Niet alleen bij de diagnose en behandeling van ziektes, ook bij het voorkómen ervan is aandacht nodig voor verschillen tussen vrouwen en mannen. Dat vereist nog veel onderzoek, blijkt uit de inventarisatie Gender en Preventie die ZonMw liet maken.

Of het nu gaat om leefstijl, chronische aandoeningen, psychische klachten, werkomgeving of screening: om gezondheidsproblemen te voorkomen is bij vrouwen en bij mannen vrijwel steeds een specifieke benadering nodig. Het rapport Gender en Preventie laat op alle onderzochte terreinen sekseverschillen zien die gevolgen hebben voor effectieve preventie. Zo werken nicotinepleisters bij vrouwen minder goed dan bij mannen. Het ontstaan van psychische klachten verloopt bij hen anders dan bij mannen. En vrouwen die zwangerschapsvergiftiging hebben gehad, hebben op latere leeftijd meer kans op hart- en vaatziekten. Uit de met literatuur en interviews verzamelde informatie blijkt ook dat er nog veel onbekend is. Welke rol speelt bijvoorbeeld de overgang in het ontstaan van hart- en vaatziekten bij vrouwen?

Makkelijker bereikbaar

Huisarts Hedwig Vos was als stakeholder betrokken bij de inventarisatie. Huisartsen zien vrouwelijke patiënten vaker in de spreekkamer dan mannelijke, vertelt ze. Vrouwen zijn daardoor voor de arts makkelijker bereikbaar voor een preventieve benadering, zoals stoppen met roken of meer bewegen, dan mannen. ‘Die kun je misschien makkelijker via andere kanalen benaderen, zoals de sportclub of de bedrijfsarts.’ 

Drinkpatronen

Als promovenda op genderspecifieke preventie ontdekte Vos dat beide seksen er weliswaar dezelfde ongezonde leefstijl op na kunnen houden, maar vanuit verschillende motieven. Vrouwen roken bijvoorbeeld vaker om spanning kwijt te raken, mannen meer omdat het ‘gezellig’ is. En vrouwen drinken vaker alléén en beperkte hoeveelheden gedurende de hele dag, terwijl mannen sociale drinkers zijn, die op een avond soms een half kratje bier soldaat maken. 

Verborgen motieven 

‘Als je hieraan geen aandacht besteedt, bereik je een deel van de doelgroep niet’, zegt Vos. ‘Een interventie om vrouwen minder te laten drinken moet je dus anders inrichten dan wanneer je je op mannen richt. Dat doe je door de drijfveren achter het ongewenste gedrag erbij te betrekken.’ Angst om dikker te worden is bij vrouwen bijvoorbeeld vaak zo’n verborgen motief om te blijven roken. Mannen zitten daar minder mee. Misschien moet je daarom bij vrouwen de interventie om te stoppen met roken wel combineren met aandacht voor voeding en beweging, oppert de huisarts. 

Subgroepen

Vos wil vanuit haar praktijk graag preventieve groepsactiviteiten organiseren. Maar we weten nog niet goed welke benadering werkt voor welke groep, zegt ze. ‘Veel bestaande interventies werken misschien wel goed voor één subgroep, maar niet voor de hele groep waarvoor ze worden ingezet. Bijvoorbeeld wel voor mannen en niet voor vrouwen of wel bij jonge vrouwen en niet bij oudere.’

Gezondheidsparadox 

Het RIVM en de Vrije Universiteit doen nu onderzoek naar verschillen in gezond ouder worden van vrouwen en mannen. Dat levert als alles goed gaat meer kennis op voor genderspecifieke preventie. Projectleider Sandra van Oostrom illustreert de noodzaak van het project met een gezondheidsparadox. ‘Vrouwen worden gemiddeld drie jaar ouder dan mannen, maar ze leven gemiddeld ook langer in ongezondheid. Een kwart van de vrouwen van 65 tot 75 jaar heeft mobiliteitsbeperkingen, tegen een tiende van de mannen. Vrouwen hebben ook vaker één of meerdere chronische ziekten.’

‘We kijken welke rol leefstijl speelt als verklaring voor de verschillen tussen mannen en vrouwen’

Van Oostrom en haar collega’s willen achterhalen wanneer en waarom die verschillen nu precies ontstaan. Ze gebruiken daarvoor data die in Amsterdam, Oss en Zwolle (LASA) en Doetinchem (Doetinchem Cohort Studie) al bijna dertig jaar worden verzameld bij dezelfde deelnemers. Die gaan over alles wat met iemands gezondheid te maken heeft: van het hart en de vaten tot aan het psychisch en cognitief functioneren en de spierkracht. De deelnemers staan hiervoor met tussenpozen van enkele jaren bloed af, doen testjes en vullen vragenlijsten in. De vragen gaan ook over mobiliteit en leefstijl, zoals bewegen, roken en slapen.

Tijdige preventie

Samen geven de data een uniek beeld van de ontwikkeling van de gezondheid van grote groepen mannen en vrouwen. Dat maakt het mogelijk verschillen in gezondheidsontwikkeling tussen de seksen over de jaren op te sporen. Zo kun je erachter komen op welk moment het goed is een preventief aanbod te doen en wanneer je eigenlijk al te laat bent, zegt Van Oostrom. ‘We kijken ook welke rol leefstijl speelt als verklaring voor de verschillen tussen mannen en vrouwen. Als we dat weten, kunnen we zorgverleners informeren over het juiste moment om met hun vrouwelijke patiënten in gesprek te gaan over bijvoorbeeld bewegen en voeding. Met tijdige preventie kun je dan bijvoorbeeld een chronische aandoening als diabetes voorkomen.’

Interventies verfijnen

‘Ons onderzoek is allereerst een kennisontwikkelingsproject’, benadrukt Van Oostrom. Maar uiteindelijk telt natuurlijk de praktijk. In de database van het Centrum Gezond Leven zitten veelbelovende en bewezen effectieve interventies om mensen bijvoorbeeld meer te laten bewegen. De onderzoekers willen hun inzichten vertalen in aanbevelingen om preventieve interventies te verfijnen en te verbeteren. Omdat oudere vrouwen zoveel meer jaren met hun gezondheid tobben dan mannen, richten ze zich daarbij op deze doelgroep. Ze bespreken met een breed samengestelde groep vrouwen – die onder meer verschillen in opleidingsniveau, etnische achtergrond en leeftijd – hoe ze leefstijlinterventies beter kunnen laten aansluiten bij deze doelgroep(en). Zodat professionals als huisarts Hedwig Vos des te effectiever preventief kunnen werken. 
 


Auteur: Veronique Huijbregts
Fotograaf: Hollandse Hoogte, Frank Muller
Publicatiedatum: 4 oktober 2018

Relevante Mediator artikelen

Naar boven
Direct naar: NavigatieDirect naar: InhoudDirect naar: Onderkant website