Ga direct naar de inhoud Ga direct naar het hoofdmenu Ga direct naar het zoekveld
 
Nieuw concept krijgt gestalte in Rotterdam-Zuid

Pionieren met positieve gezondheid

Het concept positieve gezondheid maakt een opmars. Maar hoe breng je het in de praktijk? Mediator nodigde twee deskundigen uit om van gedachten te wisselen. Ze spraken over een initiatief in het Rotterdamse Feijenoord, waar mensen leren de regie over hun leven te nemen en een gemeenschap te creëren.

Ze kennen elkaar niet. Ze hadden zelfs nooit van elkaar gehoord. Mieke Reynen, zojuist afgezwaaid als bestuurder van een aantal gezondheidscentra in Feijenoord in Rotterdam-Zuid, is van de praktijk. Erik Buskens is hoogleraar medical technology assessment aan het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG), waar hij onderzoek doet naar doelmatigheid in de gezondheidszorg.

Abstract denken

Wat is positieve gezondheid? Buskens had tevoren een recente definitie gemaild: ‘Het vermogen zich aan te passen en een eigen regie te voeren, in het licht van de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven.’ Maar, voegt hij er aan toe, veel mensen zijn er niet mee opgevoed of ervoor opgeleid. ‘Het aspect van eigen regie vergt een hoge mate van bewustzijn en vermogen abstract te denken en te plannen. Daar ligt de grote uitdaging.’ Reynen, een gedreven spraakwaterval, steekt van wal: ‘In de kern betekent het: mensen doen ertoe.’ 

Forse schulden

In de Rotterdamse wijk Feijenoord spreekt positieve gezondheid niet bepaald vanzelf. Het gebied (72.000 inwoners) wordt gekenmerkt door grote sociaaleconomische problematiek: werkloosheid, analfabetisme, schulden, gezondheidsproblemen op jonge leeftijd. ‘Gemiddeld leven mensen hier tien jaar korter’, zegt Reynen. Het werkt vaak niet om bewoners aan te spreken op bijvoorbeeld overgewicht en het risico van diabetes, omdat ze eerst inzicht moeten hebben in een aantal basisvaardigheden rond gezondheid en ze met zoveel problemen tegelijk kampen. ‘Als je forse schulden hebt of geen huis dan is dit onderwerp geen prioriteit.’ 

Samen één in Feijenoord

Terwijl Buskens aandachtig luistert, legt Reynen uit hoe het gezondheidscentrum acht jaar geleden het initiatief nam tot het opzetten van een groot netwerk. Inmiddels zijn 35 organisaties op het gebied van zorg, welzijn, wonen en onderwijs aangesloten bij Samen één in Feijenoord. Zij vaardigen medewerkers af naar ‘topontmoetingen’ en lunches van het netwerk over kwesties als taalachterstand, schulden, gezondheidszorg. ‘Aan het einde van de bijeenkomst wordt gevraagd: wie wil de handschoen oppakken?’ Zo wordt een team rondom een specifiek probleem gevormd.

‘We spreken mensen aan op hun talenten. Dat werkt, je ziet ze groeien’

Reynen geeft een voorbeeld: ‘In een straat blijkt niet alleen het energieverbruik hoog te zijn, maar hebben mensen ook enorme schulden. Drie gezinnen springen eruit. De persoon die het meeste contact met deze mensen heeft gaat op huisbezoek. Als een man gekleed in een hemdje en korte broek opendoet, omdat binnen de verwarming op 24 graden staat, leggen we hem uit dat zijn schuld aan de energiemaatschappij kan worden kwijtgescholden, maar dat we wel gaan bekijken hoe hij op energie kan bezuinigen. Ook vertellen we dat de woningbouwvereniging het huis zou kunnen isoleren.’

Kennisachterstand

Buskens: ‘Het is een mooi initiatief om mensen in een achterstandswijk uit de neerwaartse spiraal te halen. Maar worden ze met al die aandacht niet dood gepamperd?’ 
Reynen: ‘Deze man moet wel bijeenkomsten bijwonen over energiekosten, want vaak komen problemen door kennisachterstand.’ Buskens: ‘Beklijft dit? Moet je bij mensen niet de vaardigheden ontwikkelen om zelf de regie te doen?’ 
Reynen: ‘Dat gebeurt ook. We koppelen die man aan de website waarop buurtbewoners aangeven waar ze hulp bij nodig hebben. Als je een half uur voor een ander hebt gewerkt, krijg je een “zuiderling”. Deze man kan met de verdiende zuiderlingen ook weer iets aan een ander vragen. Iedereen heeft kwaliteiten zoals tuinieren, koken, brieven schrijven, timmeren of poetsen. We spreken mensen aan op hun talenten. Het werkt. Je ziet dat mensen groeien.’

Zonder subsidie

Buskens: ‘Het is een prachtig concept. De kunst is mensen zo ver te krijgen dat ze in staat zijn eigen doelen te stellen en de regie te nemen. Het is een slim model om de gemeenschapszin, het “noaberschap”, nieuw leven in te blazen. Hoe zit het met de financiering?’ 
Reynen: ‘We werken niet met subsidie. De organisaties die deelnemen aan het netwerk betalen ieder een bedrag variërend van 750 tot 2500 euro, waardoor ze medeverantwoordelijk worden. Zo hebben we een budget van 75.000 euro per jaar waarmee we onze coördinator betalen die activiteiten zoals de lunches, topontmoetingen en monitoring van projecten uitzet. Zodra het loopt, laat ze het verder aan de organisaties.’

Onbeantwoorde vragen

Buskens: ‘Dit is wellicht het model waar we naar zoeken. Door het netwerk verbind je de hulpverleners die gewoonlijk in hun eigen domein werken. Dat is tot nu toe een groot probleem gebleken. Maar hier zit de regie in het netwerk. Niemand is de baas. Dat is de kracht.’
Reynen: ‘Je moet het organiseren, maar je hebt geen organisatie nodig.’ 
Buskens: ‘Ik zie nog wel veel onbeantwoorde vragen. Als wetenschapper zou ik willen weten: wat zijn de werkzame elementen? Is het ook geschikt bij eenzame ouderen of in Oost-Groningen waar hele groepen al generaties werkloos zijn, of in de krimpgebieden in Limburg, Zeeland en Friesland? Ik heb straks een sabbatical. Mijn vrouw vindt dat ik veel met de hond moet gaan wandelen, want ik heb de laatste tijd te hard gewerkt. Maar ik zou graag een paar dagen bij jullie in Feijenoord meelopen.’ 
Reynen: ‘Je bent van harte welkom.’

Tekst: Tjitske Lingsma
Foto: Sietske Raaijmakers