Ga direct naar de inhoud Ga direct naar het hoofdmenu Ga direct naar het zoekveld
 
‘Negatieve’ onderzoeksresultaten geven nieuw inzicht

Stembanden hinderen beademing allerkleinsten

Volgens neonatoloog Arjan te Pas van het LUMC kan de eerste opvang van te vroeg geboren baby’s nog beter. Hij onderzocht een nieuwe strategie om de ademhaling op gang te brengen. Bij proefdieren werkte die, bij mensenkinderen niet. Maar de proefnemingen hebben wél nieuwe ideeën voor onderzoek en behandeling opgeleverd. 

Voor welk probleem zocht u met de dierstudie een antwoord?

‘Het eerste kwartier na de geboorte is het meest kwetsbare moment van een te vroeg geboren baby. De longen en het hart moeten zich aanpassen aan de situatie buiten de baarmoeder. Met de eerste ademteugen moet de pasgeborene vocht uit de longen kwijtraken ofwel “klaren” en er lucht voor in de plaats binnenhalen. Komt de ademhaling niet spontaan of te zwak op gang, dan moet je beademen. Het is zaak dat voorzichtig te doen, omdat het schade aan de longen en de hersenen kan geven. Internationale richtlijnen schrijven voor hoe je dat bij te vroeg geborenen moet doen. Maar die richtlijnen zijn ontstaan uit tradities en dogma’s – er is weinig bewijs voor dat die manier van beademen optimaal is.’

Hoe gebeurt dat dan?

‘Nog niet zo lang geleden kregen te vroeg geborenen direct een buisje in de luchtwegen (intubatie) en gingen ze aan de beademing. Daar komt men steeds meer van terug: het intuberen en de beademing zelf kunnen vrij veel schade aanrichten. Zodoende is beademingsondersteuning met behulp van een masker in zwang geraakt. Gebruikelijk is een aantal “slagen” met een bepaalde druk toe te dienen, bijvoorbeeld vijf maal een seconde. Maar zelfs patiëntjes die spontaan gaan ademhalen, of na een aantal slagen, lukt het vaak onvoldoende of niet het vocht uit hun longen te klaren.’

Wat bent u precies gaan onderzoeken?

‘Ik wilde weten of een lange beademingsslag van vijftien seconden, zogenoemde “verlengde inflatie”, effectiever is om de longen van vocht te klaren. Die vraag heb ik samen met fysioloog Stuart Hooper uit Melbourne vertaald naar onderzoek bij te vroeg geboren konijnen en lammeren. De experimenten met konijnen hebben we in Japan verricht. Voor de beeldvorming van de longen gebruikten we speciale röntgenstralen, opgewekt door een deeltjesversneller – een synchotron. De zeer contrastrijke en heldere beelden stelden ons in staat tot op het niveau van de longblaasjes te bestuderen wat er gebeurde. We zagen dat met een verlengde inflatie het vocht werd geklaard en de longen goed en overal evenveel belucht raakten. Bij lammeren hebben we de effecten op de longdoorbloeding, het hart en de longfunctie kunnen meten. Verlengde inflatie bleek de longen completer lucht te geven met minder risico op complicaties en schade.’

‘We hebben veel meer inzicht gekregen in wat er rond de geboorte gebeurt’

Hoe verliep het vervolgens bij onderzoek naar te vroeg geboren mensenbaby’s?

‘Het is gebruikelijk om een gunstig resultaat daarna bij patiënten te gaan onderzoeken in een grote, vergelijkende, liefst gerandomiseerde studie. Ik doe vaak eerst een kleine tussenstudie. Met een monitor die samen met een bedrijf is ontwikkeld, hebben we de effecten van een verlengde inflatie op de longfunctie, hartfunctie en zuurstofvoorziening gemeten. De verlengde inflatie bracht niet altijd dezelfde gunstige effecten, behalve bij patiënten die spontaan gingen ademhalen.’

Heeft u daarvoor een verklaring?

‘Onze hypothese is dat het te maken heeft met de stembanden die vlak na de geboorte nog grotendeels gesloten zijn, totdat de ademhaling op gang is gekomen. De stembanden zijn tijdens de zwangerschap gesloten en gaan dan alleen heel kortdurend open tijdens ademhalingsbewegingen. Dit is om ervoor te zorgen dat het longvocht binnenblijft en dat is weer nodig voor de ontwikkeling van de longen. Waarschijnlijk zijn de stembanden de eerste minuten na de geboorte nog gesloten, omdat de pasgeborene moet wennen aan de nieuwe situatie. Inmiddels hebben we dat idee bevestigd bij te vroeg geboren konijnen met behulp van de synchotron. Als je om te beademen intubeert, zoals in de dierstudies was gebeurd, gaat de tube voorbij de stembanden. Maar bij pasgeboren baby’s gebruiken we, zoals ik al vertelde, een masker. Dan kan het zijn dat je tegen gesloten stembanden beademt.’

Beademingsapparaat voor babies

Kunnen we concluderen dat het proefdiermodel niet geschikt was om de vraag te beantwoorden?

‘Lammeren en konijnen zijn de beste dieren om veranderingen bij pasgeborenen direct na de bevalling te bestuderen. Op dat moment was er geen andere manier dan ze te beademen door een buisje. Inmiddels hebben we ook voor hen een masker ontwikkeld en kunnen we de spontane ademhaling en ademhalingsondersteuning bij deze dieren goed onderzoeken.’

Wat heeft het onderzoek opgeleverd?

‘Nou, in de eerste plaats vind ik het essentieel dat je, voordat je een grote trial start, meer weet over factoren die een rol kunnen spelen bij toepassing van een nieuwe behandeling. Pas dan kun je de vertaling naar de kliniek eigenlijk maken. Maar concreet hebben we veel meer inzicht gekregen in wat er rond de geboorte gebeurt. De stembanden zijn daarbij tot nu toe over het hoofd gezien. Nu hebben we onze onderzoeksvraag verlegd. We willen nu weten hoe je de stembanden open krijgt en vooral: hoe kun je de ademhaling bij patiëntjes het beste stimuleren en ondersteunen?’

Tekst: Angela Rijnen
Foto: Marijn van Zanten