Ga direct naar de inhoud Ga direct naar het hoofdmenu Ga direct naar het zoekveld
 
Wiro Niessen is Simon Stevin Meester 2015

‘Over 10 jaar komen de meeste diagnoses uit de computer’

Wiro Niessen, hoogleraar medische beeldvorming aan het Erasmus MC en de TU Delft, onderzoekt patronen in beelddata. Die maken ziektes steeds sneller te diagnosticeren en verfijnder te behandelen. Daarom mag Niessen zich vanaf 5 november officieel Simon Stevin Meester 2015 noemen. 

U krijgt de titel van de Technologiestichting STW, samen met 500.000 euro. Was u verrast?

‘Totaal! Ik ben blij voor mezelf, maar ook voor de onderzoekers met wie ik samenwerk. Het is een erkenning van het werk dat we doen en een stimulans voor verder onderzoek.’   

Waarvoor hebt u de prijs precies gekregen?

‘Het is een oeuvreprijs. De media zoomen vooral in op de ziektevoorspellende computer. Maar mijn onderzoek heeft tot doel informatie uit beelden te halen die het hele proces van diagnosticeren tot therapie ondersteunen. Ik doe ook onderzoek naar beeldgeleide, minimaal invasieve manieren van opereren (kijkgatoperaties, red.).’ 

Hoe gaat het precies in zijn werk?

‘We onderzoeken duizenden MRI- en CT-beelden. Daarvoor gebruiken we bijvoorbeeld data van de Rotterdam-studie, een longitudinale studie met scans van een doorsnede van de bevolking. Met de computerprogrammatuur die wij ontwikkelen, zoeken we in de beschikbare data naar patronen die informatie geven over de aanwezigheid van mogelijke aandoeningen en een voorspellende waarde hebben voor het verloop van de ziekte. Een deel van de respondenten ontwikkelt in de loop van de studie klachten of een ziekte, een ander deel wordt gezond ouder. Terugkijkend kunnen we patronen zien door de verschillen tussen de ene en de andere groep. Bij mensen die een vorm van dementie ontwikkelen zien we bijvoorbeeld verschillen in vorm of functie van het brein. Met die kennis maken we modellen waarmee we bij patiënten van een geheugenkliniek of Alzheimercentrum snel kunnen vaststellen om welk type dementie het gaat.’

U onderzoekt ook hart- en vaatziekten. Wat zijn daar de patronen?

‘Veel hart- en vaatziekten vinden hun oorsprong in een ontstoken vaatwand.  Die kan op een gegeven moment scheuren. Door het materiaal dat dan in de vaten komt kan het bloed gaan klonteren. Het gevolg is bijvoorbeeld een hartinfarct of een beroerte. Wij onderzoeken of we op basis van CT- of MRI-beelden de vaatwand kunnen karakteriseren en zo kunnen voorspellen hoe groot iemands kans is op een beroerte of hartinfarct.’  

‘Met de juiste diagnose kun je gericht symptomen bestrijden’

Wat betekent deze benadering voor de medische praktijk?

‘Die draagt bij aan een meer kwantitatieve benadering in de medische wetenschap. Zowel bij de diagnosestelling als bij onderzoek naar nieuwe behandelmethoden bij dementie en cardiovasculaire aandoeningen wordt er al rekening gehouden met maten die je uit MRI-data kunt halen. De radioloog kijkt bijvoorbeeld bij dementie naar krimp van de hersenen en de hypocampus. Dit gebeurt nu nog vooral kwalitatief en subjectief. De trend om dit objectief te kwantificeren zal doorzetten. Dat zal uiteindelijk leiden tot veel ondersteuning van de computer bij het vaststellen en behandelen van ziekten. Ik denk dat over tien jaar 90 procent van de diagnoses gesteld wordt met behulp van dit soort algoritmes.’ 

Welk nut heeft het bijtijds vaststellen van de vorm van dementie?

‘De technologie is bedoeld voor mensen die zich zorgen maken en met geheugenklachten bij de neuroloog komen. Je kunt ongerustheid wegnemen of ze bij een positieve diagnose zo snel mogelijk duidelijkheid geven en optimale zorg bieden. Er is nog geen behandeling om de ziekte van Alzheimer te stoppen, maar met de juiste diagnose kun je wel gericht symptomen bestrijden. Je kunt mensen ook beter voorbereiden op wat komen gaat. Voor sommige vormen van dementie kennen we risicofactoren die te beïnvloeden zijn. Uiteindelijk hopen we dat onderzoek betere behandelmethoden zal opleveren. Die zullen vrijwel zeker een beter resultaat hebben bij een vroege diagnose. Uit onderzoek weten we bovendien dat de meeste mensen met geheugenklachten in een diagnosetraject willen weten wat er aan de hand is.’ 

En wat is het belang bij hart- en vaatziekten?

‘Een betere behandelpraktijk. Nu speelt bijvoorbeeld vaak de vraag of je patiënten al dan niet moet behandelen voor vernauwing van een halsslagader. Uit een grote studie is gebleken dat het bij mensen met klachten en een vernauwing van meer dan 70 procent beter is om iets dan om niets te doen. Die regel passen alle ziekenhuizen toe. Maar daar zitten patiënten bij die waarschijnlijk geen beroerte hadden gekregen, terwijl we anderen missen die wel een beroerte krijgen. Door te kijken naar de samenstelling van de vaatwand kunnen we naar verwachting uiteindelijk beter voorspellen wie wel of niet een beroerte krijgt. In plaats van one size fits all probeer je zo tot een optimale en geïndividualiseerde behandeling te komen.’ 

Wat gaat u doen met het geld van de prijs?

‘Jonge onderzoekers aantrekken! Ik wil nagaan of je zowel informatie uit beelden als uit iemands genoom kunt gebruiken om de voorspelling nog te verfijnen. Dat is complex onderzoek met veel methodologische uitdagingen. Wij kunnen geld voor onderzoek altijd heel goed gebruiken!’

Tekst: Veronique Huijbregts
Foto: Marijn van Zanten