Het aantal zorgboerderijen is de afgelopen jaren fors gegroeid. Mensen met verschillende zorg- of hulpvragen vinden hier een zinvolle dagbesteding en zijn gelukkiger, staat in de publicatie Kennis over zorgboerderijen. Mediator ging kijken bij Re-Turn in Bennekom.

Kay (13) hoeft niet na te denken over de vraag wat hij het liefste doet. ‘Meerijden op de trekker. Vooral de eerste keren was het supervet’, vertelt de tiener terwijl hij onder een parasol zit op het erf van zorgboerderij Re-Turn. Twee jaar geleden haalde zijn moeder hem van school. ‘Ik zat niet lekker in mijn vel en had veel ruzie met de leraren’, vertelt Kay. Een vriend nam hem mee naar de zorgboerderij van Teus en Marian Hooijer, die op hun agrarische bedrijf in Bennekom mensen met een hulp- of zorgvraag een dagbesteding bieden. Ook Kay gaat er enkele dagen per week naar toe. ‘Vroeger was ik echt irritant. Ik daagde mensen de hele tijd uit’, zegt hij.

Jeugd met tegenslagen

‘Haantjesgedrag’, verduidelijkt Hans (23), die naast Kay heeft plaatsgenomen op het erf vol schuren, blokhutten en hokken. Vanuit de wei klinkt het geblaat van lammetjes. Hans belandde zeven jaar geleden op de zorgboerderij, na een jeugd met grote tegenslagen. Hij was pas veertien maanden oud toen zijn vader overleed. Twee maanden later werd bij baby Hans kanker geconstateerd. Later werd hij gepest en verliet hij vroegtijdig school. Al op zijn negende werkte Hans in een pelterij waar nertsen werden gevild. Hij raakte aan de harddrugs. ‘Ik zat er helemaal doorheen. Ik wist niet meer wat ik met mijn leven moest’, vertelt Hans. Tot hij terechtkwam bij Re-Turn. ‘Ze hebben me op het rechte pad gebracht. Maar het heeft wel drie jaar geduurd voor ik opkrabbelde.’

Certificaat

Hans kent het bedrijf als zijn broekzak. Hij mest hokken uit, klieft boomstammen tot blokken, heeft leren metselen, lassen en heiningen maken. ‘De zomer is het leukst want dan ben ik hele dagen aan het werk met de bosmaaier, waarmee je lang gras kunt maaien. Ik heb daar een certificaat voor behaald. Nu ben ik bezig met een trekkercertificaat’, zegt hij met gepaste trots. Ook voedde hij twee honden op, die op de boerderij rondlopen. ‘Het zijn mijn twee grote vrienden. Ze luisteren heel goed.’ Kay vult aan: ‘We hoeven niet de hele tijd te werken, hoor. We houden ook watergevechten. Dan zetten we de tuinslang aan en gooien we waterballonnen naar elkaar.’

Vaderfiguur

De centrale figuur op de zorgboerderij is Teus Hooijer. De jongens lopen met hem weg. ‘Hij is niet mijn echte vader, maar zo ervaar ik hem wel. Ik hoor echt een beetje bij het gezin. Ze bieden mij warmte, liefde en rust. Dit is voor mij de redding geweest’, zegt Hans. Even later neemt Hooijer plaats bij het zitje onder de parasol. ‘Deze zorgboerderij is de verwezenlijking van mijn droom. Ik wilde een fijne plek creëren waar mensen die een steuntje nodig hebben, zich welkom voelen.’ Het woord ‘cliënt’ komt niet over zijn lippen.

Opvoeden

Zelf had Hooijer ook geen gemakkelijke jeugd. ‘Was er toen maar iemand geweest die met me had gepraat.’ Na zijn huwelijk namen Hooijer en zijn vrouw Marian van haar ouders de monumentale boerderij met kistkalveren en varkens over. Maar de regels veranderden en de zaken gingen niet goed. In 2002 begon hij met de zorgboerderij. ‘Opvoeden vind ik het leukste wat er is’, zegt de zorgboer, die natuurlijk gezag uitstraalt. Hij vervolgt: ‘Moeilijk opvoedbare pubers is helemaal mijn ding, want jongeren kun je nog veranderen.’ Maar ook voor andere leeftijdsgroepen is er plek. Zijn compagnon is weer meer op ouderen gericht. Momenteel telt Re-Turn vijftien cliënten, in de leeftijd van 9 tot 67 jaar.

Snelle groei

De zorglandbouw maakt een snelle groei door. Waren er in 1998 nog 75 zorgboerderijen, in 2007 was hun aantal toegenomen tot ruim 750. Inmiddels zijn het er zo’n 1200, zo blijkt uit het onlangs gepubliceerde rapport Kennis over zorgboerderijen (zie kader). De publicatie is een reflectie op een reeks studies in het kader van het onderzoeksprogramma Landbouw en Zorg, dat ZonMw van 2011 tot 2017 uitvoerde in opdracht van het ministerie van Economische Zaken. Het doel was meer inzicht te krijgen in het functioneren van zorgboerderijen en de kwaliteit te verhogen.

Vraag

Er zijn diverse redenen waarom de sector zich zo succesvol ontwikkelt, zegt Jan Hassink, onderzoeker zorglandbouw aan de Wageningen Universiteit en als projectleider betrokken bij het ZonMw-programma en de publicatie. Aan de ene kant kon de vraag zich manifesteren omdat er binnen de zorg meer oog voor is om cliënten een zinvolle plek in de samenleving te bieden. Aan de andere kant is de landbouw multifunctioneler geworden, waarbij boeren mogelijkheden in de zorg zagen. Ook zijn de doelgroepen uitgebreid, stelt Hassink. Gingen eerst vooral mensen met een verstandelijke beperking naar zorgboerderijen, nu zijn het ook mensen die aan dementie lijden, mensen met een psychiatrische achtergrond en schooluitvallers.

‘Op de boerderij is er regelmaat en duidelijkheid’

Ook heeft er een proces van professionalisering plaatsgevonden. Zevenhonderd zorgboerderijen, waaronder Re-Turn, hebben een keurmerk. Het is een ‘waardevolle, kwalitatief hoogwaardige voorziening’, die onderdeel van het zorgpalet is geworden, aldus het rapport. De onderzoekers constateren daarbij grote verschillen tussen zorgboerderijen. Een deel draait echt om agrarische productie, terwijl de varkens, kippen, ganzen en eenden op Re-Turn er meer zijn ter ondersteuning van de hulpverlening dan dat ze de kern van het bedrijf vormen. Hooijer runt de zorgboerderij in een samenwerkingsverband. Zijn vrouw tikt zijn handgeschreven cliëntverslagen uit en doet de rest van de administratie. Een bevriend echtpaar helpt met de organisatie. Zij bieden tevens logeerplekken/crisisopvang aan. Hans is een van hun vaste bewoners.

Gesprek aangaan

Op zorgboerderij Re-Turn beginnen ze ’s ochtends met koffiedrinken in de kantine. ‘In principe is dat het belangrijkste moment’, zegt Hooijer. Ze lezen de krant en leveren commentaar, waarbij vanzelf de verhalen loskomen. ‘Ik ga het gesprek aan, want ik wil weten wat mensen beweegt. Alles komt ter sprake.’ Als mensen nieuw zijn, trekt Hooijer een paar dagen met ze op. ‘Ik bestudeer iemand en denk goed over dingen na. Eerst maak ik ze aanhankelijk en dan laat ik ze een beetje dwalen. Zo kan ik zien wat ze leuk vinden. En daarna maak ik ze onafhankelijk. Het is prachtig. Ik zie hun zelfvertrouwen groeien’, zegt de zorgboer. Hij maakt een vergelijking: ‘Ik kan geen maïsspriet laten groeien. Dat moet de maïs zelf doen. Zo is het ook met mensen. Als ze niet de verantwoordelijkheid voor zichzelf nemen, worden ze nooit zelfstandig.’

Regelmaat en ruimte

Het natuurlijke ritme van de boerderij is de grote kracht. ‘We hebben op het platteland, zonder het te idealiseren, nog altijd een meer traditionele manier van leven. Er is regelmaat en duidelijkheid. De beesten moeten gevoerd worden. Je moet hooi binnenhalen als het gaat regenen. Je leert incasseren, want er gaat ook wel eens een beest dood.’ Maar misschien is de ruimte wel het echte geheim. ‘Als jongeren druk zijn, wijs ik naar de trampolines en zeg: ga maar lekker springen. Ik vind sowieso dat kinderen meer moeten spelen. Ze zitten altijd maar met die telefoons. Daarom krijgen ze onze wifi-code ook niet.’ De zorgboerderij geeft hem veel voldoening. ‘We vormen een leefgemeenschapje. Het is prachtig dat ik voor Hans een vader kan zijn. Wat wil je nog meer?’

‘De sfeer dat iedereen een steentje moet bijdragen, geeft een gevoel van zinvol bezig zijn’

Hooijers verhaal sluit aan bij het ZonMw-rapport, dat vijf factoren noemt die maken dat zorgboerderijen goed werken: de persoonsgerichte begeleiding, sociale contacten en steun, zinvolle en diverse activiteiten, de groene en de huiselijke omgeving.  ‘Boeren kijken meer naar wat iemand kan’, stelt Hassink, die zelf ook een zorgboerderij heeft aan de rand van Arnhem. Hans en Kay hebben meer met ‘doe-dingen’ zoals trekker-rijden of heiningen maken. Maar anderen zijn meer gericht op de dieren. De verzorging van beesten stimuleert hun verantwoordelijkheidsgevoel. ‘De hele sfeer dat iedereen een steentje moet bijdragen, geeft een gevoel van nuttig zijn en zinvol bezig zijn’, zegt Hassink. Het is precies zoals Hans het formuleert: ‘Ik heb geen schooldiploma’s. Maar ik heb bij Teus veel geleerd. Ik heb echt iets bereikt en dat geeft mij voldoening. Ook al wil ik wel een keer een echt salaris krijgen. Alleen kan ik nog niet elke dag 100 procent presteren, zoals je bij een baas moet. Maar wie weet over een paar jaar.’

Effecten

De effecten die zorgboerderijen op cliënten hebben, verschillen per doelgroep, zo blijkt uit studies die ZonMw liet uitvoeren. Mantelzorgers van mensen met dementie zijn tevreden omdat hun naasten zich prettiger voelen, beter eten en drinken en actiever zijn. Ouders van jongeren met gedragsproblemen zijn blij dat hun kinderen ‘een plek hebben waar ze kalmer en gelukkiger worden’, vertelt Hassink. ‘De gedragsproblemen nemen af en de opvoeding gaat beter. Bovendien kan hun kind dankzij de boerderij thuis blijven wonen.’

Vrolijker

‘Ik ben rustiger en vrolijker geworden’, zegt Kay. ‘Vroeger liep ik weg als ik boos was. Nu blijf ik staan en praat ik er over. Als deze zorgboerderij er niet was geweest, zou ik niet zo ver zijn als nu. Ik kan meer mezelf zijn.’

 

ZonMw heeft het onderzoeksprogramma Landbouw en Zorg opgesteld in samenwerking met het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de Taskforce Multifunctionele Landbouw en het ministerie van VWS. Het doel was het effect van de zorglandbouw te onderbouwen, de sector en de zorg dichter bij elkaar te brengen en de kwaliteit te stimuleren. In februari 2018 verscheen het eindrapport Kennis over zorgboerderijen. Het ministerie van VWS heeft in een brief aan de Tweede Kamer geadviseerd het initiatief voort te zetten als onderdeel van het aankomende programma Langdurige zorg. Binnenkort volgt een oproep voor het indienen van vervolgonderzoek.

 

 


Auteur:Tjitske Lingsma
Fotograaf:
Jonathan Vos

Naar boven
Direct naar: NavigatieDirect naar: InhoudDirect naar: Onderkant website