Ga direct naar de inhoud Ga direct naar het hoofdmenu Ga direct naar het zoekveld
 

‘Het is hier veel internationaler geworden’

Veel wetenschappers werken enige tijd in den vreemde. Wat valt ze daar op? Deze keer: de Israëliër Reuven Agami, hoogleraar genetica en pathologie. Hij kwam achttien jaar geleden naar het Nederlands Kanker Instituut (NKI) vanwege een fellowship.

Wat is uw onderzoeksgebied?

‘Ik bestudeer op genetisch niveau hoe kanker werkt. Daarbij kijken we bijvoorbeeld naar de rol van de enhancer, een plek in het DNA die gen-gedrag reguleert. Sommige enhancers onderdrukken de ontwikkeling van tumorcellen, terwijl andere die stimuleren. Als we weten welke enhancers belangrijk zijn in de ontwikkeling van tumorcellen, kunnen we dat gebruiken voor de diagnostiek en behandeling van kanker. Het is een karwei, want ons genoom (het totale menselijke genenpakket, red.) heeft er een half miljoen, veel meer dan er genen zijn. Een ander voorbeeld van onze genetische benadering is dat we ontdekt hebben hoe je met behulp van genetische toepassingen tumorcellen kunt “uithongeren”. Daarover publiceerden we onlangs in Nature.’

Hoe bent u in Nederland terechtgekomen?

‘Na mijn studie in Tel Aviv ging ik voor mijn PhD naar het Weizmann Institute of Science in Rehovot, een topinstituut dat bekend is op het gebied van bio-informatica en genetica. Toen ik daar als twaalfjarige scholier op bezoek was, werd mijn interesse in de wetenschap gewekt. Mijn Nederlandse vrouw Esther ontmoette ik in mijn lab. We trouwden en kregen kinderen. Na vijf jaar besloten we naar Nederland te gaan. Ik had ook naar een van die prestigieuze instituten in Boston kunnen gaan zoals Harvard of het Massachusetts Institute of Technology, zoals de meeste collega’s deden. Maar we wilden ergens heen waar in ieder geval één van ons mensen kende. Het scheelde ook dat toenmalig NKI-directeur Piet Borst lezingen had gegeven in het Weizmann.’  

‘In Nederland heb je het goede leven’

Hoe verschilt de wetenschapsbeoefening tussen Israël en Nederland?

‘Toen ik net in Nederland kwam, was ik een beetje teleurgesteld. Niet in het niveau, maar in het gebrek aan levendigheid. In het instituut waar ik eerder werkte hadden we constant gasten, waren er allerlei activiteiten en was er altijd discussie over politiek. Maar inmiddels is het instituut gelukkig veel internationaler geworden. We hebben zo’n twintig nationaliteiten over de vloer – Canadezen, Portugezen, Zwitsers, Chinezen; van alles. Alleen politieke discussies heb je hier nog steeds niet, daarvoor zijn de meeste collega’s te nuchter.’

En hoe verschilt het leven in Israël en Nederland?

‘Vanwege de politiek instabiele situatie zijn Israëliërs nerveus. Ze hebben het gevoel dat ze op een eilandje zitten, omringd door vijanden die raketten kunnen afschieten. Daardoor laten mensen sneller hun emoties zien en nemen ze vaker risico’s. In Nederland heb je het goede leven. Als je veel te verliezen hebt, doe je ook niet zo snel gekke dingen. Mensen zijn hier rationeler.

Ik voel hier de rust om me te concentreren op dingen. Ook bijzonder: de vrijheid om te gaan en staan waar je wilt. De eerste keer dat ik in het Limburgse Slenaken was, maakte ik een wandeling in de omgeving. Bij terugkomst zag ik op de kaart dat ik zonder het te beseffen de grens was overgegaan, zonder checkpoints. Een openbaring.’    

Zien ze u nog terug in Israël?

‘Wie weet. Onze kinderen van 15, 20 en 22 zijn al groot. Oorspronkelijk zouden we na drie jaar teruggaan. Mijn vrouw wilde wel, maar ik publiceerde veel, kreeg mijn eigen groep en er viel hier zoveel nieuws te doen. Ik zei: “Als we teruggaan en spijt krijgen, kunnen we niet zo makkelijk weer naar Nederland. Naar Israël kunnen we altijd nog.”’

Tekst: Annette Wiesman
Foto: Antoni van Leeuwenhoek