Lange tijd deden gezondheidsonderzoekers vaak alleen onderzoek met mannelijke proefpersonen of proefdieren. Dat kan in de 21e eeuw echt niet meer, aldus de Canadese hoogleraar Cara Tannenbaum. Zonder aandacht voor sekse- en genderverschillen bij gezondheidsonderzoek zijn goede preventie, juiste diagnostiek en passende behandeling onmogelijk.

‘Vrouwen hebben een andere vetverdeling, hun geslachtshormonen beïnvloeden de werking van de lever en hun hartritme is anders dan van mannen’, somt Cara Tannenbaum op. De nieren van vrouwen blijken ook gevoeliger te zijn voor sommige medicijnen dan die van mannen. ‘Bepaalde medicijnen kunnen bij vrouwen zelfs dodelijke bijwerkingen hebben. De slaappil Zolpidem wordt bij vrouwen bijvoorbeeld langzamer afgebroken dan bij mannen. Dankzij deze onderzoekskennis zijn enkele medicijnen van de markt gehaald en wordt bij andere een seksespecifieke dosering voorgeschreven.’

Canada koploper

Tannenbaum was onlangs in Nederland als spreker tijdens het congres Gender en Gezondheid van WOMEN Inc. en het Tweede symposium Gender en Gezondheid van ZonMw. Tannenbaum staat aan het hoofd van het Institute of Gender and Health. Dat is een van de dertien instituten die samen the Canadian Institutes of Health Research uitmaken. Zo’n instituut voor gender, sekse en gezondheid is uniek in de wereld, zegt Tannenbaum. Die koploperspositie dankt Canada mede aan beleid van de landelijke overheid. ‘De Canadese regering heeft wetenschappers gevraagd om gendersensitieve onderzoekspraktijken. Ze wil zeker weten dat de resultaten van gezondheidsonderzoek toepasbaar zijn op jongens én meisjes, mannen én vrouwen, net als op mensen op wie het man-vrouwonderscheid niet zomaar toepasbaar is. De boodschap is dat gezondheidszorg iedereen in gelijke mate ten goede moet komen.’

‘De wetenschappelijke cultuur om experimenten simpel te willen houden, is diepgeworteld’

Toch houden ook in Canada gezondheidswetenschappers nog niet vanzelfsprekend rekening met verschillen tussen mannen en vrouwen. Daarvoor is een omslag nodig. ‘We staan voor de uitdaging een reductionistisch onderzoeksschema, dat werkt met één variabele, los te laten. De wetenschappelijke cultuur om experimenten simpel te willen houden, is diepgeworteld. In het verleden wilde men niet eens vrouwen in onderzoek opnemen omdat ze zwanger konden worden. We zitten nu in de 21e-eeuw, en beginnen te beseffen dat iedereen anders is. Dat vraagt een gepersonaliseerde benadering in de behandeling: de juiste medicatie in de juiste dosis per persoon, rekening houdend met sekse, genen en andere verschillen. Ons instituut wil onderzoekers bewust maken van de noodzaak van die andere manier van kijken. Steeds meer professionals zien in dat ze behandelingen moeten aanpassen en nieuwe vaardigheden nodig hebben voor onderzoek, diagnose en behandeling.’

Prijzen

De trainingsmodules die haar instituut hiervoor ontwikkelt, zijn al door meer dan tweeduizend mensen gevolgd, zegt Tannenbaum. Ook het toekennen van prijzen aan studenten die sekse en gender bij hun studie betrekken, hoort bij de bewustwordingsaanpak. Canada kent inmiddels een landelijk studentennetwerk Sex and gender en netwerken op alle universiteiten. ‘De cultuuromslag is ook een kwestie van leeftijd. Jongeren staan hier veel meer voor open. Maar ze kunnen nog altijd begeleiders treffen die zeggen: “Ik wil niet dat je daarnaar kijkt”, als een student een resultaat meldt waarbij er een verschil tussen mannen en vrouwen is gevonden’, vertelt Tannenbaum.

Trots

Als Canadese best practice noemt Tannenbaum een onderzoek van de Canadian Cardiovasculair Society. Het is opgezet om onderzoeksbewijs over verschillen tussen mannen en vrouwen te verzamelen. Zo wordt duidelijk of het nodig is om in de richtlijnen voor de behandeling van hart-en vaatziekten onderscheid te maken tussen mannen en vrouwen. ‘Ik ben echt trots op dit onderzoek’, zegt de hoogleraar. ‘Want er zijn genoeg barrières: onderzoekers die verschillen tussen mannen en vrouwen niet onderzoeken of er niet over rapporteren. En zelfs als dat wel gebeurt, moet je er nog voor zorgen dat die informatie bij de clinici terecht komt.’

Kleine haarvaten

In Nederland loopt nu een soortgelijk onderzoek. Projectleider is cardiovasculair epidemioloog Maryam Kavousi van het Erasmus MC. Een inmiddels bekend sekseverschil is dat mannen vaker een hartinfarct krijgen doordat de kransslagaders dichtslibben, vertelt zij. Bij vrouwen doen de obstructies zich vaker voor in de kleine haarvaten rond het hart. Dat geeft andere klachten, met als risico dat artsen een hartinfarct bij vrouwen niet tijdig herkennen. De diagnose is ook lastiger omdat deze kleine haarvaten moeilijk met een angiogram in beeld te brengen zijn. ‘We willen achterhalen wat hierover bekend is. As je meer weet over de risicofactoren voor mannen en vrouwen, kun je beter aan preventie doen. En je wilt toch vooral voorkomen dat klachten optreden.’

 
 

Cardiovasculair epidemioloog Maryam Kavousi van het Erasmus MC

Criteria voor onderzoek en publicaties

De subsidiecriteria van ZonMw en de Nederlandse Hartstichting bepalen dat elke studie voldoende aandacht moet besteden aan diversiteit, waaronder verschillen tussen mannen en vrouwen. De onderzoeksfondsen van de Europese Commissie stellen vergelijkbare eisen. Steeds meer wetenschappelijke tijdschriften volgen dit voorbeeld. Onderzoeken met enkel mannelijke proefdieren of zonder aandacht voor man-vrouwverschillen zouden niet meer geaccepteerd moeten worden, aldus Kavousi en Tannenbaum.

Controversieel onderwerp

Gesprekken met Nederlandse cardiologen over dit thema en hoe zij dit in de praktijk vormgeven, moeten een beeld geven van de state of the art. ‘Het is een controversieel onderwerp. De ene cardioloog vindt dat je onderscheid tussen mannen en vrouwen moet maken, de andere niet’, zegt Kavousi. ‘De onderzoeken en de bewijzen zijn nog niet eenduidig. Daarin moet deze systematische literatuurstudie verbetering brengen.’ Onbetwistbare bewijzen ter onderbouwing van man-vrouwverschillen zijn van doorslaggevend belang om de praktijk te veranderen, benadrukt ze. Er zijn dus meer onderzoeksprojecten nodig. ‘Hoe meer bewijs er is, hoe moeilijker je het belang van aandacht voor deze verschillen kunt ontkennen.’

Kennisprogramma Gender en gezondheid

ZonMw organiseerde vanuit het Kennisprogramma Gender en Gezondheid op 6 oktober het tweede symposium Gender en Gezondheid.


Auteur: Veronique Huijbregts
Foto: Sannaz Moghaddam

Naar boven
Direct naar: NavigatieDirect naar: InhoudDirect naar: Onderkant website