Ga direct naar de inhoud Ga direct naar het hoofdmenu Ga direct naar het zoekveld
 
Nieuwe wegen in effectonderzoek

Flexibel behandelen met koffer vol bouwstenen

De jeugdsector kent veel interventies voor hulp bij opvoeden en opgroeien, die zijn erkend als ‘goed onderbouwd’ of ‘effectief’. Maar bij sommige doelgroepen is er nogal wat overlap. Zes consortia zoeken naar methoden om ze effectiever toe te passen. Emeritus hoogleraar Veerman: ‘Behandelaren zien door de bomen het bos niet meer.’ 

In de Databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlandse Jeugdinstituut (NJi) zijn inmiddels zo’n 225 interventies voor hulp bij opvoeden en opgroeien opgenomen, en het aantal groeit. Dat gaat ten koste van de overzichtelijkheid. ‘Als je al die interventies goed bekijkt, zie je veel overlap’, zegt Jan Willem Veerman, emeritus hoogleraar speciale kinder- en jeugdzorg (Radboud Universiteit in Nijmegen). ‘Ze zijn opgebouwd uit potentieel werkzame elementen, ofwel bouwstenen zoals: opvoedvaardigheden leren aan ouders, een veilige omgeving creëren en een kind weerbaarder maken. Toch komen er steeds nieuwe jeugdinterventies bij. Bijvoorbeeld omdat behandelaren vinden dat kinderen in Friesland een nét iets andere aanpak nodig hebben dan kinderen elders in het land. Ze bedenken daarom liever een eigen interventie.’

Overzicht

Behandelaren zien door de bomen het bos niet meer. Ook financiers van Jeugdhulp – de gemeenten – hebben behoefte aan overzicht. Daarom vroeg ZonMw in het kader van het programma Effectief werken in de jeugdsector in 2015 aan zes onderzoeksconsortia, met experts uit wetenschap en praktijk, om op zes inhoudelijke thema’s  een effectiviteitsslag te maken (zie kader).

Dezelfde taal

Veerman is adviseur van één consortium en is daarnaast voorzitter van de werkgroep taxonomie, waaraan alle consortia deelnemen. ‘Eerst moet je een gemeenschappelijk woordenboek hebben. In een eerste fase hebben wij uit de literatuur zo’n tweehonderd potentieel werkzame elementen of bouwstenen gedestilleerd. Een aantal gaat dwars door de interventies heen. Elk consortium onderzoekt nu welke van die bouwstenen zij terugvinden in hun interventies en welke effectief zijn. Sommige doen dat door middel van een meta-analyse van reeds gepubliceerde onderzoeken. Andere laten behandelaren in de praktijk op een scoringslijst aankruisen wat ze gedaan hebben bij bijvoorbeeld agressie of angst, en of het effect had. Door alle overlap op te sporen en elementen op hun effectiviteit te onderzoeken, hopen we het aantal interventies te kunnen indikken tot een beperkter aantal treatment families.’

Koffer

Behandelaren hebben dankzij die treatment families een symbolische koffer vol werkzame elementen bij zich. Daaruit kunnen ze de bouwstenen gebruiken die op dat moment nodig zijn. Sommige behandelaren vragen zich zelfs af in hoeverre er straks überhaupt nog interventies nodig zullen zijn. ‘Interventies bestaan niet voor niets’, zegt Tom van Yperen, als orthopedagoog en expert jeugdstelsel Nederlands Jeugdinstituut (NJi) nauw betrokken bij het onderzoek. ‘Ze vormen handige pakketten van werkzame elementen, een ijkpunt waarin je je handelen voor elke doelgroep kunt spiegelen. Ik voorspel dat interventies – zij het in ingedikte vorm en met meer kennis over de werkzame elementen – de pijlers blijven van Jeugdhulp.’

‘Veel bestaande interventies zijn lastig toepasbaar in de praktijk’

Het gebruik van treatment families zal volgens Veerman en van Yperen leiden tot meer modulaire zorg op maat ofwel personalised mental health. Van Yperen: ‘Er is nu nog commentaar op veel bestaande interventies. Ze zijn lastig toepasbaar in de praktijk en dat gaat ten koste van het effect. Om maatwerk te kunnen leveren, wijken behandelaren vaak af van de methodiek. Zij zijn daarom positief over de nieuwe, modulaire werkwijze.’ Van Yperen voorziet dat er veel onderzoek nodig is om te bepalen wat de precieze werkzaamheid van de elementen zijn. ‘Dat is een gecompliceerde vraag’, zegt hij. ‘Bouwstenen krijgen immers pas waarde binnen een context. Je kunt ze moeilijk geïsoleerd onderzoeken. Steeds is dus de vraag: aan welke bouwsteen kun je het succes toeschrijven? Ligt het aan de combinatie van bouwstenen, of de volgorde waarin je ze toepast? Dat willen we uitzoeken.’

Belangen

Met de ontwikkelingen zijn meer belangen gemoeid dan alleen die van goede Jeugdhulp en overzicht voor gemeenten. Onder eigenaren van interventies bestaat de angst dat ze, door deze modulaire zorg op maat, hun interventie niet meer als pakket kunnen aanbieden. Veerman: ‘Zij zien hun business in rook opgaan. Nu nog leiden ze behandelaren op en verzorgen ze jaarlijkse bijscholing. Organisaties betalen soms dure licenties voor hun product.’

Uniformiteit

Veerman benadrukt dat behandelaren altijd getraind moeten zijn, ook voor het uitvoeren van de werkzame elementen van de treatment families. ‘Scholing blijft een voorwaarde.’ Beide mannen beseffen dat de Jeugdhulp bij het streven naar optimale zorg nog een lange weg heeft te gaan. ‘Flexibiliteit is belangrijk, maar dat geldt ook voor uniformiteit’, zegt Veerman. ‘Behandelaren zullen de werkzame elementen dus volgens voorschrift moeten uitvoeren. Je wil voorkomen dat een kind of probleemgezin in Limburg een andere aanpak krijgt dan in Groningen. Hoe zo’n element eruit gaat zien, zal de praktijk uitwijzen. Daarvoor zullen we ons handelen voortdurend moeten toetsen. Werkt het? Laat dat dan maar zien.’

Auteur: Riëtte Duynstee
Foto: Marcel van den Bergh / Hollandse Hoogte