Ga direct naar de inhoud Ga direct naar het hoofdmenu Ga direct naar het zoekveld
 
Internationaal consortium onderzoekt invloeden op leefstijl

Samenwerken voor gezonde wereldburgers

Het streven van het internationale Joint Program Initiative a Healthy Diet for a Healthy Life is dat mensen in 2030 gezond eten en voldoende bewegen. Waarom ze dat nu te weinig doen, was het onderwerp van het eerste onderzoeksproject. ‘Deze vragen los je als land in je eentje niet op.’

‘Veel onderzoek gaat over de relatie tussen gedrag en gezondheid’, zegt voedingswetenschapper en epidemioloog Johannes Brug van de Universiteit van Amsterdam. Hij coördineerde het Europese onderzoeksconsortium Determinants of Diet and Physical Activity, kortweg DEDIPAC. ‘Bijvoorbeeld: wie veel verzadigd vet eet, heeft meer kans op hart- en vaatziekten en diabetes. Maar welke factoren bepalen nu het gedrag? Hoe komt het dat sommige mensen graag vet en zoet eten, en weinig bewegen? Kortom: wat zijn de oorzaken van de oorzaken?

Inzicht nodig

Dat is de vraag waarop DEDIPAC zich drieënhalf jaar heeft geconcentreerd. Driehonderd onderzoekers uit twaalf landen onderzochten factoren (determinanten) die eet-, beweeg- en zitgedrag verklaren. ‘Dat inzicht heb je nodig om interventies en beleid te ontwikkelen’, zegt Brug. ‘Het geeft je aangrijpingspunten om het gedrag te beïnvloeden.’

Complexe rol

DEDIPAC is het eerste gefinancierde initiatief van het Joint Program Initiative a Healthy Diet for a Healthy Life (JPI HDHL). Dit Europese samenwerkingsverband onderzoekt de complexe rol van voeding in relatie tot ziekte, gezondheid en preventie. Het streven is dat Europeanen en andere wereldburgers in 2030 gezond eten en voldoende bewegen. In DEDIPAC bogen wetenschappers zich over drie thema’s. Brug: ‘Behalve studies naar determinanten zelf is er onderzoek gedaan naar methodologie. Hoe meet je determinanten? Daarover moet overeenstemming zijn, zodat je resultaten met elkaar kunt vergelijken, ook internationaal.’

Beter evalueren

Het derde onderzochte thema is hoe je beleidsinterventies op het gebied van eet- en beweeggedrag beter kunt evalueren en – ook weer internationaal – met elkaar kunt vergelijken. Brug: ‘Overal in Europa worden beleidsinterventies gedaan. Bijvoorbeeld publiekscampagnes, gymnastiekprogramma’s op scholen en prijsmaatregelen, zoals belasting op frisdrank. Welke interventies zijn effectief en waarom? Als we ze beter evalueren, krijgen we er meer grip op.’

Down- en upstream

Welke factoren bepalen nu het eet-, beweeg- en zitgedrag? Dat zijn complexe systemen, is de bevinding van DEDIPAC. ‘Er liggen biologische, psychologische, sociale, geografische, economische, maatschappelijke en culturele factoren aan ten grondslag’, zegt Brug. ‘Dat zijn downstream- en upstream-invloeden. Downstream-invloeden staan dicht bij het individu en raken aan persoonlijke keuzen: houd ik van chocolade, vind ik dat ik moet sporten? Upstream-factoren gaan over inrichting van de leefomgeving, dus over beleid: zijn er fietspaden, wordt deelname aan sport gesubsidieerd, wat zijn de regels voor gezonde voeding in schoolkantines? Opvallend is dat er veel onderzoek is gedaan naar downstream-factoren en nog weinig naar upstream-factoren. Terwijl beleidsmaatregelen waarschijnlijk meer invloed hebben. Je bereikt meer burgers als je de leefomgeving verantwoord inricht, met bijvoorbeeld de aanleg van fietspaden, zit-sta-bureaus in kantoren en belasting op frisdrank.’

‘We willen in de toekomst meer buiten Europa samenwerken’

Het belangrijkste resultaat van DEDIPAC is volgens Brug het kennisnetwerk dat is ontstaan. ‘DEDIPAC is steeds bedoeld als een “knowledge hub”, een multidisciplinair Europees kennisnetwerk op het gebied van determinanten voor eet-, beweeg- en zitgedrag. Dat is het ook geworden. Er zijn veel samenwerkingsverbanden ontstaan van wetenschappers die elkaar zonder DEDIPAC nooit hadden ontmoet. Ze hebben een gezamenlijke infrastructuur voor onderzoek gebouwd.’

Meetinstrumenten

Ook een belangrijke opbrengst vindt de coördinator het overzicht van kwaliteit en bruikbaarheid van meetinstrumenten. ‘We hebben een online toolbox ontwikkeld die onderzoekers, beleidsmakers en gezondheidsprofessionals helpt om eet-, beweeg- en zitgedrag te meten, en om beleidsinterventies te benchmarken en te evalueren.’ Tot slot noemt Brug het opgeleverde literatuuroverzicht waardevol. ‘We hebben een serie systematische literatuuroverzichten gepubliceerd waarmee we de huidige stand van de wetenschap over de “oorzaken van de oorzaken” hebben vastgelegd.’

Uitwisseling

Pamela Byrne is voorzitter van JPI HDHL. ‘Overal worstelen overheden met de economische gevolgen van hart- en vaatziekten, diabetes en overgewicht’, zegt zij. ‘JPI HDHL gelooft dat onderzoekers meer invloed kunnen uitoefenen als al die kennis, kunde en expertise gebundeld worden.’ Verschillen tussen de landen noemt Byrne de grote kracht van het samenwerkingsverband. ‘In ons bestuur zitten afgevaardigden van de meest uiteenlopende financiers van onderzoek en ministeries bijeen aan tafel: gezondheid, landbouw, financiën, infrastructuur. Elk land heeft bovendien een eigen culturele achtergrond en andere financieringsstrategieën. Er is een enorme behoefte aan uitwisseling van ervaring, kennis en inzichten. Met samenwerking bereiken we meer.’

Wereldwijd

Bij de oprichting van JPI HDHL in 2010 sloten 14 Europese landen zich aan. Inmiddels zijn dat er 26, waaronder ook Canada en Nieuw-Zeeland. ZonMw vertegenwoordigt Nederland. Byrne: ‘We willen in de toekomst meer buiten Europa samenwerken. China, Japan en Australië hebben al belangstelling getoond.’

Vertrouwen 

Voor haar is vertrouwen een sleutelwoord. ‘We bouwen aan vertrouwen’, zegt ze. ‘Daardoor zie je de projecten ook groeien. Ook de Europese Commissie uit vertrouwen; ze financiert ons en we werken samen aan grote vraagstukken. Komende jaren willen we nog beter gaan begrijpen hoe we burgers en overheden kunnen ondersteunen bij het nemen van juiste beslissingen. Tien jaar geleden was de vraag nog: hoe kunnen wij voldoende voeding produceren voor iedereen? Nu vragen overheden zich af: hoe kunnen wij gezonde voeding produceren en dieet-gerelateerde ziekten voorkomen? Zo’n vraag los je als land in je eentje niet op.’

Tekst: Riëtte Duynstee
Foto: William Hoogteyling, Hollandse Hoogte