Ga direct naar de inhoud Ga direct naar het hoofdmenu Ga direct naar het zoekveld
 

‘Samen lunchen vind ik belangrijk’

Veel wetenschappers werken enige tijd in den vreemde. Wat valt ze daar op? Deze keer: de in Turkije geboren Deniz Baskent, die vanuit de Verenigde Staten naar het Universitair Medisch Centrum Groningen kwam om daar hoogleraar auditieve perceptie te worden.

Wat is uw onderzoeksgebied?

‘In mijn onderzoek combineer ik medische wetenschap, psychologie, linguïstiek en techniek. Het grootste deel van mijn onderzoek besteed ik aan cochleaire implantaten voor doven, waarbij we problemen die zij ondervinden, in het lab nabootsen. Kunnen praten is een eigenschap die ons tot mensen maakt. Het gehoor is een enorm verfijnd systeem dat een belangrijke rol speelt in het ervaren en communiceren van emoties en in het definiëren van onze rol in de maatschappij. Ook ben ik benieuwd hoe het gehoor de cognitieve vaardigheden en ontwikkeling beïnvloedt. Veel mensen met een gehoorbeperking trekken zich terug en communiceren minder met anderen; hoe beïnvloedt dat de psychologische en geestelijke gezondheid? Met de Vidi-subsidie onderzocht ik hoe hersenen een gehoorbeperking compenseren en vooral in hoeverre oudere mensen daarvan gebruik kunnen maken.’

Hoe kwam u terecht in Groningen?

‘Toen ik stuitte op medical engineering dacht ik: dit is wat ik wil – hier komen zoveel velden samen. Mijn promotieonderzoek deed ik aan de University of Southern California in Los Angeles. Vervolgens kreeg ik een aanbod om te gaan werken als wetenschappelijk onderzoeker bij een bedrijf. In 2009 werd ik in Groningen aangesteld door het Rosalind Franklin Reasearch Fellowship, een fonds voor getalenteerde jonge wetenschappers. Een fantastische kans, met de mogelijkheid te onderzoeken wat ik wilde en collega’s die ervoor zorgden dat ik me welkom voelde. Ik had ook in de VS kunnen blijven, maar ik wilde graag dichterbij mijn familie in Turkije wonen.’ 

Hoe verschilt de Nederlandse wetenschapsbeoefening van die in de Verenigde Staten?

‘Als ik in de VS nieuwe ideeën of uitvindingen had, reageerde iedereen daar ontzettend enthousiast op. Hier zijn collega’s gereserveerder, zo van: goed hoor, maar waarom willen we dit? Anderzijds heb je hier meer baanzekerheid en is de work-life-balans in Nederland goed. Daardoor werk ik niet alleen efficiënter, maar ook creatiever. Alleen de fondsen zijn minder goed geregeld dan ik had gedacht. De Europese beurzen zijn zo gestructureerd dat jouw onderzoeksvraag daar maar nét in moet passen. Na Vici houdt het op. Dat vind ik wel eens eng. Het is moeilijk een onderzoeksgroep te bouwen en mensen vast te houden als je niet weet hoe het daarna verder gaat.’

Hoe bevalt het leven in Nederland?

‘Heel goed. We hebben een goede sfeer in mijn onderzoeksgroep. Ik vind het belangrijk dat we samen lunchen. Dat staat niet in de arbeidsovereenkomst, maar je moet elkaar leuk vinden. Daarom spreken we ook vaak na het werk af. Verder zijn Nederlanders erg eerlijk. Dat was in het begin wel even wennen. Vooral als ze zeiden dat ze mijn jurk niet leuk vonden, of zoiets. Ze hebben intussen van mij geleerd om dat niet meer te zeggen, alleen complimenten, haha. Maar op werkgebied is het beter om eerlijk te zijn – vooral als er een probleem is, dan komt er sneller een oplossing.’ 

Zien ze u nog terug in Turkije?

‘Ik zie mezelf hier nog wel een aantal jaren wonen, vooral omdat onze vijfjarige dochter al heel Nederlands is. Haar vader is Grieks en zelf groeit ze tweetalig op met Engels en Nederlands. Ik weet uit mijn eigen onderzoeksgebied dat kinderen die tweetalig opgroeien, veel makkelijker nieuwe talen aanleren. Turks kan altijd nog.’  

Tekst: Annette Wiesman
Foto: Ronald Zijlstra