Veel wetenschappers werken enige tijd in den vreemde. Wat valt ze daar op? Deze keer: Amerikaanse Sara Pulit, postdoc bij de afdeling genetica van het UMC Utrecht.

Wat is uw onderzoeksgebied? 

‘Wanneer je jouw en mijn genoom vergelijkt, blijken we voor 99,9 procent identiek. Maar 0,1 procent verschilt en daardoor is de ene persoon bijvoorbeeld korter of heeft een andere oogkleur dan de ander. Die 0,1 procent omvat circa 3 miljoen genetische variaties. In die enorme zee aan informatie schuilt ook de reden waarom sommige mensen een ziekte krijgen en andere niet. Dat is de focus van mijn onderzoek, waarvoor ik in 2017 een Veni-subsidie ontving. Ik bestudeer diverse ziektes zoals cardiometabole aandoeningen, obesitas en diabetes type 2. Ik vergelijk dan bijvoorbeeld een diabetespatiënt met een gezond persoon en dat levert een bepaald raamwerk aan data op. Elk raamwerk telt 20.000 genetische variaties. Dan gaat het niet alleen om verschillen in genen maar ook allerlei andere biologische factoren, zoals regelmechanismen en de 3D-structuur van DNA. In cellen ligt DNA namelijk opgevouwen als een soort draad om een spoel en stukken die dichtbij elkaar liggen zijn waarschijnlijk belangrijk voor genregulatie. Mijn onderzoek gaat dus over de juiste data verzamelen en vergelijken. Dat is een enorme uitdaging, want zulke data verschillen niet alleen per ziekte, maar ook per orgaan en per celtype. Door data van een patiënt te vergelijken met een gezond persoon, komt bovendrijven naar welke biologische facetten je verder moet graven.’ 

Hoe bent u in Nederland terechtgekomen?

‘Na mijn bachelor wiskunde en statistiek zocht ik een manier om mijn studie toe te passen op een maatschappelijk relevant vlak. Via een stage kwam ik in Boston terecht op het lab van hoogleraar genetica Paul de Bakker, die mij enthousiast heeft gemaakt voor de genetica. Toen hij terugkeerde naar Nederland ben ik meegegaan en ben ik bij hem gepromoveerd. Ik woon en werk nu vijfenhalf jaar in Utrecht.’

Hoe verschilt de wetenschapsbeoefening in de VS en Nederland?

‘Ik zie eigenlijk meer overeenkomsten dan verschillen. In beide landen is er wetenschappelijke samenwerking en groepsdynamiek. In de VS gebeurt alles wel op grotere schaal. Het werktempo in het onderzoeksinstituut in Boston ligt hoog. Het voelt als een stoot cafeïne. In Nederland heerst een meer relaxte tred. Het is minder gehaast, er is meer tijd om na te denken en ideeën te laten bezinken. Beide tempo’s hebben hun waarde. Een cafeïneshot op zijn tijd is prettig, maar het gaat om de balans.’ 

En hoe verschilt het leven in Nederland van de VS?

‘Er wordt wel gezegd: Amerikanen leven om te werken en Nederlanders werken om te leven. Er is hier naast werk ook genoeg tijd voor andere leuke dingen, zoals sporten of een gezellige barbecue. Ik hou ook van de alledaagse Nederlandse gewoontes en de kleinere schaal. Zo ben ik dol op fietsen en ik vind het fijn dat alles zo goed bereisbaar is. Treinreizen vind ik heerlijk; dan zie je de wereld aan je voorbij trekken. Het is ook prettig dat ik hier zo makkelijk kan afreizen naar andere Europese onderzoeksinstituten.’

Wat hebt u opgestoken in Nederland? 

‘De waarde van ergens anders leven en werken. Het is belangrijk te ervaren hoe de wereld werkt op een andere plaats dan waar je bent opgegroeid. Dan zie je dat het ook anders kan. Neem bijvoorbeeld de wapenwetgeving in de VS. De recente high school shooting in Florida maakt mij verdrietig, ook omdat ik zie dat het in Nederland wel lukt om kinderen op school veilig te houden.’ 

Zien ze u nog terug in de VS?

‘Op het moment ben ik erg gelukkig in Nederland. Ik zie mijzelf hier wel blijven voor een lange periode, mogelijk zelfs voor altijd. Tegelijkertijd ben ik geen voorstander van het plannen van je leven, want ik wil ook openstaan voor onverwachte kansen. Daardoor ben ik ook in Nederland terechtgekomen.’


Auteur: Chrétienne Vuijst
Foto:  Sietske Raaijmakers

Naar boven
Direct naar: NavigatieDirect naar: InhoudDirect naar: Onderkant website