Ga direct naar de inhoud Ga direct naar het hoofdmenu Ga direct naar het zoekveld
 
Methode Taakspel vermindert probleemgedrag

Leerlingen met plezier aan het werk zetten

De methode Taakspel houdt leerlingen in het basisonderwijs bij de les en vermindert gedragsproblemen. Ook binnen het vmbo en het speciaal onderwijs is dit mogelijk, mits de invoering goed gebeurt.

Sinds 2001 starten elk jaar een paar honderd leerkrachten in Nederland en België met Taakspel. Hiermee willen zij beginnend probleemgedrag bij kinderen omzetten in positiever gedrag zodat de leerlingen meer plezier krijgen in school. Uitgangspunten bij dit spel zijn de leertheoretische principes uit de gedragsleer: gewenst gedrag wordt beloond en ongewenst gedrag zoveel mogelijk genegeerd. 

Veiliger onderwijsklimaat

Taakspel blijkt effectief te zijn, zegt Lilian Mouissie, medeontwikkelaar van dit spel bij de CED-Groep. ‘Mits goed geïmplementeerd bevordert het niet alleen taakgericht gedrag (rustig en geconcentreerd werken aan een taak, red.), het vermindert ook regelovertredend gedrag. Bovendien zorgt het voor een veiliger onderwijsklimaat. De relaties worden versterkt tussen de leerkracht en de leerlingen en tussen de leerlingen onderling, en pesten krijgt minder kans.’ 

Gedrag leerkracht

Driemaal per week spelen leerlingen in teams Taakspel tijdens de reguliere les. Ze stimuleren elkaar dan zich aan drie positief gestelde regels te houden. Welke regels dit zijn bepalen ze samen met de leerkracht, bijvoorbeeld dat ze hun vinger opsteken als ze iets willen vragen. Ook bepalen ze samen wat de beloning zal zijn als zij zich voldoende aan deze regels houden gedurende een afgebakende tijd. De positieve effecten van Taakspel hangen nauw samen met het gedrag van de leerkracht, vertelt Mouissie. ‘Belangrijk is hoe consequent hij gewenst gedrag bekrachtigt en ongewenst gedrag negeert.’ 

Effect in andere soorten onderwijs

ZonMw heeft verschillende onderzoeken naar Taakspel gefinancierd (zie kader). De meerwaarde van de methode is het duidelijkst in de midden- en bovenbouw van het basisonderwijs, zegt Mouissie. Voor dit onderwijs is Taakspel primair ontwikkeld en hiernaar is het meeste onderzoek gedaan. Het is er relatief makkelijk in te voeren doordat leerkrachten te maken hebben met steeds dezelfde leerlingen en zij hen goed kennen. 

Het is belangrijk docenten te betrekken bij de beslissing Taakspel te gaan spelen

Inmiddels wordt Taakspel ook ingezet in het vmbo, het kleuter- en speciaal onderwijs, de buitenschoolse opvang en op de speelplaats. Daar zijn de ervaringen wisselend. Binnen het kleuteronderwijs zijn inmiddels dezelfde positieve effecten waarneembaar als in de midden- en bovenbouw van het basisonderwijs. Voor het speciaal onderwijs is het effect minder zichtbaar. Mouissie: ‘Hier zitten veel leerlingen met ernstige problematiek. Zij hebben vaak meer nodig dan Taakspel.’ In de buitenschoolse opvang bepaalt de manier van organiseren of kinderen Taakspel kunnen spelen. Zij moeten hiervoor bijvoorbeeld tegelijkertijd in dezelfde ruimte zitten.

Taakspel in het vmbo

Onderzoeksleider Willem de Vos deed tussen 2010 en 2014 vanuit de Erasmus Universiteit Rotterdam (RISBO) een effectiviteitsonderzoek naar Taakspel in de eerste twee jaar van het vmbo. Op 7 scholen onderzocht hij hoe succesvol de implementatie verliep en welke factoren hierop van invloed waren. De Vos: ‘Binnen het vmbo heb je de basis- en kaderberoepsgerichte leerweg, de gemengde leerweg en de theoretische leerweg. We dachten met Taakspel vooral winst te halen binnen de basis- en kaderberoepsgerichte leerweg, omdat binnen dit schooltype relatief veel aandacht is voor het voorkomen van gedragsproblemen. We hoopten dat leerlingen met Taakspel meer taakgericht zouden gaan werken.’ 

Wisselende docenten

Al snel liep De Vos aan tegen de beperkingen van Taakspel binnen het vmbo. Want anders dan bij de basisschool hebben leerlingen binnen dit onderwijs te maken met steeds wisselende docenten en lokalen. Bovendien is de werkdruk voor docenten erg hoog en ondersteunde tijdens het onderzoek niemand binnen de scholen de docenten die meededen met Taakspel.

Aanbevelingen vmbo

Het effect van het spel was hier dan ook beperkt. Toch is De Vos, gezien het succes van Taakspel in het basisonderwijs, niet pessimistisch over het effect dat de methode kán hebben op vmbo-scholen. Mits goed geïmplementeerd. Voor belangstellenden formuleerde hij aanbevelingen. Zoals opname van de implementatie van Taakspel en de daarvoor nodige professionalisering in een scholingsplan en een jaarplanning. Interne Taakspelbegeleiders hebben een inwerkperiode nodig met coaching door een externe Taakspeladviseur. Ook moeten Taakspelbegeleiders en docenten extra uren krijgen. Implementatie gebeurt bij voorkeur binnen een heel team zodat het spel gaat leven, drie keer per week met dezelfde klas gespeeld kan worden en docenten van elkaar kunnen leren. En het is belangrijk docenten te betrekken bij de beslissing Taakspel te gaan spelen.  

Praktische handvatten

Met onder meer deze aanbevelingen in het achterhoofd werken ze bij de CED-Groep momenteel aan verbetering van de implementatie en borging van Taakspel. Dit doen ze samen met degenen die het spel hebben onderzocht binnen de verschillende onderwijstypen. Zo ontwikkelen ze onder andere een verdiepte intake, een borgingschecklist en praktische handvatten waarmee interne Taakspelbegeleiders aan de slag kunnen. De materialen proberen ze in dit nieuwe schooljaar uit op diverse scholen.

Beter verspreiden

Ook willen de CED-Groep en haar partners de resultaten van onderzoeken naar Taakspel beter verspreiden. Ze schrijven er bijvoorbeeld over in onderwijsbladen en verwerken de bevindingen in de trainingen voor schoolbegeleiders en docenten. Mouissie: ‘Met een goede implementatie en een goede borging zijn de effecten van Taakspel het grootst, ook op scholen voor speciaal onderwijs en het vmbo.’ 

Tekst: Karin van Lier
Foto: Werry Crone