Een psychologische therapie die werd ontwikkeld voor zwangere vrouwen met angst- en depressieklachten ging weliswaar gepaard met een daling van de klachten, maar dat gold ook voor de gebruikelijke zorg van de huisarts. Dat blijkt uit onderzoek van het UMCG.

Angst- en depressieklachten tijdens en na de zwangerschap komen veel voor: bij 10 tot 15 procent van de zwangerschappen. Er zijn aanwijzingen dat kinderen van vrouwen met deze klachten een verhoogde kans hebben op een minder goede ontwikkeling en/of emotionele of gedragsproblemen, zoals bijvoorbeeld ADHD.

Innovatieve psychotherapie

Onderzoekers van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) onderzochten in samenwerking met de Rijksuniversiteit Groningen onder leiding van arts-epidemioloog Huibert Burger zwangere vrouwen met angst- en/of depressieklachten in de eerste drie maanden van hun zwangerschap. De ene helft van de 282 vrouwen kreeg een innovatieve psychologische therapie aangeboden die specifiek gericht is op klachten tijdens de zwangerschap. De andere helft kreeg de gebruikelijke zorg door de huisarts. De indeling in deze groepen werd door loting bepaald.

Niet effectiever

De onderzoekers constateerden dat de klachten van angst en depressie bij de moeder afnamen tijdens de zwangerschap en de eerste achttien maanden die daarop volgden. Maar dat gold evenzeer voor de controlegroep, die reguliere zorg ontving. Ook bleek dat de therapie geen invloed had op de gezondheid van het kind bij de geboorte, de hechting van de moeder aan het kind, de hersenontwikkeling of het optreden van vroege vormen van emotionele of gedragsproblemen.


Project: Prevention of psychosocial problems in the offspring of mothers with symptoms of depression or anxiety during pregnancy: benefits for mother and child
Projectleider: Huibert Burger, afdeling huisartsengeneeskunde Universitair Medisch Centrum Groningen
Programma: Preventieprogramma 4, projectnummer 120520013



Naar boven
Direct naar: NavigatieDirect naar: InhoudDirect naar: Onderkant website