Ga direct naar de inhoud Ga direct naar het hoofdmenu Ga direct naar het zoekveld
 
Versterking afweersysteem bij Lynch-syndroom

Darmkanker voorkomen met vaccin

Mensen met het Lynch-syndroom hebben een grote kans op dikkedarmkanker. Om zo’n tumor te voorkomen, heeft het Radboudumc een vaccin ontwikkeld. De eerste proeven bij enkele dragers van deze erfelijke afwijking stemmen optimistisch.

Als binnen een familie dikkedarmkanker op relatief jonge leeftijd veel voorkomt, is de kans groot dat het Lynch-syndroom de boosdoener is. Bij deze erfelijke aandoening worden foutjes die ontstaan tijdens het kopiëren van DNA – iedere week worden al onze darmcellen vervangen – niet hersteld. Normaal corrigeert een reparatiegen deze defecten, maar dat gen werkt bij hen niet goed. Het gevolg is dat er cellen met afwijkende eiwitten ontstaan die kunnen ontaarden in kankercellen. De kans dat dit ooit gebeurt is 70 procent. Hoeveel mensen zo’n defect gen hebben, is onbekend. Veel dragers komen er pas achter als de tumor zich openbaart. Ongeveer 4 procent van alle darmkanker is Lynch-gerelateerd.

Sneller kwaadaardig

Mensen die dankzij DNA-onderzoek weten dat ze het Lynch-syndroom hebben, kunnen hun darmen om de twee jaar laten onderzoeken. Voor vrouwelijke dragers geldt tevens zo’n controle van het baarmoederslijmvlies, omdat daar eveneens het risico van kanker is verhoogd. Eventuele poliepen – het voorstadium van kanker – kunnen dan worden verwijderd. Probleem is wel dat bij het Lynch-syndroom die poliepen veel sneller kwaadaardig worden en al op jongvolwassen leeftijd kunnen ontstaan. Deze tumoren reageren niet zo goed op chemokuren als andere vormen van darmkanker.

Ontremmen

Maar er gloort een sprankje hoop. Er is inmiddels een immunotherapie die goed aanslaat bij darmkankerpatiënten met het Lynch-syndroom. Deze behandeling is gericht op de rem die de tumor aanbrengt op het afweersysteem, dat daardoor de tumorcellen niet meer kan aanvallen. Het blijkt mogelijk met monoklonale antistoffen die rem eraf te halen. Jolanda de Vries, hoogleraar translationele tumorimmunologie in het Radboudumc, ziet hierin een bevestiging dat het immuunsysteem een duidelijke rol speelt bij het Lynch-syndroom. Door het afweersysteem preventief te versterken hoopt zij het ontstaan van darmkanker te voorkomen.

Dendritische cellen

Samen met collega’s van haar laboratorium en in nauwe samenwerking met de Nijmeegse hoogleraar erfelijke kanker Nicoline Hoogerbrugge, heeft De Vries een vaccin ontwikkeld specifiek tegen kanker als gevolg van het Lynch-syndroom. Daarbij maakt ze gebruik van dendritische cellen. ‘Dit zijn de regisseurs van het afweersysteem. Zij kunnen T-cellen instructies geven om ontsporende cellen te herkennen en om zeep te helpen. Wij hebben die dendritische cellen zo afgericht, dat de aanval uiteindelijk is gericht op de Lynch-tumorcellen. We geven ze een stukje tumoreiwit. Dat moeten ze vervolgens presenteren aan de T-cellen, waarna deze afweercellen precies weten wie de vijand is die ze moeten killen.’

‘Het afweersysteem keerde zich niet tegen de gezonde cellen’

Via het programma Translationeel Onderzoek van ZonMw heeft De Vries onderzocht of het vaccin het beoogde effect heeft en veilig is. Wat veiligheid betreft, had ze er al vertrouwen in. Ze heeft namelijk al eerder een gelijksoortige therapie ontwikkeld, waarmee mensen met melanomen – een agressieve vorm van huidkanker – met succes zijn behandeld. Hoewel het nieuwe vaccin preventief is bedoeld, testte ze het eerst bij drie Lynch-patiënten die al kanker hadden. Voorloper-dendritische-cellen werden bij de patiënten zelf afgenomen, om die cellen in het laboratorium voor hun taak op te leiden. Binnen anderhalf jaar tijd kreeg ieder persoon in totaal negen vaccinaties. De Vries: ‘We zagen bij deze proefpersonen de T-cellen verschijnen die we wilden aanzetten tegen de verkeerde eiwitten. Mooi was bovendien dat er geen sprake was van auto-immuniteit. Het afweersysteem keerde zich niet tegen de gezonde cellen.’

Heftige respons

De volgende onderzoeksstap was het vaccineren van twintig Lynch-dragers die nog geen kanker hadden. Ook zij ondergingen dezelfde behandelingsstrategie van negen vaccinaties. De resultaten waren wederom hoopgevend, zegt de hoogleraar. ‘Opvallend was dat ze veel meer koorts kregen dan de drie patiënten die al kanker hadden en de melanoompatiënten uit het andere onderzoek. We zagen veel meer specifieke T-cellen ontstaan, waarschijnlijk omdat de Lynchdragers een goed functionerend immuunsysteem hadden, nog niet aangetast door de tumorcellen. Zo’n krachtige respons is natuurlijk heel gunstig.’

Meerdere centra

De vraag is of de geïnstrueerde T-cellen toekomstige tumorcellen zullen herkennen en doden en of misschien een ander stukje eiwit van de tumor een nog sterkere reactie van T-cellen oplevert. De Vries wil dat met tumorcellijnen in het lab onderzoeken. Verder wil ze weten of gevaccineerde Lynch-dragers ook daadwerkelijk geen kanker krijgen. ‘De groep vrijwilligers uit de pilotstudie is te klein om het langetermijneffect van vaccinatie te onderzoeken. We zouden daarom graag met meerdere centra gevaccineerde Lynch-dragers langere tijd willen volgen. Pas dan weten we of deze veelbelovende aanpak de doelgroep kan vrijwaren van kanker.’

Tekst: John Ekkelboom
Foto:
Image Point Fr, Shutterstock