Ga direct naar de inhoud Ga direct naar het hoofdmenu Ga direct naar het zoekveld
 

‘Aanvankelijk wilden we maar even blijven’

Veel wetenschappers werken enige tijd in den vreemde. Wat valt ze daar op? Deze keer: de Argentijn Juan Ilarregui, postdoc immunologie, die naar het VU Medisch Centrum kwam voor een kort onderzoeksproject. Hij is hier nu alweer vijf jaar. 

Wat is uw onderzoeksgebied?

‘Ik onderzoek de rol van twee lectines (proteïnen die suikers binden) met immuun-regulerende eigenschappen. We weten al dat deze lectines ontstekingen tegengaan, maar als combinatie hebben we ze nog niet getest. In mijn Veni-onderzoek onderzocht ik welke mechanismes deze eiwitten “aanzetten”, wat het beste moment is om ze te gebruiken en hoe we ze tegelijkertijd schadelijke afweercellen kunnen laten beïnvloeden. De eerste resultaten zijn veelbelovend. Op den duur wil ik hiermee nieuwe therapieën vinden voor de behandeling van meerdere auto-immuunziekten, waaronder MS.’

Hoe bent u in Nederland terechtgekomen?

‘Ik haalde mijn PhD in Argentinië met een vergelijkbaar onderwerp op het gebied van de regulering van immuunreacties. Ik was geïnteresseerd in het werk van Yvette van Kooyk, die zich bezighoudt met lectines van het C-type. Gelukkig schreef mijn promotor juist samen met haar een artikel over lectines en het immuunsysteem. Daardoor was het een kleine stap om met haar over een gezamenlijk project na te denken. Ik kwam voor een postdoc-project van acht maanden naar de afdeling moleculaire celbiologie en immunologie van het VU Medisch Centrum. Dat is nu alweer vijf jaar geleden.’

Hoe verschilt de wetenschapsbeoefening in Argentinië en Nederland?

‘In Argentinië hebben we de National Scientific and Technical Research Council, een overheidsorganisatie die onderzoekers na een strenge selectie in dienst neemt. Als onderzoeker hoef je alleen genoeg fondsen binnen te halen om projecten gaande te houden, aangezien de salarissen van jezelf en je collega’s zijn geregeld. Daardoor kun je langer vooruit plannen. In Nederland kan het jaren duren voor je in de universitaire wereld een stabiele positie bereikt. Aan de andere kant hebben wetenschappers hier de kans om de academische wereld in te ruilen voor het bedrijfsleven. Dat is in Argentinië veel moeilijker.’

En hoe verschilt het leven in Argentinië en Nederland?

‘Ik woonde in Buenos Aires, waar drie miljoen mensen leven en werken. Een prachtige stad met van alles te doen, maar je verliest veel tijd aan het heen en weer pendelen. In Amsterdam kan ik overal heen fietsen. Ik heb hier een leuke vriendengroep met zowel Nederlanders als expats. Wat ik hier trouwens fascinerend vind is de hele infrastructuur waarmee in Nederland het water op afstand gehouden wordt, dat eeuwenoude systeem van dijken en afwatering.’

Zien ze u nog terug in Argentinië?

‘Met mijn Argentijnse vriendin, die ook immunoloog is, heb ik hier twee kinderen gekregen. Toen we hier vijf jaar geleden aan kwamen, dachten we snel weer terug te keren naar onze labs in Argentinië. Het systeem van wetenschapsbeurzen en de interessante projecten maakten ons enthousiast. Uiteindelijk willen we wel terug, om onze familie te zien en daar een carrière op te bouwen.’

Tekst: Annette Wiesman
Foto: Marijn van Zanten