievoudigt. Hoe dat verschil komt, willen we uitzoeken. We vermoeden dat het te maken heeft met het verschil in vetverdeling. Simpel gezegd: vrouwen hebben gemiddeld een peervormige en mannen een appelvormige lichaamsbouw. Het vet rond de buik, waarvan mannen meer hebben, is “gevaarlijker” dan het vet rond de heupen, waarvan vrouwen meer hebben. Ook weten we dat vrouwen een hogere BMI moeten hebben, dus relatief zwaarder zijn dan mannen, voordat ze diabetes krijgen. We denken dat vrouwen door het verschil in vetopslag enerzijds later diabetes ontwikkelen, maar anderzijds al meer schade in de vaten hebben opgelopen op het moment dat ze de ziekte krijgen. Dat verklaart mogelijk hun relatief hogere risico op hart- en vaatziekten. Om deze hypothese te testen onderzoeken we grote internationale groepen gezonde personen en patiënten, variërend van een paar duizend tot een paar miljoen.’

Hoe bent u in Engeland terechtgekomen?

‘Tijdens mijn promotieonderzoek heb ik een half jaar onderzoek gedaan in Australië bij het George Institute for Global Health, waar ik begon met onderzoek naar man-vrouwverschillen. Na mijn promotie in Nederland kreeg ik een subsidie voor een jaar in Cambridge. Inmiddels was het George Institute naar Oxford gekomen en ben ik daar vervolgens gaan werken.’ 

Hoe verschilt wetenschapsbeoefening tussen Engeland en Nederland?

‘Ik kan niet voor heel Engeland spreken, maar Cambridge en Oxford zijn instituten met een lange traditie en grote internationale reputatie. Met zo’n reputatie valt er meer te verliezen. Studies zijn groot en toonaangevend en duren soms heel lang, deels omdat de wetenschappers doorgaan totdat ze dé perfecte studie hebben die ze eigenlijk alleen willen publiceren in de meest gerenommeerde tijdschriften. Grote subsidies maken het mogelijk deze tijd te nemen. In Nederland is dat anders en gaan studies meestal wat vlotter en worden onderzoeksresultaten sneller gepubliceerd, ook als dit in een iets minder hoog aangeschreven tijdschrift is. Dat epidemiologen in Oxford en Cambridge langer de tijd nemen, is overigens niet slecht. Net die extra analyse doen, levert soms wel betere kwaliteit op. Die ervaring neem ik zeker mee in mijn werk, maar ik combineer dat wel met mijn Nederlandse pragmatische insteek.’ 

En hoe verschilt het leven in Engeland en Nederland? 

‘Cambridge en Oxford zijn academische bubbels waar mensen naartoe komen voor het doen van onderzoek. Het zijn sterk internationale gemeenschappen waar je met veel culturen en achtergronden in aanraking komt. Onderzoekers trekken naar elkaar toe en je deelt veel met elkaar, ook al doe je niet hetzelfde type onderzoek. Sociaal is er minder scheiding tussen werk en thuis dan in Nederland.’ 

Zien we u nog terug in Nederland? 

‘Sinds een half jaar wonen mijn vriend en ik weer in Nederland en zet ik mijn onderzoek voort bij het UMC Utrecht. Ik blijf wel tot minimaal 2021 werken voor de Oxford Universiteit en zal daar ook regelmatig zijn. We hebben gekozen voor een thuisbasis in Nederland. We hebben net ons eerste kind gekregen en het combineren van werk en gezin is hier makkelijker. Daarnaast is het voor mij in Oxford ook lastiger om door te groeien. De wetenschap wordt steeds internationaler en in de toekomst hoop ik vanuit Nederland verbonden te blijven aan het George Institute en regelmatig uit te vliegen naar het buitenland.’ 
 


Auteur: Chrétienne Vuijst
Foto: Oxford Martin School 
Publicatiedatum: 3 december 2018

Naar boven
Direct naar: NavigatieDirect naar: InhoudDirect naar: Onderkant website