Het digitale magazine 5 jaar sportonderzoek laat zien dat sterker onderzoek naar sport en bewegen niet alleen goed nieuws is voor topsporters. Ook niet-zo-beweeglustige jongeren en ernstig zieken kunnen profiteren. Bijvoorbeeld van een metertje voor de vochthuishouding, waaraan AMC-onderzoeker Ton van Leeuwen sleutelt.

Het Onderzoeksprogramma Sport heeft een uniek fundament gelegd voor multidisciplinair wetenschappelijk sportonderzoek. Door betere samenwerking tussen sport- en zorgpraktijk zijn veel waardevolle innovaties gerealiseerd. Dat stond al in de eindevaluatie van het programma in 2017. Nu zijn de resultaten en opbrengsten voor de (sport)praktijk ook gebundeld in een digitaal magazine. De voor de eindevaluatie geïnterviewde projectleiders zeggen dat het programma heeft geleid tot concretere en structurelere samenwerking tussen wetenschappelijke disciplines onderling en tussen verschillende kennisinstituten. Denk aan universiteiten, hbo’s, umc’s, sportbonden, bedrijven, gemeenten en zorginstellingen.

Delicate balans

Een van de afgeronde projecten ging over de vochtbalans in het lichaam. Ton van Leeuwen, hoogleraar biomedische fotononica bij Amsterdam UMC-locatie AMC, werkt aan een apparaatje waarmee sporters kunnen meten hoeveel vocht ze moeten innemen. Te weinig drinken of juist te veel; het is geen van beide goed. Ons lichaam bestaat voor 60 procent uit water. Dat bevindt zich in drie compartimenten: deels in onze cellen, deels buiten de cellen en in mindere mate tussen de cellen en in het bloed. Komen onze cellen door overmatig zweten vocht tekort, dan vullen die cellen zich weer met vocht uit bijvoorbeeld het bloed. De compartimenten zijn als het ware communicerende vaten. Er is een continue uitwisseling van vocht.

Zuurstoftekort  

‘Bij een tekort aan vocht kun je niet goed meer presteren. Het bloedvolume daalt, de hartslag neemt af, er ontstaat zuurstoftekort in het bloed en de bloedcirculatie verloopt niet meer optimaal’, zegt Van Leeuwen. Te veel drinken is ook niet verstandig, want dan zwellen de cellen in je lichaam op, je bloed raakt verdund en je zenuwen bekneld. Bovendien weegt een liter water nog altijd een kilo die een sporter mee moet torsen. ‘Het is een delicate balans tussen te veel en te weinig drinken. Er bestaat geen standaard voor’, stelt Van Leeuwen. 

Meten met licht

Van Leeuwen kreeg van het bedrijf Agis Automatisering (later FastFocus) het verzoek een apparaatje te ontwikkelen waarmee sporters hun waterhuishouding kunnen meten. Hij is aan het pionieren met het apparaatje, een vingerclip. ‘De vraag is: waar, wat en hoe moet je meten? Binnen mijn onderzoeksveld, de biomedische optica, maken we gebruik van licht. Als je met licht op water schijnt, wordt dat op een bepaalde manier verstrooid en geabsorbeerd. Daardoor kunnen we met licht het vochtgehalte in weefsels meten.’

‘Bij mensen met dementie die vergeten dat ze moeten drinken kan de vingerclip hun kwaliteit van leven verbeteren’

Hoe zijn de eerste ervaringen? ‘Ik denk dat het moet kunnen, maar het is lastig doordat het lichaam zo snel reageert op verstoringen in de vochtbalans. We zagen dat bij nierdialysepatiënten, bij wie vocht uit het bloed wordt gehaald. Het lichaam vult dat elders weer aan. Het is een dynamisch proces. De eerste metingen zijn nog niet nauwkeurig. We denken dat we op meerdere plaatsen de vochtbalans moeten meten. Dat is de uitdaging.’ 

Brede toepassing

Van Leeuwen ziet een aantal toepassingsmogelijkheden van de vingerclip. ‘Sporters weten dan wanneer ze moeten drinken, bijvoorbeeld tijdens een training of vlak voor een wedstrijd. Er zijn sporters, zoals judoka’s en worstelaars, die zich juist uithongeren en uitdrogen om het juiste gewicht te hebben voor een wedstrijd. Dat doen ze nu op gevoel. Maar de vingerclip kan breder worden toegepast. Zo krijgen op een IC-afdeling patiënten op gevoel vocht toegediend, vaak te veel. Door de vochtbalans in het lichaam te meten, kan de juiste hoeveelheid gegeven worden. Dat kan bijdragen aan sneller herstel van patiënten en de zorg verbeteren. Of denk aan mensen met dementie die vergeten zijn dat ze moeten drinken of niet meer kunnen slikken. Bij deze mensen kan de vingerclip hun kwaliteit van leven verbeteren.’

Vmbo’ers

In het Onderzoeksprogramma Sport waren er ook diverse projecten om vmbo’ers aan het bewegen te krijgen, omdat zij gemiddeld genomen weinig sporten. Zoals het Mediator - bericht over project SALVO. Onderzoekers van Hogeschool Arnhem en Nijmegen (HAN) vroegen de scholieren naar hun talenten en hun interesses. Ook brachten ze hun fysieke en sociale omgeving in kaart. Samen met de leerlingen bepaalden de onderzoekers welke activiteiten zij op school wilden uitvoeren. Docenten en directie begeleidden het proces en de leerlingen zijn drie jaar gevolgd. De uitkomst is dat de leerlingen zich beter in staat voelen actief te zijn en zich voornemen meer te gaan bewegen. Maar de aanpak lijkt geen invloed te hebben op onder meer hun Body Mass Index en hun actieve deelname aan gymlessen. In een video vertelt Gwendolijn Boonekamp, hoofddocent health promotion bij de HAN, hoe zij jongeren hierbij betrok. 

Inmiddels is het Onderzoeksprogramma Sport en Bewegen 2017-2020 van start gegaan. Dit programma heeft als opdracht het onderzoek meer multidisciplinair aan te pakken en het gebruik van de opbrengsten sterker te stimuleren. Er lopen inmiddels vier nieuwe onderzoeksprojecten, onder meer naar een ‘slimme sporthal’ en beweging als medicijn. 


Auteur: Corina de Feijter
Foto: Shutterstock, Sura Nualpradid
Publicatiedatum: 30 juli 2018

Onderzoeksprogramma Sport
Het onlangs afgeronde Onderzoeksprogramma Sport had tot doel het wetenschappelijk onderzoek naar (top)sport en bewegen te versterken en de opgebouwde kennis in te zetten voor de praktijk. Drie thema’s stonden centraal: (top)sportprestaties optimaliseren en innovaties bevorderen; sportparticipatie en de betekenis daarvan voor de samenleving; en bevordering van vitaliteit en gezondheid door sportief bewegen. ‘Het programma heeft mooie resultaten opgeleverd’, zegt stuurgroepvoorzitter Cathy van Beek. ‘Er staat inmiddels een stevige infrastructuur voor sportonderzoek. En wetenschap en praktijk weten elkaar veel beter te vinden.’ 

Naar boven
Direct naar: NavigatieDirect naar: InhoudDirect naar: Onderkant website