Ga direct naar de inhoud Ga direct naar het hoofdmenu Ga direct naar het zoekveld
 
Nieuwe beurs in aantocht voor jonge talenten

Extra geld voor wilde ideeën

ZonMw begint een subsidieprogramma voor jonge talentvolle onderzoekers met nieuwe ideeën op medisch-wetenschappelijk gebied. Bestuurslid en hoogleraar ontwikkelingsbiologie Christine Mummery verwacht dat dit ‘High risk-high gain fellowship’ kennisdoorbraken zal opleveren.

Waarom zet ZonMw een programma op voor nieuwe ideeën?

‘Wetenschappelijk onderzoek vergt steeds vernieuwing. De huidige manier van medisch onderzoek financieren is gericht op vertaling naar de kliniek, op toepassing. Beurzen als Veni, Vidi en Vici en de European Research Council (ERC) Starting Grants vragen jonge talenten weliswaar ook veelbelovende nieuwe ideeën te onderzoeken. Maar die bieden niet de gelegenheid om een wild idee vooraf op haalbaarheid te toetsen. Het risico is dan te hoog, want een onderzoeker die niet publiceert over een project dat vier of vijf jaar duurt kan het vergeten. Zodoende bouwen postdocs voort op hun eerdere onderzoek. 

De maatschappij vraagt om medicijnen voor bijvoorbeeld de ziekte van Parkinson of Alzheimer. Uit het verleden weten we dat oplossingen vaak uit onverwachte hoek te komen. De regering-Reagan investeerde destijds in the war on cancer heel veel geld in onderzoek naar kankercellen. Het leverde weinig toepassingen op, terwijl fundamenteel onderzoek naar de genetica van wormen en fruitvliegen dat wél deed. En zo had een Japanse postdoc een wild idee om gewone lichaamscellen terug te programmeren naar het stadium van embryonale stamcellen. Vijf jaar later won hij de Nobelprijs. Het klonen van het schaap Dolly was niet de intentie, het vond als het ware onder de radar plaats binnen een project. Met het nieuwe programma willen we jonge onderzoekers niet in een keurslijf duwen en over vijf jaar afvinken wat afgesproken is, maar ze geld geven om de haalbaarheid van een idee uit te werken om daar over een jaar of anderhalf mee terug te komen. Levert dat wat op, dan kunnen ze onderzoeksvoorstellen doen voor andere programma’s.’

Zijn er buitenlandse voorbeelden van dergelijke beurzen?

‘Ja. In de Verenigde Staten bijvoorbeeld heeft de National Institutes of Health (NIH), toch een vrij conservatieve organisatie, een programma gehad voor onderzoek naar embryonale stamcellen. Onderzoekers konden een plan in één A-4’tje indienen waarin ze hun fantasie vrij lieten en voor een jaar 50.000 dollar konden aanvragen. Dat stond aan de basis van de voorsprong die Amerika op dit onderzoeksterrein heeft.’

Het bestuur verwacht dat het programma kan leiden tot paradigma-verschuivingen in de medische wetenschap. Is dat geen heel groot woord?

‘We denken dat 1 op de 10 ideeën die worden uitgewerkt een doorbraak kan betekenen, een grote of kleine paradigmaverschuiving. Denk aan het klonen van het schaap Dolly. Dat betekende in een jaar tijd een grote wetenschappelijke doorbraak – voorheen dacht men dat het onmogelijk was om zoogdieren te klonen. En de zogenoemde RT-PCR-techniek om DNA te vermeerderen, die nu dagelijks in laboratoria wordt gebruikt, is afkomstig uit onderzoek naar bacteriën. Als niet één excentriekeling had bedacht de methode van gene-editing toe te passen op zoogdiercellen, hadden we daarover niet de beschikking gehad.’

‘Wie strak doelen formuleert, draait de fantasie die nodig is voor vernieuwing de nek om’

Hadden onderzoekers twintig, dertig jaar geleden meer vrijheid om nieuwe ideeën uit te werken?

‘Ja, absoluut. Nederland kent inmiddels een zeer restrictief wetenschapsbeleid dat zich richt op toegepast onderzoek. Nederland doet het goed, maar het succes is gebouwd op basaal onderzoek van mensen die 55 jaar en ouder zijn. Zij waren jonge onderzoekers in een periode met veel meer vrijheid. En dát was de periode die juist heel veel mooie dingen heeft opgeleverd. Dat vergeet de regering! Wie strak doelen formuleert, draait de fantasie, die nodig is voor vernieuwing en ontwikkeling, de nek om. De voorzitter van het beoordelingspanel van de Wellcome Trust (Brits fonds voor gezondheidsonderzoek wereldwijd, red.), waarvan ik lid ben geweest, heb ik dat ook horen zeggen. “We letten niet zo streng op budgetoverschrijdingen”, zei hij. “Juist uit de 10 procent die we soms extra betalen komen de beste ideeën.”’

Het bedrag van het nieuwe ZonMw-programma is bescheiden, afgemeten aan de verwachtingen.

‘Ja, dat klopt. Er komt 1 miljoen euro ter beschikking. Daar kun je bijvoorbeeld 10 projecten van 100.000 euro mee financieren. Dat kan voldoende zijn, als onderzoekers de handen uit de mouwen steken en bijvoorbeeld slim spullen inkopen of delen. ZonMw, dat veel programma’s in opdracht van en met geld van ministeries financiert, heeft een bescheiden eigen budget. Ondanks bezuinigingen, bezuinigingen en nog eens bezuinigingen willen we een deel daarvan inzetten voor dit risicovolle onderzoek.’

Is dat een statement?

‘Ja, eigenlijk wel. We steken onze nek uit en hopen een voorbeeld te zijn voor anderen, zoals de Nederlandse Hartstichting en het Koningin Wilhelmina Fonds: doe niet alleen toegepast onderzoek. Als blijkt dat het financieren van onderzoek naar nieuwe ideeën resultaten oplevert, dan kun je ook gaan denken aan andere vormen van geld bijeenbrengen, zoals crowdfunding of via samenwerkende patiëntenverenigingen. In de VS heeft de Cystic Fibrosis Foundation zelf dergelijk onderzoek gefinancierd en is er een geneesmiddel ontdekt dat wérkt.’

Tekst: Angela Rijnen
Foto: Marijn van Zanten