Ga direct naar de inhoud Ga direct naar het hoofdmenu Ga direct naar het zoekveld
 
Academisering van de verpleegkunde

‘Er wordt veel te weinig kennis ontwikkeld en toegepast’

Het werk van Nederlandse verpleegkundigen en verzorgenden behoeft meer wetenschappelijke onderbouwing. Waarom is dat zo belangrijk? En hoe gaat een verpleegkundig leiderschapsprogramma hieraan bijdragen? Mediator vroeg het Jan Hamers, hoogleraar ouderenzorg aan de Universiteit Maastricht.

Waarom is wetenschappelijke onderbouwing van de verpleegkunde belangrijk?

‘Patiënten hebben recht op adequate zorg. Verpleegkundigen baseren hun handelen op ervaring, autoriteit en trial and error. Het probleem is de diversiteit van het verpleegkundig handelen: ervaringen en tradities verschillen. Zo is het bij het inschatten van pijn erg belangrijk om op de juiste signalen te letten. Uit onderzoek zijn andere signalen bekend dan die waar verpleegkundigen meestal op letten. Ander voorbeeld: van wijkverpleegkundigen wordt veel verwacht bij het inschatten van de kwetsbaarheid van mensen. Maar hoe bepalen ze die? Zelf ben ik betrokken geweest bij onderzoek naar vrijheidsbeperking van demente ouderen, bijvoorbeeld vastbinden met een Zweedse band, om te voorkomen dat ze vallen. Dat was tot vijftien jaar geleden echt common practice. Het heeft meerdere onderzoeks-, begeleidings- en evaluatieprojecten gekost om die niet-effectieve praktijk weg te krijgen.’

De afgelopen decennia is onderzoek op het gebied van verpleging en verzorging gestimuleerd: door middel van studies verplegingswetenschappen, onderzoeksverpleegkundigen, verpleegkundigen die promoveren. Wat hapert er nog aan de academisering?

‘Er hapert niet veel aan, maar ik denk dat je overschat wat er aan verpleegkundig wetenschappelijk onderzoek gebeurt ten opzichte van het aantal handen aan het bed. Het vergt veel méér dan één hoogleraar en een verpleegkundig onderzoeker. Los van de kwaliteit van het onderzoek kan ik zeggen dat er veel te weinig kennis wordt ontwikkeld, geïmplementeerd en toegepast. Aan de universiteiten van Maastricht, Utrecht en Nijmegen is de academische verpleegkunde het meest constant, maar ook daar moet steeds opnieuw de discussie worden gevoerd over of het echt nodig is om die te bestendigen.’

‘De veranderingen gaan met twee stappen vooruit en één achteruit’

Is de link tussen onderzoek en onderwijs te zwak?

‘Op de hbo-opleidingen, en zeker op het mbo, duurt het heel lang voordat nieuwe kennis in de curricula komt. Er is over en weer wel contact met de staven van hogescholen en vakgroepen, maar dat contact kan intensiever. In de Academische Werkplaats in Maastricht leggen we de link: zo’n negen van de tien van de onderzoekprojecten worden in de praktijk bedacht. Nieuwe interventies evalueren we voordat we ze uitrollen. Maar met de gewenste veranderingen in het verpleegkundig handelen gaat het als tijdens de processie van Echternach: twee stappen vooruit en één achteruit.’ 

Wat is de stand van zaken op het gebied van de academisering?

‘Het schort aan massa en verankering van onderzoek aan de universiteiten: die moet veel steviger. Ik vind wel dat er de laatste jaren wel wat slagen zijn gemaakt. Het ZonMw-programma Tussen Weten en Doen (TWD) zet in op uitbreiding van de wetenschappelijke staf en de infrastructuur voor verpleegkundig wetenschappelijk onderzoek aan de universiteiten. Onderdeel daarvan is dat onderzoekers het spel leren spelen van hoe je je een plaats verwerft aan een universiteit en die bestendigt.’

U doelt op het tweejarige programma Leadership Mentoring in Nursing Research dat in februari van start is gegaan. Twaalf gepromoveerde verpleegkundig onderzoekers zijn geselecteerd: zij mogen hun leiderschaps- en onderzoekscompetenties verder ontwikkelen.

‘Ja. Marieke Schuurmans, hoogleraar verplegingswetenschap aan de Universiteit Utrecht, Theo van Achterberg, toen hoogleraar verplegingswetenschap aan de Radboud Universiteit, en ik hebben samen een programma ingediend: Basic Care Revisited. Daarin ontwikkelen duo’s van postdocs een onderzoekslijn op het gebied van basiszorg. Daar zagen we graag een leiderschapsprogramma aan gekoppeld. ZonMw heeft dat gehonoreerd met een apart budget. We hebben een programma ontwikkeld dat bedoeld is om talentvolle onderzoekers te leren hoe de universitaire wereld werkt. De lat komt steeds hoger te liggen. Wil je als postdoc aan de universiteit blijven werken dan is het belangrijk om een aantal jaren bij een buitenlandse groep onderzoek te doen. Het is een pre als je dat zelf kunt bekostigen, bijvoorbeeld uit een persoonsgebonden subsidie. De deelnemers leren goede onderzoeksvoorstellen te schrijven om subsidies binnen te halen en hun onderzoek goed te verkopen. Als je daarin slaagt, kun je op den duur middelen uit de eerste geldstroom verwerven en verder bouwen. Want universiteiten hebben beperkte budgetten en een leerstoel kan altijd weer verdwijnen. Je moet de meerwaarde van je onderzoeksgroep en het onderzoek kunnen laten zien. In het leiderschapsprogramma laten succesvolle wetenschappers zien hoe zij dat hebben gedaan. We benadrukken dat er meerdere wegen zijn die naar Rome leiden. Uit goede voorbeelden en verhalen kunnen de deelnemers pakken wat bij hen past.’

Wat verwacht u van het programma?

‘Ook hiervoor geldt, net als voor onderzoek naar de vrijheidsbeperking van ouderen, dat het een proces van een langere adem is. Effecten van een programma merk je meestal pas zo’n tien jaar later. We moeten de tijd krijgen om wat te laten zien. Daarom zou het fantastisch zijn als TWD en het leiderschapsprogramma een vervolg gaan krijgen.’

Tekst: Angela Rijnen
Foto: Jonathan Vos