Ga direct naar de inhoud Ga direct naar het hoofdmenu Ga direct naar het zoekveld
 

Op zoek naar evidence based aanpak van alledaagse kwalen

Medische behandelingen op een wetenschappelijke leest schoeien, ook voor alledaagse problemen zoals duizeligheid bij ouderen of griep. Dat is het doel van het nieuwe programma Huisartsgeneeskunde en Ouderengeneeskunde. Bijzonder is de financier: niet de overheid, maar de werkgever van huisartsen en specialisten ouderengeneeskunde in opleiding SBOH.

Het programma Huisartsgeneeskunde en Ouderengeneeskunde combineert aandacht voor ouderengeneeskunde, huisartsgeneeskunde en de opleidingen op dit terrein, vertelt programmacommissievoorzitter Rob Dijkstra van het Nederlands Huisartsen genootschap (NHG). ‘We willen zowel de huisartsgeneeskunde als de ouderengeneeskunde en de opleiding hiervoor op een hoger wetenschappelijk niveau brengen. Onze richtlijnen zijn al grotendeels evidence based maar er zijn ook nog lacunes te vullen. Verder willen we bij deze groepen artsen het wetenschappelijk denken stimuleren.’

ZonMw als scheidsrechter

SBOH, werkgever van huisartsen en specialisten ouderengeneeskunde in opleiding, financiert het nieuwe programma en ZonMw voert het uit. ‘We zochten een onafhankelijke scheidsrechter om de onderzoeksaanvragen te beoordelen’, licht manager externe zaken Hans Schmidt van SBOH toe. ‘De kwaliteitscriteria voor de beoordeling moesten goed worden toegepast.’ ZonMw heeft de programmacommissie samengesteld. In de eerste subsidieronde zijn negen onderzoeksaanvragen gehonoreerd. Alle beoordeelden kunnen zich vinden in de beslissing, zegt Schmidt. ‘Voor ons was dat lastiger geweest.’

Het programma biedt de kans om vanuit de vakgebieden zelf prioriteiten te stellen. In de eerste subsidieronde zijn onderzoeksthema’s gehonoreerd als duizeligheid onder ouderen, een voorspelmodel voor hart- en vaatziekten, het optimaliseren van pijnbehandeling bij kinderen met een oorontsteking en tijdige opsporing van mensen met een onregelmatige hartslag.

Weinig wetenschappelijk bewijs

Ook start een onderzoek naar de verzwikte enkel. Per jaar gaan zo’n 650.000 mensen door hun enkel, vertelt onderzoeksprojectleider Marienke van Middelkoop van het Erasmus MC. Daarvan meldt 20 procent zich bij de huisarts. Uit de recente NHG-standaard blijkt dat er voor de diverse behandelingen nog weinig wetenschappelijk bewijs bestaat. Van adviezen van de huisarts om met het been omhoog rust te houden of een brace te gebruiken, is de werkzaamheid onduidelijk. Het nut van de behandeling bij een fysiotherapeut is evenmin bewezen. ‘Mensen die herstellen gaan vaak al snel opnieuw door hun enkel’, vertelt Van Middelkoop.
Bij sporters is inmiddels geëxperimenteerd met een app op de smartphone, ‘Versterk je enkel’. Die geeft oefeningen om genezing te bevorderen en de enkel sterker te maken, en zo herhaling van de verzwikking te voorkomen. Bij de sporters is deze aanpak effectief gebleken. Op de vraag of de app ook bij andere groepen patiënten (kosten)effectief is, moet gerandomiseerd onderzoek antwoord geven. Een huisarts in opleiding gaat op het onderzoek promoveren.

'Er valt nog veel te verbeteren'

Advance Care Planning

De vakgroep van hoogleraar ouderengeneeskunde Cees Hertogh aan het VUmc gaat aan de slag met een studie naar Advance Care Planning (ACP). Het doel is dat huisartsen en specialisten ouderengeneeskunde tijdig met hun patiënten praten over gewenste doelen van zorg in hun laatste levensjaren en de vertaling naar medisch handelen. ‘Anticiperende zorg levert meer passende zorg op, die aansluit bij de wensen van patiënten. Het leidt tot minder crisisbeslissingen, die nogal eens resulteren in overbehandeling’, vertelt Hertogh. ‘We koppelen deze benadering niet aan een ernstig ziektebeeld, maar aan ouderen met chronische ziekten, van wie onduidelijk is hoe lang ze nog zullen leven. Juist dan moet je het gesprek voeren, en niet eenmalig maar terugkerend, want opvattingen kunnen veranderen.’
Huisartsen in opleiding die willen promoveren voeren het onderzoek uit. Zij gaan artsen vragen wat die nodig hebben om het anticiperende-zorggesprek te voeren en wat hen ervan weerhoudt. Ouderen zelf worden over langere tijd gevolgd en krijgen vragen te beantwoorden over hun behoefte aan zo’n gesprek en manieren om het op de agenda te krijgen. Op basis van alle bevindingen wordt een model voor ACP ontwikkeld, dat huisartsen en ouderengeneeskundigen op proef gaan toepassen.

Meer richting geven

Hertogh: ‘Er valt nog veel te verbeteren. Nu zeggen specialisten ouderengeneeskunde vaak dat ze al met ACP werken, maar dan doelen ze vooral op afspraken met patiënten als: geen ziekenhuisopname, reanimatie of antibiotica meer. Maar dat zijn geen zorgdoelen; je moet ook aangeven wat je dan wél doet. Daaraan willen we nog meer richting geven.’

Tekst: Veronique Huijbregts
Foto: Sabine Joosten/ Hollandse Hoogte