Ga direct naar de inhoud Ga direct naar het hoofdmenu Ga direct naar het zoekveld
 
Oefentherapie onder de loep

Bewegen als behandeling bij artrose

Wegen de baten van oefentherapie bij artrose op tegen de kosten? Zorginstituut Nederland buigt zich over die vraag. Mediator vroeg hoogleraar artrose en gerelateerde aandoeningen Sita Bierma naar de stand van de wetenschap.

Artrose komt veel voor. Ongeveer 1,2 miljoen Nederlanders staan bij huisartsen geregistreerd met deze aandoening aan knieën, heupen en/of handen. In maart 2017 brengt Zorginstituut Nederland (ZIN) een rapport uit over – onder meer – het nut van oefentherapie bij artrose. Minister Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport had daarom gevraagd. Zij wil weten of het verstandig is fysiotherapeutische behandeling op te nemen in het basispakket van de zorgverzekering. 

Behandeling

Met de behandeling van artrose houden vele wetenschappers zich bezig. Een van hen is Sita Bierma-Zeinstra, hoogleraar artrose en gerelateerde aandoeningen op de afdelingen huisartsgeneeskunde en orthopedie van het Erasmus MC. Bij artrose spelen volgens haar veroudering en genetische aanleg een belangrijke rol. ‘Extreme belasting, zoals bij topsporters, maar ook trauma’s aan het gewricht en overgewicht geven een verhoogd risico. Normaal herstelt het gewricht zich, maar op een gegeven moment slaat dat herstelmechanisme op hol. Dat proces gaat gepaard met ontstekingen en vervorming van bot en kraakbeen.’ 

Stepped-care-principe

Als behandelstrategie geldt volgens haar het stepped-care-principe, waarbij de aangeboden zorg niet zwaarder is dan nodig. Eerst krijgt de patiënt educatie, leefstijladviezen en paracetamol. Werkt deze aanpak onvoldoende, dan volgt oefentherapie, eventueel in combinatie met zwaardere pijnstillers en zo nodig een verwijzing naar de diëtist. De laatste redmiddelen zijn injecties met corticosteroïden ter bestrijding van de ontsteking en/of een operatie.

Spierkorset

Bierma-Zeinstra is zijdelings betrokken geweest bij het ZIN-onderzoek. Haar collega Arianne Verhagen, fysiotherapeut en manueel therapeut, nam in opdracht van het instituut de wetenschappelijke literatuur door op het effect van oefentherapie. Zo’n therapie bestaat uit spierversterkende oefeningen, mobilisering van het gewricht en conditietraining, licht de hoogleraar toe. ‘Sommige spieren worden bij artrose zwakker, waardoor ze het gewricht minder beschermen. We weten niet of zwakke spieren het gevolg of de oorzaak van artrose zijn. Je hebt in ieder geval een goed spierkorset nodig om het gewricht stabiel te houden. Er zijn zelfs aanwijzingen dat het trainen van de grote spieren rondom het gewricht een anti-inflammatoir effect heeft.’

Richtlijnen 

In de richtlijnen van huisartsen (NHG), fysiotherapeuten (KNGF) en orthopeden (NOV) wordt oefentherapie als behandeling van artrose geadviseerd. Voor de huisartsen beperkt dit advies zich tot de knie en voor de andere twee beroepsgroepen geldt dat advies ook voor de heup. Er is tevens een multidisciplinaire richtlijn die momenteel in herziening is. Bierma, die vindt dat de richtlijnen mooi op elkaar aansluiten, heeft zelf verschillende onderzoeken gedaan naar oefentherapie. Een daarvan was een doelmatigheidsstudie naar oefentherapie bij heupartrose. 

‘Juist als mensen inactief worden, neemt de artrose toe’

De aanleiding voor deze studie was dat eerdere onderzoeken hadden aangetoond dat zo’n behandeling bij knieartrose effectief is. ‘Bij heupartrose train je vooral de bilspieren. Na drie maanden oefentherapie zagen we een matig effect, maar negen maanden later was dat effect vrijwel verdwenen. Het is dus belangrijk de oefeningen te blijven doen. Boostersessies, waarbij een fysiotherapeut in de loop der tijd extra ondersteuning biedt, kunnen daarbij helpen. Inmiddels hebben andere groepen wetenschappers gelijksoortige studies gedaan en die bevestigen dat oefentherapie bij heupartrose zinvol is. Interessant is dat je met fysiotherapie geld bespaart, omdat je anders duurder uit bent door bijvoorbeeld extra medische kosten en ziekteverzuim.’

Meta-analyse

Voor de literatuurstudie in opdracht van ZIN namen de Rotterdamse wetenschappers wereldwijd de onderzoeken naar het effect van oefentherapie bij knie- en heupartrose onder de loep. Voor heupartrose betrof het een meta-analyse van negen gecontroleerde klinische onderzoeken die al eerder in een Cochrane-review waren samengevat en zes recentere gecontroleerde studies. Voor knieartrose waren die aantallen respectievelijk 36 en 16. 

Goede voorlichting

Bierma: ‘Ook uit deze analyse kunnen we concluderen dat oefentherapie effectief is. Wat heel belangrijk is, en dat wordt ook al in de richtlijnen benadrukt, is dat patiënten goede voorlichting krijgen. Ze moeten zich ervan bewust zijn dat de diagnose artrose niet betekent dat het gewricht helemaal kapot is en dat ze niets meer kunnen. Juist als mensen inactief worden, neemt de artrose toe, krijgen ze meer pijn en gaat hun algemene gezondheid achteruit. Normaal bewegen, zoals wandelen en fietsen, is juist goed voor het gewricht. Je krijgt een betere uitwisseling van voedings- en afvalstoffen in het kraakbeen.’

Op gang brengen

Bierma vindt het belangrijk dat conservatief behandelen wordt vergoed. Ze benadrukt dat de fysiotherapeut als taak heeft de patiënt op gang te brengen, te informeren en zo nodig later boostersessies aan te bieden. ‘Als een patiënt zonder begeleiding zelf begint en dan pijn krijgt, bestaat het risico dat hij of zij ermee ophoudt. Een fysiotherapeut kan de grenzen aangeven en vertellen dat het normaal is dat in het begin de oefeningen leiden tot extra pijn. Je moet mensen leren zoveel mogelijk hun eigen ziekte te verzorgen en bij te houden, zodat ze vervolgens niet meer afhankelijk zijn van een fysiotherapeut.’

Tekst: John Ekkelboom
Foto: Suzanne van de Kerk, ANP PHOTO