De methode 1Gezin1Plan, voor hulpverlening aan gezinnen, beoogt ouders regie te geven en professionals goed te laten samenwerken. Blijkens onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut lukt het eerste beter dan het tweede. Een interview met senioronderzoeker Lineke van Hal en Rob Gilsing, hoofd jeugd, opvoeding en onderwijs.

Wat is 1Gezin1Plan?

Rob Gilsing: ‘Het is een specifieke werkwijze, rond 2010 door Partners in Jeugdbeleid ontwikkeld voor de hulpverlening aan multi-probleemgezinnen waarbij meerdere organisaties betrokken zijn. Twee aspecten staan centraal. De gezinnen hebben zeggenschap over de hulpverlening en voeren zelf de regie. Verder is er coördinatie om te zorgen voor afstemming tussen de verschillende organisaties die hulp bieden aan het gezin. Het is goed om te benadrukken dat ons onderzoek is gericht op deze specifieke werkwijze, die is beschreven in een handboek. Er kan wel eens verwarring ontstaan, omdat velen de term 1Gezin1Plan ook als algemeen credo gebruiken om aan te duiden dat men meer samenwerking tussen hulpinstanties zou willen zien. Maar de werkwijze die wij onderzocht hebben is echt meer dan dat.’ 

In welke situaties wordt 1Gezin1Plan toegepast?

Gilsing: ‘Het gaat om gezinnen met kinderen waar diverse problemen spelen. Je moet denken aan opvoedproblemen, schulden, verslaving, psychologische problematiek maar ook geweld.’

Werkt men in heel Nederland met 1Gezin1Plan?

Gilsing: ‘In algemene zin wordt er al jaren over de noodzaak van 1Gezin1Plan gepraat. Een aantal regio’s past de specifieke werkwijze ook daadwerkelijk toe.’

Rob Gilsing, hoofd jeugd, opvoeding en onderwijs

Hoe werkt 1Gezin1Plan in de praktijk?

Lineke van Hal: ‘In elke gemeente is het anders georganiseerd. Veelal speelt het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) of het sociale team een sleutelrol. Samen met het gezin brengt deze instantie in kaart wat de problemen zijn en welke partijen van belang zijn. Ook kijkt men naar wie in de sociale omgeving het gezin kan versterken. Een van de uitgangspunten van 1Gezin1Plan is dat met het gezin wordt besproken of en hoe familie, vrienden of buren betrokken kunnen worden.’

Lineke van Hal, senioronderzoeker

Hoe gaat het dan verder?

Van Hal: ‘Vervolgens worden de rondetafelgesprekken georganiseerd. Het uitgangspunt is dat ouders de regie hebben en bepalen wie aanschuift. Ze kunnen bijvoorbeeld besluiten dat de school wel aanwezig is als het over schoolproblemen gaat, maar niet als de schulden worden besproken. De zorgcoördinator kan ouders er wel op wijzen dat het handig is om bepaalde professionals uit te nodigen, zodat een gezin ook nieuwe inzichten kan krijgen. Hier zie je een verschil met de reguliere hulpverlening waar hulpverleners meer als houding hebben dat zij het toch het beste voor ouders weten.’

Gilsing: ‘De ouders en professionals maken samen het gezinsplan. Daarin worden de doelen vastgesteld. Ook spreekt men af wie welke acties onderneemt. Na enkele maanden volgt opnieuw een rondetafelgesprek om te kijken hoe ver men is: welke doelen zijn bereikt en waar is eventueel meer actie nodig?’

Van Hal: ‘Het werken met 1Gezin1Plan vergt een open houding van de professional. Ze bespreken alles met het gezin en mogen niet achter hen om werken. Transparantie is van groot belang. Zeker bij deze gezinnen die vaak al veel teleurstellingen met de hulpverlening achter de rug hebben.’

‘Het doel van ouders zelf gaat voor’ 
‘Voor iedereen is het werken met 1Gezin1Plan een grote verandering’, zegt jeugd- en gezinswerker Romy van de Winkel. Zij geeft opvoedingsondersteuning bij het Centrum voor Jeugd en Gezin Midden-Limburg. ‘Voorheen was de inspraak van ouders bij de hulp die ze kregen niet zo groot. De regie over wat er in het gezin moet gebeuren ligt nu veel meer bij hen, ook als sprake is van multi-problematiek. Hulpverleners moeten de behoeften, de doelen en het tempo van de ouders volgen. Dat is moeilijk. Hulpverleners hebben graag alles zo snel mogelijk helder en neigen ernaar hun doelen voorop te stellen. Maar als je zo het gesprek in gaat, haken ouders snel af en ben je ze kwijt. 

Dus als een gezin iets wil bereiken, zoals een huishouden op rolletjes, gaat dat toch echt voor, want zij vinden dat belangrijk. Hogere doelen, zoals meer stabiliteit, houd je als hulpverlener wel in gedachten. Dat gaat de ene hulpverlener makkelijker af dan de andere. Ik ben heel enthousiast over 1Gezin1Plan, omdat ik zie wat het met ouders doet als je ze helpt hun zelfredzaamheid terug te krijgen.’

In het begin van uw onderzoek zat het tegen. Wat was er aan de hand?

Gilsing: ‘In de periode dat we ons onderzoek startten was er veel onrust omdat de decentralisatie van de jeugdzorg voor de deur stond. Twee regio’s haakten vanwege de drukte af. Ook lukte het niet voldoende gezinnen te volgen aan wie we op gezette tijden vragenlijsten konden voorleggen.’

Wat heeft u toen gedaan?

‘Na de zomer van 2016 hebben we tot een andere aanpak besloten. We hebben twintig gezinnen geïnterviewd en de professionals die het meest bij hen betrokken waren. Daarnaast hebben we tweemaal een enquête gehouden over de effecten van de werkwijze waar driehonderd professionals aan deelnamen. Het onderzoek vond plaats in drie regio’s: Midden-Limburg, Gouda en Alkmaar.’

‘Ouders voelen dat ze serieus worden genomen’

Wat zijn de resultaten?

Van Hal: ‘Een groot deel van de ouders vertelt dat hun vertrouwen als opvoeders gegroeid is en ze bijvoorbeeld hun huishouden beter kunnen organiseren door de positieve benadering van de hulpverleners. Ze voelen dat ze serieus worden genomen.’

Gilsing: ‘Ook de professionals die met 1Gezin1Plan werken vinden dat de werkwijze meer oplevert voor gezinnen omdat zij meer in hun kracht komen. Ze wijzen er wel op dat zelfregie nogal wat inzicht en mondelinge vaardigheden van ouders vergt. Hier ligt een rol voor de begeleiders om ouders te helpen uitdrukking te kunnen geven aan wat belangrijk voor hen is.’

Wat zijn verbeterpunten?

Gilsing: ‘De afstemming kan beter tussen enerzijds het gezin en de meest betrokken professional (vaak de zorgcoördinator, afkomstig van het CJG of sociaal team) en anderzijds professionals van overige organisaties. In de praktijk blijkt samenwerking lastig. Sommige professionals weten onvoldoende van 1Gezin1Plan als werkwijze, hebben er weinig voeling mee en delen de visie niet. Zo kan het gebeuren dat de specialistische hulp die gewend is alleen psychologische ondersteuning aan het kind te geven, niet betrokken wil zijn bij het hele gezin. Het argument kan heel plat zijn: we worden niet betaald om bij rondetafelgesprekken te zijn.’

Wat is jullie advies?

Van Hal: ‘Als een regio ook met 1Gezin1Plan wil gaan werken, zouden we dat een verstandige keuze vinden. Alleen willen we er wel op wijzen dat het een behoorlijke investering vergt van organisaties zodat professionals zich echt een andere houding eigen kunnen maken. Ze moeten in de nieuwe werkwijze getraind worden. Het gaat niet zomaar vanzelf.’


Auteur: Tjitske Lingsma
Headerfoto: Shutterstock - luckyraccoon
Portretfoto’s:
Christiaan Krouwels in opdracht van het Verwey-Jonker Instituut.

Naar boven
Direct naar: NavigatieDirect naar: InhoudDirect naar: Onderkant website