Ga direct naar de inhoud Ga direct naar het hoofdmenu Ga direct naar het zoekveld
 

‘De Iraanse infrastructuur is minder geavanceerd’

Veel wetenschappers werken enige tijd in den vreemde. Wat valt ze daar op? Deze keer: moleculair epidemioloog Abbas Dehghan, tot voor kort onderzoeker en universitair docent bij het Erasmus MC. Met een Iraanse beurs kwam hij in 2004 naar Nederland. Vanaf september werkt hij in Londen.

Wat is uw onderzoeksterrein?

‘Ik doe onderzoek naar de genen die gelden als risicofactoren voor hart- en vaatziekten en diabetes. Meer specifiek heb ik gekeken naar de genen die een rol spelen bij de immuunreactie van het lichaam op bepaalde stoffen. Dat is belangrijk, want dat proces bepaalt bijvoorbeeld hoe het lichaam reageert op de plaque die zorgt voor de vernauwing in bloedvaten en daarmee het risico op cardiovasculaire ziekten. Het is echt cutting edge, een hyperinnovatief onderzoeksterrein. Onze bevindingen zijn nu nog theoretisch en moeten nog in de praktijk worden toegepast, maar op een dag zullen we weten welke kinderen genetisch gezien meer risico lopen, waardoor we al vroeg kunnen inzetten op bijvoorbeeld het aanpassen van hun lifestyle. Ik hoop dat ons onderzoek veel zal betekenen voor de preventie van cardiovasculaire aandoeningen.’

Hoe bent u in Nederland terecht gekomen?

‘In Iran studeerde ik medicijnen, maar als student wilde ik al epidemioloog worden. Ik wilde research doen. De Iraanse overheid gaf me een beurs om in het buitenland een PhD te doen. Ik heb voor Nederland gekozen omdat er bij het Erasmus MC een uitstekende master epidemiologie werd gegeven die ik eerst wilde volgen. Ik dacht een jaar in Nederland te zijn. Uiteindelijk ben ik twaalf jaar gebleven. Niet alleen omdat ik het zo naar mijn zin had in mijn werk en met het onderzoek, maar ook omdat ik houd van het land en het leven hier.’

‘Aanhaken bij de internationale onderzoeksgemeenschap zou vanuit Iran lastiger zijn’

Wat is het verschil in wetenschapsbeoefening tussen Iran en Nederland?

‘Er zit grote vooruitgang in het onderzoek in Iran en ook daarom heb ik het gevoel dat mijn afwezigheid van twaalf jaar een lange tijd is. Maar de verschillen zitten vooral in de infrastructuur die in Iran veel minder geavanceerd is. In Nederland is er meer geld en zijn er meer mogelijkheden. Ook is het hier gemakkelijker om aan te haken bij het internationale netwerk van onderzoekers die op dit terrein research doen. Dat zou vanwege de politieke context lastiger zijn vanuit Iran.’

Is dat netwerk belangrijk?

‘Het onderzoeksterrein is zo breed en heeft zoveel facetten dat het bij uitstek multidisciplinair is. We kunnen het alleen doen als epidemiologen, biologen, statistici en andere experts samenwerken. Voor het onderzoek zijn zoveel faciliteiten nodig, dat één researchcentrum het nooit alleen kan doen. We werken samen met instituten in landen als de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. Uiteraard zijn we met elkaar in competitie, maar de samenwerking is dominant. We hebben elkaar echt nodig om resultaat te boeken. Als je kijkt naar mijn publicaties, dan zie je dat er tientallen auteurs aan hebben meegewerkt. We zijn bepaald geen geïsoleerde wetenschappers die ergens in een uithoek van een gebouw zitten te werken.’

Merkt u cultuurverschillen?

‘Vaak vragen mensen mij naar verschillen tussen Iran en Nederland. Maar in de wetenschap bestaan geen grenzen. Ik zie juist veel overeenkomsten. Zo houden alle onderzoekers van uitdagingen. Natuurlijk zie ik wel wat verschillen in mentaliteit en cultuur. Nederlanders zijn erg punctueel, hetgeen ik prettig vind. Ook zijn ze directer, wat het leven wel makkelijker maakt.’

Wat is uw volgende stap?

‘Vanaf september werk ik als onderzoeker bij het Imperial College Londen. Omdat het Verenigd Koninkrijk een grotere economie dan Nederland is, biedt het meer mogelijkheden voor het type onderzoek dat ik doe. Ik ben samen met mijn gezin verhuisd. Mijn vrouw is ook Iraanse en wetenschapper. Mijn zoontje is vier jaar. Hij is tot nu toe naar de Nederlandse kinderopvang geweest. Hij zal nu Engels moeten gaan leren.’

Zien ze u nog eens terug in Iran?

‘Je weet het maar nooit. Het leven zit vol verrassingen. Nu zijn het de professionele uitdagingen en kansen die mij drijven. Maar wie weet ga ik na mijn pensioen terug naar Iran, waar mijn moeder, broer en zusters wonen en de zon veel vaker schijnt.’

Tekst: Tjitske Lingsma
Foto: Levien Willemse