Ga direct naar de inhoud Ga direct naar het hoofdmenu Ga direct naar het zoekveld
 
Op zoek naar personalised medicine bij diabetische nefropathie

‘Een medicijn werkt bij iedere patiënt anders’

Bij veel diabetespatiënten werken medicijnen tegen hun bijkomende nierziekte nauwelijks of zelfs averechts. Klinisch farmacoloog Hiddo Lambers Heerspink ontwikkelt een instrument om hun medicatie af te stemmen op het individu. 

Van de ongeveer 800.000 diabetes type 2-patiënten in ons land krijgt maar liefst een kwart een nierziekte. De kans op dialyse en vroegtijdig sterven is hoog. Hiddo Lambers Heerspink, klinisch farmacoloog bij de afdeling klinische farmacie en farmacologie aan het Universitair Medisch Centrum Groningen, constateert dat de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen voor patiënten met diabetische nefropathie de afgelopen vijftien jaar weinig heeft opgeleverd. 

‘Er waren veelbelovende geneesmiddelen in ontwikkeling, zoals EPO-preparaten, endotheline-antagonisten en de combinatie van ACE-remmers met A2-antagonisten, maar uit grote studies bleek telkens dat ze nauwelijks effect hadden en dat ongeveer 30 procent van de patiënten er helemaal niet op reageerde. Sommige onderzoeken lieten zelfs een verhoogd risico zien van bijvoorbeeld hartfalen en beroerte. Het is teleurstellend dat deelnemers aan deze studies vier jaar lang aan een medicijn werden blootgesteld zonder tevoren te kijken of dat middel wel bij hen past.’

U wilt met uw onderzoek bijdragen aan personalised medicine, op de persoon afgestemde behandeling. Daarvoor kreeg u eerder een Veni- en onlangs een Vidi-subsidie van ZonMw. Wat heeft u tot nu toe gedaan?

‘Geneesmiddelen worden in de praktijk niet optimaal ingezet. Neem een bloeddrukverlager, zoals ACE-remmers. De arts kijkt alleen of dat middel de bloeddruk beïnvloedt, terwijl het ook andere effecten kan hebben. Zo kan het in het bloed het kaliumgehalte verhogen of dat van hemoglobine juist verlagen, waardoor de kans op de noodzaak van dialyse toeneemt. Je moet daarom al die positieve en negatieve effecten meenemen om het uiteindelijke effect van het middel op de patiënt goed in te schatten. Om dat mogelijk te maken, hebben we een instrument ontwikkeld: de PRE-score, dat staat voor multiple Parameter risk Response Efficacy. Daarmee kijk je niet alleen naar de beoogde werking van het medicijn, maar ook hoe sterk de neveneffecten zijn en hoe die variëren per individu. Elke persoon reageert namelijk anders.’

‘Met de PRE-score proberen we de optimale dosering te vinden’

Werkt dit instrument goed?

‘Het is nog in concept. We hebben via afgeronde studies naar verschillende geneesmiddelen tegen nierziekten achteraf gekeken of je met de PRE-score het geneesmiddeleffect goed kunt voorspellen. De resultaten waren veelbelovend. Bij nieuwe studies zetten we het instrument nu meteen in, ook om het verder te valideren. Zo ontwikkelen we op dit moment een geneesmiddel dat de concentratie eiwitten in de urine – albuminurie – verlaagt. We hebben twee doseringen en we weten inmiddels dat de hoogste het meest effectief is. Maar als de hoge dosering ook het lichaamsgewicht verhoogt door vochtretentie, kan deze negatieve bijwerking waarschijnlijk de gunstige effecten tegenwerken. Met de PRE-score proberen we de optimale dosering te vinden, zodat de deelnemers aan de fase III-studie geen schadelijke effecten zullen ondervinden. Maar de PRE-score is niet alleen bedoeld voor studies. Ook kunnen we daarmee therapieën individueel afstemmen. Zo kun je met de PRE-score in kaart brengen of de ACE-remmers bij een patiënt effectief zijn door systematisch alle effecten van dat medicijn te meten en te integreren in de score.’

Met de Vidi-subsidie wilt u kijken waarom diabetespatiënten onderling zo verschillend reageren op medicijnen tegen nierziekten. Hoe gaat u dat doen?

‘We proberen het juiste geneesmiddel bij de juiste patiënt te vinden. Om dit mogelijk te maken, moeten we weten welke moleculaire processen in het lichaam veranderen bij blootstelling aan een geneesmiddel. Hiervoor maken we gebruik van een publieke database met alle internationale studies naar het effect van medicijnen tegen diabetische nefropathie. Ook stellen we niercellen in vitro bloot aan zo’n geneesmiddel en kijken we welke genen daardoor veranderen in activiteit. Al eerder hebben we bij een grote populatie patiënten met diabetes type 2 de moleculaire processen getraceerd die een rol spelen bij de progressie van diabetische nefropathie. We zagen grote verschillen tussen individuen. De kunst nu is te achterhalen of zo’n moleculair proces dat samenhangt met verergering van de nierziekte, ook het proces is waarop het geneesmiddel invloed heeft. Vervolgens proberen we een biomarker te vinden (aanwijzing in het bloed, red.) die iets zegt over deze match en over de progressie van de nierziekte. Die biomarkers kunnen we verwerken in de PRE-score.’

Onderzoekt u alleen de geneesmiddelen die specifiek voor diabetische nefropathie zijn ontwikkeld?

‘Voor patiënten bij wie deze middelen niet werken, willen we uit andere delen van de interne geneeskunde medicijnen halen. Een mooi voorbeeld is baricitinib, een ontstekingsremmer voor reuma die in de laatste fase van ontwikkeling is. Ontsteking speelt bij diabetische nefropathie eveneens een belangrijke rol. Ik kan me voorstellen om barcitinib ook daarvoor in te zetten.’

En blijft de PRE-score beperkt tot diabetische nefropathie?

‘In feite is het instrument straks breed inzetbaar, maar dan moet je het wel per aandoening gaan invullen.’

Tekst: John Ekkelboom
Foto: Ronald Zijlstra