Ga direct naar de inhoud Ga direct naar het hoofdmenu Ga direct naar het zoekveld
 

Topzorg en onderzoek in niet-academische centra: brede basis voor betere zorg

16 mei 2017
Ook in niet-academische ziekenhuizen vindt vaak baanbrekend onderzoek plaats. Naar zeldzame aandoeningen én naar ‘gewone’ problemen waarvoor in academische centra minder ruimte is.

Op een invitational conference, georganiseerd door ZonMw en STZ (Samenwerkende Topklinische opleidingsZiekenhuizen) bij ZonMw klonk een pleidooi voor meer samenwerking  in onderzoek en topzorg. 

Het ging van een indrukwekkend verhaal over ‘extreme geneeskunde’ bij vroeggeboren kinderen tot slimmer omgaan met polsfracturen bij ouderen. Zes flitspresentaties vanuit niet-academische ziekenhuizen – anderen dan die deelnemen aan het ZonMw-programma TopZorg – schetsten een kleurrijk beeld. De boodschap: dit gebeurt er zoal in topklinische opleidingsziekenhuizen, waarbij de intensieve samenwerking met patienten bijzonder is. De presentaties maakten ook duidelijk dat er op projectniveau vaak al goede samenwerking bestaat tussen STZ-ziekenhuizen en umc’s. De presentaties volgden op enkele tussentijdse resultaten uit de lopende evaluatie van het ZonMw-programma TopZorg. Voor conclusies over de maatschappelijke meerwaarde van zeer specialistische zorg en onderzoek in niet-academische ziekenhuizen is het nog te vroeg, aldus Jeroen Postma (iBMG). Wel helpt het programma om bestaande activiteiten te professionaliseren en beter te organiseren. En TopZorg is daarnaast ook een stimulans voor nieuwe vormen van zorg, onderzoek en kennisverspreiding.

Hordes te nemen

De flitspresentaties vormden de opmaat voor een paneldiscussie onder leiding van ZonMw-voorzitter Jeroen Geurts (zie kader) met de zaal. Daaruit bleek dat ondanks alle mooie voorbeelden nog wel de nodige hordes te nemen zijn. Deels vanwege de schotten tussen academische centra en topklinische ziekenhuizen. Panellid Wilco Peul – in beide werelden actief – heeft het voorheen nog ‘houten schot’ zelfs gaandeweg zien veranderen in een ‘stenen muur’. Daarnaast (maar zeker ook ermee samenhangend) zijn er hobbels vanwege de ontoereikende financiering van topzorg en -onderzoek buiten de academische wereld. Het programma TopZorg zorgt voor een goede impuls, maar hoe geven we die uiteindelijk een meer structureel karakter?

Puzzelen met botten

Zowel het panel als de zaal roemde de enorme drive uit de presentaties om met alle betrokkenen tot de beste resultaten te komen. Panellid Heleen Post (Patiëntenfederatie Nederland) was erg enthousiast over de rol van patiëntenorganisaties in de gepresenteerde initiatieven. Hun inbreng leidt tot uitkomsten waar de patiënt echt wat aan heeft, stelde ze vast. Ook Pim Assendelft (Radboudumc) was blij verrast door wat hij ‘indrukwekkend patiëntgeoriënteerd onderzoek’ noemde. En Diana Delnoij (Zorginstituut Nederland) verwees naar de stuwende kracht van het ‘puzzelen met botten’, een beeld uit de presentatie over polsfracturen. Ze zag de wil van bevlogen artsen om continu het eigen handelen te evalueren. Als je elkaar van daaruit weet te vinden, worden de schotten volgens haar vanzelf een stuk lager.

Meer dan op inhoud

Samenwerking vanuit de inhoud dus. Ook Peter Paul van Benthem (Federatie Medisch Specialisten) had er een mooi voorbeeld van: de kennisagenda voor de KNO, waarvoor de wetenschappelijke vereniging ook met patiënten heeft samengewerkt. Deze zorgt voor draagvlak, en dat is weer goed voor de implementatie van nieuwe kennis. Toch is samenwerken op inhoud niet genoeg, waarschuwde Assendelft vanuit het panel. Ook de infrastructuur voor onderzoek en topzorg vergt volgens hem nog veel gemeenschappelijke inzet.

Platform voor samenwerking

Dat vond ook Carolien Bouma van de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU). ‘Laten we de goede voorbeelden verder versterken. De kracht van de umc’s zit in ICT en bijvoorbeeld methodologie. Daar kunnen de niet-academische ziekenhuizen meer en beter gebruik van maken.’ In een korte reflectie stelde STZ-voorzitter Marjanne Sint dat onderzoek zich 'over de grenzen van de instituten’ zou moeten bewegen. 'Iedereen hier is een potentiële partner voor een gedeeld belang: de verbetering van de gezondheid.' Voorzitter Jeroen Geurts sloot af met een duidelijk aanbod: laat ZonMw een platform bieden voor blijvende samenwerking, gevoed door de drive in het veld. En zowel op de inhoud als op een stevige infrastructuur die topzorg en - onderzoek verder brengt.

Symposium

Het symposium Topzorg en -onderzoek in niet-academische centra (op uitnodiging) werd op 16 mei 2017 gehouden bij ZonMw. Het bood een kijkje in de keuken van topzorg, toponderzoek en onderwijs buiten de academische setting. Pecha Kucha-presentaties schetsten de opbrengsten voor wetenschap, de zorgpraktijk én patiënt. Het symposium werd georganiseerd door ZonMw  en STZ (Samenwerkende Topklinische opleidingsZiekenhuizen). Onder leiding van ZonMw-voorzitter Jeroen Geurts discussieerden de bijna tachtig aanwezigen met een panel over mogelijkheden om onderzoek en topzorg buiten de academische setting beter te borgen.

In het panel:

  • prof. dr. Wilco Peul – hoogleraar Neurochirurgie, neurochirurg en epidemioloog (LUMC en Haaglanden Medisch Centrum) en tevens lid van de begeleidingscommissie TopZorg
  • prof. dr. Diana Delnoij – afdelingshoofd Ontwikkeling, Wetenschap en Internationale Zaken, Zorginstituut Nederland
  • prof. dr. Pim Assendelft – hoogleraar Huisartsgeneeskunde, Radboudumc Nijmegen, commissievoorzitter Gezondheidsraadsadvies ‘Onderzoek waarvan je beter wordt’
  • mr. Heleen Post – manager Kwaliteit, Patiëntenfederatie Nederland