Wanneer neurowetenschappers en psychoanalytici de handen ineen slaan, kunnen beide vakgebieden daarvan profiteren. Uit een eerste samenwerkingsproject blijkt dat ongestoord kunnen dromen de verwerking van zelfbewuste emoties als schuld en schaamte stimuleert.

Bioloog in ruste Frits Bienfait (77) veranderde door zijn psychoanalyse als jongeman in een ‘handiger’ en vrijer mens. Het zat de wetenschapper in hem dwars dat er in Nederland zo weinig werd gedaan om het effect van de psychoanalytische behandeling te toetsen. Die behandeling heeft het imago van duur, langdurig, onwetenschappelijk en onduidelijk qua rendement. Maar de beproefde manier van een randomised controlled trial is bij deze behandeling niet toepasbaar. Onder meer omdat het niet ethisch is om de ene patiënt wel, de andere niet in psychoanalyse te nemen. 

Samenwerking

Meer recente onderzoeksmiddelen, zoals de MRI-scan, kunnen wellicht de effecten van een analyse in de hersenen in beeld brengen. Dergelijk onderzoek vond in het buitenland al plaats, maar in Nederland niet. Om dat te veranderen, gaf Bienfait geld aan ZonMw voor een NeuropsychoanalyseFonds. Dat kwam er in 2013, met als doel ‘het stimuleren en ondersteunen van wetenschappelijk onderzoek naar wat zich in het menselijk brein afspeelt, in samenwerkingsverbanden van psychoanalytici met onderzoekers in experimenteel georiënteerde disciplines, zoals neurologie, biochemie, et cetera.’ 

Onderzoek mogelijk maken als particulier 

Particulieren kunnen onderzoek financieren via donaties of legaten aan ZonMw. Omdat ZonMw de ANBI-status heeft, hoeft de organisatie bij schenking geen successie- of schenkingsrecht te betalen. De donateurs kunnen hun giften aftrekken van de inkomsten- of vennootschapsbelasting. In de overheidsbrochure Geven voor weten staat alle informatie op een rij.

Enge plaatjes 

Hoogleraar Eus van Someren van het Nederlands Herseninstituut is projectleider van een onderzoek dat dankzij dit fonds is opgezet. Als hersen- en slaaponderzoeker wilde hij weten welke rol de REM-slaap speelt bij de verwerking van negatieve emoties. In deze slaapfase zijn de hersenen erg actief en droomt de slaper veel en levendig. Van Someren wilde aanvankelijk met enge plaatjes van slangen of spinnen bij proefpersonen basale emoties als angst en afkeer oproepen, om vervolgens de verwerking van die emoties bij mensen die goed sliepen en bij mensen met een onrustige REM-slaap te meten. Bij deze laatste groep wordt het brein in de REM-fase steeds even wakker.

Schaamte en schuld

Voor de uitwerking van zijn plan zocht Van Someren samenwerking met psychoanalyticus Frans Schalkwijk. Het eerste gesprek was ‘geweldig’, vertelt Van Someren. ‘Al begrepen we elkaar in het begin nauwelijks, we waren wel allebei nieuwsgierig naar elkaars kennis. Frans vroeg me waarom ik basale emoties wilde bestuderen. In de klinische praktijk zijn zelfbewuste emoties bijna altijd veel belangrijker, zei hij. Daarmee bedoelde hij gevoelens van schaamte en schuld. Binnen de neurowetenschappen hadden we daar nooit aandacht voor gehad. Dat gesprek heeft me de ogen geopend voor het belang van deze emoties, zeker in de klinische praktijk.’ 

Karaoke

In de eerste projectfase legde onderzoeker Rick Wassing zo’n duizend mensen vragenlijsten voor over – de verwerking van – schaamtevolle ervaringen en hun slaap. Daarna voerde hij een experiment uit: proefpersonen liet hij met een koptelefoon op karaoke zingen. De opname daarvan kregen ze terug te horen. Als ze hoorden hoe vals ze zongen, stond het schaamrood ze op de kaken. Met vragen en MRI-scans onderzocht Wassing de verwerking van deze schaamtegevoelens bij goede slapers en mensen met een verbrokkelde REM-slaap. Van Someren: ‘De resultaten laten zien dat die verstoring het opruimen van zelfbewuste emoties in de weg staat. Normaal gesproken komt er een mechanisme in je brein op gang dat het vervelende gevoel beperkt. Bij mensen met een rusteloze REM-slaap lijkt dit mechanisme of circuit niet in actie te komen.’ 

‘Zonder deze dialoog had ik het onderzoek anders aangepakt, met minder relevante of misschien wel irrelevante resultaten’

‘Dromen zijn traditioneel belangrijk in de psychoanalyse’, vervolgt Van Someren. ‘Door deze onderzoeksaanpak komen we dus via een lange omweg steeds meer op elkaars terrein terecht. Ik vermoed dat de opgedane kennis belangrijk kan zijn in de behandeling. Bij traumatische ervaringen zijn het vaak zelfbewuste emoties – het is mijn schuld, ik schaam me dat me dit is gebeurd – die je wilt opruimen. Dan is het nuttig dat de slaap van de patiënt zo verbetert dat het opruimen wordt bevorderd.’

Verrijking

Van Someren wil dolgraag verder met vervolgonderzoek over toepassing van de kennis in de praktijk. ‘Kun je zo’n rusteloze REM-slaap rustiger maken, en helpt dat dan ook?’ Maar de grootste eyeopener zit voor hem in het verrijkende effect van de samenwerking. ‘We onderzoeken samen wat er ‘s nachts gebeurt. Een psychoanalyticus zou misschien zeggen: in het onderbewuste, ik noem dat wellicht: in de krokodillenhersenen. Het is de ontdekkingsreis waar je elkaar precies tegenkomt. Al pratende maak je elkaar scherper en kom je op betere ideeën. Zonder deze dialoog had ik het onderzoek anders aangepakt, met minder relevante of misschien wel irrelevante resultaten.’

Hersencircuits

‘Dat de een leert van de ander en dat het onderzoek zo op een hoger niveau komt, was precies mijn bedoeling’, reageert Bienfait. ‘Met de nieuwe onderzoeksvormen en de samenwerking kunnen we het psychoanalytisch proces beter gaan begrijpen. De psychoanalyse benadert klachten niet via de ratio of cognities. Er komt steeds meer bewijs dat het bij die behandeling gaat om het vormen van nieuwe circuits in de hersenen, als oplossingen voor beschadigingen die niet meer ongedaan zijn te maken. Dat kost tijd. Je hersens laten niet met zich sollen!’   


Auteur: Veronique Huijbregts
Foto:  Shutterstock - sfam_photo

Onderzoeken en symposium
Vanuit het NeuropsychoanalyseFonds zijn tot dusver twee onderzoeken gefinancierd: het slaaponderzoek en een onderzoek naar de psychoanalytische behandeling van de obsessief-compulsieve stoornis. Beide komen aan bod tijdens het Symposium Neuropsychoanalyse: onderzoek en praktijk op dinsdag 19 juni.
Aanmelden is nog mogelijk. 

Naar boven
Direct naar: NavigatieDirect naar: InhoudDirect naar: Onderkant website