Gezondheid prijkt steevast bovenaan in lijstjes van wat mensen belangrijk vinden, boven geluk, financiële zekerheid en familie. Hoe verwonderlijk is het dan dat maar zo weinig mensen erin slagen een gezond leven te leiden? Aan gebrek aan kennis kan het niet liggen. Er zijn niet veel mensen die níet weten dat het slecht is voor je gezondheid om te veel te eten, te roken, of hele avonden op de bank voor de televisie door te brengen.

Mogelijk zijn de mensen die gezondheid zo belangrijk vinden niet oprecht en roepen ze maar wat zonder zich te realiseren dat een goede gezondheid ook een beetje inspanning vergt – om van de bank af te komen en een keer nee te zeggen tegen een kroket. Maar ook die verklaring klopt niet helemaal. Ik denk dat de meeste mensen wel oprecht zijn en gezondheid hoog in het vaandel hebben, maar het knap lastig vinden de daad bij het woord te voegen. Ze willen wel maar hebben toevallig wel iets anders aan hun hoofd, of ze hebben simpelweg geen energie om ongezonde verleidingen te weerstaan. In de psychologie is deze kloof tussen willen en doen zo ongeveer het belangrijkste leerstuk in onderzoek naar regulatie van gedrag. 

Goede voornemens

Inmiddels is dit inzicht breed doorgedrongen, getuige het recente rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid Weten is nog geen doen. Een realistisch perspectief op zelfredzaamheid. Het mag dus bekend worden verondersteld dat mensen best wat hulp kunnen gebruiken om hun goede voornemens in praktijk te brengen. Je zou denken dat juist op het gebied van gezondheid nudges omarmd zouden worden als interventie om mensen in staat te stellen zich gezonder te gedragen. Voor wie de kranten al een tijdje niet gelezen heeft: nudges (of deftiger gezegd ‘keuze-architectuur’) zijn subtiele veranderingen in de omgeving die de gewenste keuze gemakkelijker maken, zonder de ongezonde keuze te verbieden. 

Nudges maken het mogelijk de kloof tussen willen en doen te overbruggen

Maar nudges zijn niet zo populair in de gezondheidszorg. Terwijl op tal van ministeries geëxperimenteerd wordt met nudges om mensen op tijd belasting te laten betalen of wat vaker de auto te laten staan, blijft het op het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport stil en worden nudges er afgedaan als ongewenste vorm van betutteling. Dat is jammer, want je zou kunnen stellen dat nudges juist bijdragen aan autonomie omdat ze het mogelijk maken de kloof tussen willen en doen te overbruggen. Al die mensen die autonomie zo hoog in het vaandel hebben, vinden het kennelijk lastig te accepteren dat we niet altijd in staat zijn ons te gedragen in overeenstemming met wat we belangrijk vinden. Dat is des te vreemder als je bedenkt dat nudges eigenlijk al te vinden zijn in de zorg, ook al worden ze niet zo genoemd. Denk aan automatisch ingeplande afspraken of slimme pillendoosjes. Het is hoog tijd voor een volgende stap: experimenteren met nudges op het gebied van gezondheidsgedrag. Een handreiking, in de vorm van een rapport dat mijn collega Marleen Gillebaart en ik schreven in opdracht van ZonMw, ligt al klaar.


Denise de Ridder is hoogleraar gezondheidspsychologie aan de Universiteit Utrecht
Foto: Ivar Pel

Naar boven
Direct naar: NavigatieDirect naar: InhoudDirect naar: Onderkant website