Ga direct naar de inhoud Ga direct naar het hoofdmenu Ga direct naar het zoekveld
 
Scholing geeft hulpverleners handvatten en zelfvertrouwen

Suïcide-richtlijn uit de la dankzij training

De richtlijn voor de behandeling van suïcidale patiënten is een dik boek met een abstracte samenvatting. De Vrije Universiteit ontwikkelde een trainingsprogramma om de inhoud ervan toch te verspreiden. Klinisch psycholoog Derek de Beurs promoveerde op onderzoek naar de effectiviteit van de training.

Hoe groot is het probleem van zelfmoord?

‘Nederland behoort tot de landen met de laagste cijfers: 9,4 suïcides per 100.000 inwoners ofwel 1.500 à 1.600 per jaar. Sinds 2007 echter nemen de suïcides jaarlijks met 5 procent toe. We weten niet precies waarom, maar ik denk dat de economische crisis welhaast een rol moet spelen. Mensen staan onder druk omdat ze bang zijn dat ze hun baan verliezen of dat hun bedrijf failliet gaat. Bijna de helft van de mensen die suïcide plegen, bestaat uit patiënten die contact hebben met de geestelijke gezondheidszorg.’ 

Weten professionals hoe ze moeten handelen?

‘In 2012 gaf het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een richtlijn uit voor het diagnosticeren en behandelen van suïcide. Deze richtlijn bevat aanbevelingen hoe professionals moeten omgaan met patiënten die suïcide-gedachten hebben. Een multidisciplinaire groep van psychologen, psychiaters, verpleegkundigen en artsen heeft deze opgesteld. De richtlijn is echter 250 pagina’s dik. De samenvatting bestaat nog altijd uit 23 pagina’s redelijk abstracte tekst. Als we de hulp aan suïcidale patiënten willen verbeteren, moet deze richtlijn echter wel worden geïmplementeerd.’

Hoe doe je dat?

‘De afdeling klinische psychologie van de VU heeft een train-de-trainer-programma met e-learning-ondersteuning opgezet: PITSTOP (professionals in training to stop suicide). Het is gestart in 2012. Deskundigen geven een eendaagse interactieve groepstraining aan senior hulpverleners die over didactische vaardigheden beschikken en door psychiatrische afdelingen zijn voorgedragen. Ze krijgen niet alleen informatie over de richtlijn, maar oefenen ook in rollenspelen zodat ze daarna hun eigen teams kunnen trainen. Ter ondersteuning was er voor deze laatste groep, de trainees, een e-learning-module, die ik heb ontwikkeld. In totaal hebben 5.500 hulpverleners PITSTOP gevolgd.’

Werkt de training?

‘Dat heb ik onderzocht. De hulpverleners zijn enthousiast over het train-de-trainer-programma en de e-learning-module. De aanpak blijkt een goede methode om de richtlijn te verspreiden. Zonder zo’n instructie is er simpelweg geen implementatie. Uit het onderzoek blijkt dat verpleegkundigen sindsdien meer volgens de richtlijn werken, terwijl de psychiaters en psychologen zeggen dat ze dat voor de training ook al deden. Verder hebben beide groepen meer kennis omtrent suïcidaal gedrag en meer zelfvertrouwen bij het toepassen van de richtlijn. Aan mijn onderzoek, dat bestond uit het invullen van vragenlijsten voor en na de training, werd deelgenomen door 37 deskundigen die direct door de VU waren getraind plus 518 trainees die de instructie op de werkplek volgden. De deelnemers kwamen van 45 psychiatrische afdelingen verspreid door het land.’

‘Suïcide is nog altijd een groot taboe, juist omdat organisaties het vaak niet goed weten te behandelen’

Welk effect zag je bij de patiënten?

‘Het is moeilijk om hen te bereiken, vooral omdat het routinematig meten van de patiënten nog in de kinderschoenen staat. Niettemin hebben 881 patiënten aan het onderzoek meegedaan. We hebben vooral effect gevonden bij mensen met een depressie. De suïcidale gedachten nemen bij hen sneller af als ze worden behandeld door een team dat getraind is in toepassing van de richtlijn. Maar het is niet one size fits all. Wellicht moeten patiënten met bijvoorbeeld een persoonlijkheidsstoornis anders worden benaderd.’

Is het trainen van professionals kosteneffectief?

‘Dat is een moeilijk punt. We hebben niet kunnen constateren dat patiënten na behandeling door hulpverleners die via PITSTOP zijn getraind, ook minder gebruik gaan maken van psychiatrische zorg. Het is erg lastig zo’n effect te onderzoeken, ook omdat niet te verwachten is dat deze mensen heel snel minder zorg nodig hebben. Pas als het routinematig meten van patiënten in de GGZ verder is ontwikkeld zal het mogelijk zijn om patiënten voor een langere periode te volgen.’

Wat betekenen deze resultaten voor de praktijk?

‘Als je de zorg voor suïcidale patiënten op afdelingen psychiatrie wilt verbeteren, hebben we een training voorhanden die werkt.’

Heeft het onderzoek nieuwe vragen opgeroepen?

‘Zeker. Het werken met getrainde hulpverleners had vooral effect bij depressieve suïcidale patiënten. We vragen ons af hoe je moet omgaan met andere groepen psychiatrische patiënten. Daarnaast hebben we ontdekt dat de ICT-voorzieningen in instellingen vaak onvoldoende zijn om hulpverleners een e-learning-module met filmpjes te laten volgen.’

Hoe nu verder?

‘Er is veel aandacht voor suïcide. Het staat politiek op de agenda. De eendaagse training zal de komende 5 jaar gegeven worden door 113Online. De GGZ Ecademy, die 30.000 leden telt, zal de e-learning-module beschikbaar stellen. Maar voor de lange termijn is meer nodig. Suïcide is nog altijd een groot taboe, juist omdat organisaties het vaak niet goed weten te behandelen. Als je wilt dat de dagelijkse zorg voor suïcide-patiënten verbetert, moeten we zorgen dat de aandacht niet verslapt en blijven investeren in de hulpverlening.’

Tekst: Tjitske Lingsma
Foto: Sietske Raaijmakers