Ga direct naar de inhoud Ga direct naar het hoofdmenu Ga direct naar het zoekveld
 
Aandacht voor cognitief herstel na hartstilstand

Revalidatie van lichaam en geest

Het Rijnlands Revalidatie Centrum ontwikkelde een programma voor patiënten die een hartstilstand overleefden. Daarin is er aandacht voor zowel fysiek als geestelijk herstel. De gecombineerde aanpak wekt belangstelling in binnen- en buitenland.

Een fitte man van zestig jaar gaat op de tennisbaan onderuit. Een hartstilstand. Omstanders slagen erin hem te reanimeren. In allerijl wordt hij met de ambulance naar het ziekenhuis gebracht en is gered. Maar zijn medespelers staan er aangeslagen bij. Ze zagen hun tennismaatje bijna sterven. De patiënt, die buiten kennis was, heeft niets van het drama meegekregen, maar zal wel de gevolgen ondervinden.

Revalidatie

Zulke ernstige incidenten gebeuren elke dag, zegt Paulien Goossens, revalidatiearts en medisch directeur van het Rijnlands Revalidatie Centrum (RRC) in Leiden. In Nederland krijgen jaarlijks 16.000 mensen een hartstilstand. De fitte zestiger behoort tot de groep van 1900 mensen die zo’n hartstilstand overleven. De revalidatie van deze patiënten is doorgaans gericht op verbetering van de fysieke conditie van het hart en lichaam. ‘Ze gaan naar een sportschoolsetting waar ze onder strikte begeleiding trainen’, aldus Goossens. Het overgrote deel van de patiënten knapt zo goed op, dat ze hun leven weer oppakken en zelfs weer gaan werken en sporten. Het lijkt een mooi resultaat.

Geestelijke schade

Toch heeft een groep patiënten problemen waar tijdens de revalidatie nauwelijks aandacht voor is. De tennisser merkte na verloop van tijd dat hij toch niet zo scherp meer was. Ook andere patiënten ervaren cognitieve problemen: hun geheugen en concentratie zijn minder goed en het is lastiger kennis op te nemen. ‘Behandelaars constateren dat patiënten soms erg eigenwijs zijn, of helemaal niet meer komen opdagen. Ook de familie ervaart patiënten als lastig en heeft meer met hen te stellen’, zegt Goossens. Maar liefst 23 procent van de patiënten worstelt met emotionele en cognitieve problemen. ‘Deze problemen worden veroorzaakt door het zuurstoftekort in de hersenen dat tijdens de hartstilstand is opgetreden, waardoor ze ook geestelijke schade hebben opgelopen’, aldus de revalidatiearts.

Nieuw programma

Goossens en haar collega’s in Leiden hebben een nieuw programma ontwikkeld waarin ook wordt gewerkt aan deze problemen. Het RRC-team heeft hiervoor een zorgpad opgezet dat al in het ziekenhuis begint. Wekelijks neemt een verpleegkundige van het RRC contact op met het ziekenhuis om te kijken welke nieuwe patiënten binnen zijn gekomen na een succesvolle reanimatie. De patiënt wordt gevolgd tot aan het ontslag. Als de patiënt thuis is, komt na vier weken een RRC-verpleegkundige langs die een vragenlijst afneemt. Op basis van de uitkomsten bepaalt het revalidatiecentrum welke behandeling nodig is.

Combinatiebehandeling

Er is een groep die geen cognitieve problemen ervaart en voldoende heeft aan de reguliere behandeling. De patiënten die in lichtere of zwaardere mate cognitieve problemen ondervinden, krijgen de combinatiebehandeling, die volgens Goossens ‘met een geringe aanpassing in het reguliere traject kan worden toegevoegd’. Het team voor de combinatiebehandeling bestaat uit revalidatieartsen, een maatschappelijk werker, psycholoog, ergotherapeut, logopedist, diëtist, bewegingsagoog en een seksuoloog. Tevens wordt er voorlichting gegeven aan familieleden, die soms zo geschrokken zijn van het incident, dat ze zelf met hartritmeklachten op de eerste hulp belanden.

‘Een jaar later hebben velen een goede kwaliteit van leven herwonnen’

De resultaten zijn positief, stelt Goossens. Sinds 2011 heeft het RCC zo’n 150 personen na een hartstilstand via de nieuwe aanpak gerevalideerd. ‘Alle patiënten zeggen dat ze de aandacht voor hun emotionele en cognitieve vaardigheden als heel prettig hebben ervaren. Psychiaters uit de regio zeggen dat ze vrijwel nooit meer patiënten zien die na een hartstilstand volkomen zijn vastgelopen. De grootste winst wordt geboekt bij de groep met de mildere cognitieve klachten. Een jaar later hebben velen een goede kwaliteit van leven herwonnen en kunnen ze weer meedoen.’ Zelfs de groep die geen geestelijke schade heeft opgelopen, vaart wel bij de nieuwe aanpak, omdat er over de gehele linie meer voorlichting wordt gegeven over de effecten van een hartstilstand. ‘Ook de families hebben beduidend minder klachten’, zegt Goossens.

Werkboek

Het RRC werkt aan de verspreiding van de methode. Goossens en projectcoördinator Liesbeth Boyce hebben de aanpak beschreven in een werkboek, gefinancierd door ZonMw, waardoor ook andere instellingen deze kunnen toepassen. Bij Sophia Revalidatie, een medisch-specialistisch revalidatiecentrum in Delft, heeft al een proefimplementatie plaatsgevonden. Boyce verricht bij RRC nu een wetenschappelijke evaluatie van het zorgpad.

Zweedse richtlijn

Minstens zo bemoedigend is dat, onafhankelijk van het RRC, professionals in de Zweedse stad Lund een soortgelijk programma hebben ontwikkeld. ‘Reeds enkele jaren screent een speciale verpleger patiënten die zojuist een hartstilstand hebben gehad om te zien of ze naast fysieke, ook emotionele en cognitieve problemen hebben. Deze screening is zojuist vastgelegd als nationale richtlijn’, vertelt revalidatietherapeut Gisela Lilja, verbonden aan het Skåne Universiteitsziekenhuis en Lund University. ‘Alleen zijn bij ons, in Lund, de trajecten voor het verbeteren van de fysieke conditie en de cognitieve vaardigheden twee gescheiden zorgpaden. In Leiden pakken ze deze problemen gecombineerd op één plek aan. Dat is eigenlijk beter.’

Goede weg

Leiden en Lund ‘leren van elkaar,’ stelt de Zweedse therapeut. Geïnspireerd door Leiden is er veel meer samenwerking tussen de units voor neuro- en hartrevalidatie van het ziekenhuis in Lund. Maandelijks geeft Lilja samen met de fysiotherapeut een presentatie aan patiënten en familieleden over zaken als geheugenverlies, vermoeidheid, emotionele problemen en het belang van preventie van een nieuwe hartstilstand voor hart en hersenen. ‘Maar het belangrijkste is dat op twee plekken – Leiden en Lund – een soortgelijke aanpak is ontdekt, die ook screening op cognitieve problemen omvat. Het bewijst dat het programma in verschillende contexten en landen toepasbaar is, en geeft ons de overtuiging dat we op de goede weg zitten’, zegt Lilja.

Tekst: Tjitske Lingsma
Foto: Sabine Joosten, Hollandse Hoogte