Een miljoen Nederlanders hebben diabetes type 2. De standaardbehandeling slaat bij een deel van hen onvoldoende aan of geeft vervelende bijwerkingen. Onderzoekers proberen te ontdekken aan welke factoren dat ligt, zodat in de toekomst behandeling op maat mogelijk wordt.

‘Ik ben geen arts, maar wetenschapper die fundamenteel onderzoek doet’, legt Leen ’t Hart aan het begin van het interview uit. Hij is universitair hoofddocent bij de afdeling moleculaire celbiologie van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) en al jaren betrokken bij het onderzoek naar oorzaken en de beste behandeling van diabetes type 2, waarbij mensen verhoogd glucose in het bloed hebben. ‘Het wordt gezien als een vrij onschuldige ziekte, maar het kan leiden tot ernstige complicaties aan de bloedvaten, nieren en ogen, zenuwpijnen en slecht helende wonden. Eén miljoen Nederlanders lijdt aan deze ziekte, waardoor diabetes type 2 niet alleen een enorme impact heeft op levens van mensen, maar ook op de gezondheidszorg.’

Hoe krijgen mensen diabetes type 2?

‘Er is niet één oorzaak. Het is een samenspel van factoren. Dat maakt het ook lastig in de preventie en behandeling. We weten dat leefstijl een belangrijke rol speelt, zoals ongezond eten met veel vet en suiker, en weinig bewegen. Maar er is ook een sterke erfelijke component. Je moet er dus ook aanleg voor hebben. Onze onderzoeken richten zich op de vraag hoe leefstijl en genetica op elkaar inspelen en hoe de behandeling beter kan.’

Waar bestaat de behandeling uit?

‘Huisartsen beginnen vaak met leefstijladvies. Maar het blijkt heel moeilijk voor mensen om hun gedrag te veranderen. Vaak volgt al snel een behandeltraject met medicijnen om bloedsuikerspiegels omlaag te krijgen. Als niets meer werkt, moeten mensen insuline gaan spuiten.’

Werkt deze aanpak?

‘Daar hebben we naar gekeken in ons laatste onderzoek, gefinancierd door het ZonMw-programma Goed Gebruik Geneesmiddelen. Het LUMC heeft dat samen met het VUmc in een multidisciplinair team uitgevoerd. In ons studiecohort blijkt dat 8 à 10 procent van de mensen met diabetes type 2 onvoldoende op de nu gebruikelijke one-size-fits-all-behandeling reageert. Overigens liggen die percentages internationaal vaak hoger. Deze mensen blijven ondanks de behandeling kampen met een te hoge bloedsuikerspiegel. Als artsen dan uiteindelijk insuline geven, is er vaak al veel schade aangericht en werkt zelfs de insuline soms niet meer.’ 

 ‘We ontdekten dat vrouwen meer risico lopen op diarree als bijwerking van het meest gebruikte medicijn’ 

Hoe vergaat het de meerderheid die wel baat heeft bij de standaardbehandeling?

‘Ondanks het feit dat zij een goede glucose-regulering hebben, kunnen ook deze mensen uiteindelijk diabetische complicaties ontwikkelen. Ook krijgt 20 procent van de mensen die starten met metformine, het meest gebruikte diabetesmedicijn, diarree. Meestal is het kortdurend. Maar 2 à 3 procent houdt last van diarree en moet overstappen naar een ander medicijn. We hebben ontdekt dat vrouwen hierop meer risico lopen, en dat ook gelijktijdig gebruik van andere geneesmiddelen van invloed is op de diarreeklachten. Daarmee zouden artsen nu al rekening kunnen gaan houden.’

Hoe komt het dat mensen verschillend op de behandeling reageren?

‘We weten dat verschillende factoren, zoals erfelijke aanleg, leefstijl, gewicht, beweging en geslacht, in combinatie met elkaar de behandeling beïnvloeden. In ons onderzoek hebben we bijvoorbeeld gekeken of er erfelijke varianten zijn waardoor mensen met diabetes type 2 beter of juist minder goed op medicijnen reageren. We hebben ontdekt dat de groep die een bepaalde gen-variant én overgewicht heeft, dagelijks een extra pil metformine moet slikken om hetzelfde effect te bewerkstelligen. We kunnen deze uitkomsten echter nu nog niet vertalen naar het individu. Daarvoor moeten we nog meer onderzoek doen. Zo willen we bijvoorbeeld ook bepaalde stofjes in het bloed gaan meten, zogeheten metabolieten, en kijken of we daarmee beter kunnen voorspellen hoe patiënten zullen reageren op glucoseverlagende medicijnen.’

Hoe vernieuwend zijn deze studies?

‘Tien à vijftien jaar geleden was dit onderzoek niet mogelijk omdat we toen niet de technieken hadden om grootschalig genetische factoren en metabolieten te meten. Nu kan dat wel. Bovendien ontwikkelen de technieken zich razendsnel en worden ze goedkoper. Wel is het zo dat naarmate we meer gegevens verzamelen, de analyse ervan ook steeds complexer wordt. Maar daar ligt voor ons juist de uitdaging.’

Wat is het uiteindelijke doel?

‘Eigenlijk wil je dat iedere persoon met diabetes type 2 een therapie op maat krijgt, afgestemd op zijn of haar gezondheid en situatie. Mensen zullen dan minder complicaties ontwikkelen en de kwaliteit van leven zal verbeteren. Ofwel: personalised medicine. Ook de zorgkosten zullen daardoor minder hoog zijn, omdat de mensen nog beter worden behandeld. Zo ver zijn we echter nog niet. 

Als het lukt om de effecten van al die factoren vast te stellen, zouden we een rekenmodel kunnen ontwikkelen. Daarbij voert de arts de specifieke kenmerken van de patiënt en de resultaten van de laboratoriummetingen in, waarna er een advies uitrolt voor de ideale behandeling voor die persoon. Dan kunnen we elke diabetespatiënt therapie op maat geven. Maar voordat dat mogelijk is, moet er nog het nodige onderzoek gedaan worden.’


Auteur: Tjitske Lingsma
Foto: Sietske Raaijmakers

Naar boven
Direct naar: NavigatieDirect naar: InhoudDirect naar: Onderkant website