Ga direct naar de inhoud Ga direct naar het hoofdmenu Ga direct naar het zoekveld
 
Preventie nodig van niet-medische risico’s bij zwangerschap

Gemeente kan baby betere start geven

Zorgen voor een gezonde start in het leven kunnen verloskundigen en gynaecologen niet alléén. Sociaal-maatschappelijke factoren spelen een belangrijke rol. Hoogleraar verloskunde en prenatale geneeskunde Eric Steegers van het Erasmus MC wist de gemeente Rotterdam te betrekken bij de geboortezorg. 

Waarom heeft de gemeente een rol bij verbetering van de geboortezorg?

‘In Rotterdam heeft een op de zes baby’s een slechte start in het leven, vooral door vroeggeboorte en een laag geboortegewicht. Mijn onderzoeksgroep ontdekte dat die slechte uitkomsten samenhangen met niet-medische, met name sociaal-maatschappelijke risico’s. Daarop kunnen wij als medische zorgverleners geen invloed uitoefenen. De gemeente wel, want die gaat daar over.’

Hoe overtuig je de gemeente van haar taak op dit terrein?

‘Toen ik in 2001 vanuit Nijmegen naar het Erasmus MC kwam, viel mij op dat er in Rotterdam in het verloskundig vakgebied veel pathologie was. Maar cijfers ontbraken. Daarvoor zijn wij gaan zorgen. Deze cijfers over gezondheid, ziekte en sterfte van pasgeboren kinderen hebben we verwerkt in een plattegrond van de stad op wijkniveau. Dat bleek een gouden greep. De plattegrond gaf ons niet alleen zelf inzicht, maar verschafte ook een rechtvaardiging om naar de wethouder te stappen.’ 

Is het dus een kwestie van cijfers verzamelen en een afspraak maken met de wethouder?

‘Daar begint het. Het is ook een kwestie van uitleggen, en laten zien waar het belang ligt voor de gemeente. Ik heb wel tien keer het probleem uitgelegd van de babysterfte en van ziekte van pasgeboren baby’s. Dat laatste is het grootste probleem, omdat een kind dat te vroeg of met een laag geboortegewicht wordt geboren, op latere leeftijd minder kansen heeft op een goede ontwikkeling en goede gezondheid. Elke gemeente wil een gezonde bevolking.’

Met welke gemeentelijke partijen werken jullie als universiteit samen?

‘Onder andere met de GGD. Die samenwerking is bijzonder en uitdagend, vanwege de verschillen van werkwijzen en culturen. Maar ik merk dat het enorm wordt gewaardeerd als je vanuit de ivoren toren van de universiteit naar de gemeente gaat. Langs die weg kun je nieuwe kennis snel aanwenden voor verbetering van de gezondheid van mensen in de wijk. Wat wij in Rotterdam in één jaar hebben gerealiseerd, een zorginnovatieprogramma voor zwangerschap neerzetten, daar doe je anders tien jaar over.’ 

Is actief beleid beïnvloeden een taak van universiteiten?

‘Wij hebben als universiteiten een verplichting om kennis die wij creëren naar buiten te brengen. Die maatschappelijke valorisatie van kennis is erg belangrijk. In de samenwerking blijkt dan vaak dat praktische toepassing heel snel mogelijk is en dat is heel motiverend.’ 

Wat kan de gemeente concreet doen? 

‘Hulp geven bij het aanpakken van de niet-medische problemen. Tijdens zorgexperimenten voor zwangere vrouwen kijken we als verloskundigen en gynaecologen niet alleen naar de medische en verloskundige risico’s, maar ook naar de sociale. Zit daar een groot probleem, dan komt de vrouw in een zorgpad terecht waarin ze hulp krijgt van gemeentelijke instanties. Bijvoorbeeld bij schuldsanering of stoppen met roken. Je moet mensen bij de hand nemen en zorgen dat ze weer regie over hun eigen leven krijgen. Dat moet je samen met de gemeente doen.’

Portret van dhr. Steegers

‘Als je pas zorg geeft als de zwangere vrouw bij de verloskundige komt, ben je eigenlijk al te laat’

Hoe ver reikt de samenwerking?

‘Dit Rotterdamse programma heeft landelijk de aandacht getrokken. Minister Klink is komen kijken naar het geboortecentrum dat we hadden gebouwd op het Sophia Kinderziekenhuis, als alternatief voor de vele poliklinische bevallingen hier. Dat was uniek: een eerstelijnsvoorziening op het dak van een universiteitsgebouw. Zo kregen we financiële steun van VWS om ook in veertien andere steden onderzoek te doen.’

Zijn er al resultaten meetbaar? 

‘We evalueren de wetenschappelijke gegevens nog. Ook in Rotterdam daalt de babysterfte, wat meer dan de perinatale ziekte. Je kunt onmogelijk zeggen dat dit een direct gevolg is van de zorgexperimenten. Maar deze aanpak heeft ons zorgverleners zeker alerter gemaakt. We letten beter op in de zwangerschap, interveniëren beter. De uitdaging voor de komende jaren is om de aantallen vroeggeboorten en het lage geboortegewicht te verminderen.’

Hoe? 

‘Door de sociale context beter te betrekken bij de zorg en door de zorg al te starten vóór de zwangerschap. De ontwikkeling van de baby in de buik van de moeder is essentieel, vooral in de eerste weken na de conceptie. Als je pas zorg geeft als de zwangere vrouw bij de verloskundige of gynaecoloog komt, ben je eigenlijk al te laat. In Rotterdam hebben we vrouwen uit hoogrisicowijken een mbo-opleiding tot voorlichter perinatale gezondheid laten volgen. Die vrouwen organiseren nu ook informele bijeenkomsten over gezond zwanger worden. Zo hebben we tweeduizend vrouwen bereikt en ook mannen, ook bij moskeeën.’ 

Welke ontwikkelingen voorziet u? 

‘We willen verloskundige zorg, kraamzorg en jeugdgezondheidszorg beter integreren. Bij het consultatiebureau kun je veel ouders bereiken met preconceptieadvies voor een volgende zwangerschap. Tot dusver gebeurde dat niet. Dat is een gemiste kans. In Rotterdam is deze interconceptiezorg nu formeel gemeentelijk beleid. Kansen benutten is ook de kern van maatschappelijke valorisatie van kennis. We laten in Nederland nog te veel kansen liggen.’

Tekst: Veronique Huijbregts
Foto: Marijn van Zanten