Ga direct naar de inhoud Ga direct naar het hoofdmenu Ga direct naar het zoekveld
 

‘Iedereen was enorm doelgericht’

Veel wetenschappers werken enige tijd in den vreemde. Wat valt ze daar op? Genbioloog Ruben van Boxtel, postdoc bij het Hubrecht Stamcel Instituut, deed 2 maanden onderzoek aan het Sanger Instituut nabij Cambridge.

Wat is uw onderzoeksgebied? 

‘Ik onderzoek de genetische stabiliteit van stamcellen die in elk orgaan voorkomen. Zij zorgen ervoor dat het orgaan fit blijft, maar ze kunnen ook door DNA-beschadigingen kanker of veroudering veroorzaken. Een van de mogelijke toepassingen van stamcellen is de transplantatie van opgekweekte organen uit lichaamseigen materiaal. Daarbij wil je voorkomen dat de cellen gaan muteren. Ik wil uitzoeken wat de verschillen zijn in stabiliteit tussen gekweekte en niet-gekweekte stamcellen.’

Hoe bent u in Groot-Brittannië terecht gekomen?

‘Ik werk sinds 2013 voor professor Edwin Cuppen en kreeg vorig jaar een beurs van het programma Translationele Adulte Stamcellen voor internationaal stamcelonderzoek. Onze vakgroep is 2 jaar geleden een samenwerking begonnen met het Wellcome Trust Sanger Institute van Michael Stratton, een van de grootste namen op het gebied van DNA-analyses. We vullen elkaar aan: wij weten hoe stamcellen groeien en hoe je ze kunt kweken, zij kennen de mutatiepatronen in het DNA van verschillende soorten kanker. Ik had data bij me die ik had verzameld in verschillende lever- en darmstamcellen, waarmee ik analyses heb uitgevoerd.’

Verschilt de Nederlandse wetenschapsbeoefening van de Britse? 

‘Ze hebben een heel andere manier van werken. Iedereen zit achter de computer en het labwerk is geautomatiseerd. Waar je in Nederland zelf je stamcellen kweekt, krijg je daar je materiaal aangeleverd vanuit de kliniek. Vervolgens bepaal je de volgorde van de DNA-sequentie; heel complexe data met miljarden “lettertjes”. De uitdaging zit hem in de analyse. In het lab van Stratton nemen ze de tijd om goed na te denken over hoe die meta-informatie verwerkt moet worden. Ik vond het een relaxte manier van werken. Ik kon me volledig wijden aan artikelen en analyses.’

Wat hebt u zoal opgestoken?

‘Ik heb vooral geleerd om afstand te nemen; sommige dingen, zoals sampling, kun je beter overlaten aan anderen. Twee maanden is natuurlijk veel te kort. Daarom was mijn tweede belangrijke doel het netwerken, om de samenwerking te versterken. Ik denk dat het nu makkelijker voor me is om naar sleutelfiguren toe te stappen om hun raad te vragen of een samenwerking op te starten.’

Hoe beviel het leven in Groot-Brittannië?

‘Omdat het zo'n gerenommeerd instituut is, trekt Sanger veel mensen van buiten. Tussen alle postdocs en aio's zaten maar enkele Engelsen. Dat geeft een gevoel van: we zijn hier samen met heel unieke dingen bezig. Omdat de meeste onderzoekers in Cambridge wonen, reden er elke ochtend bussen heen en weer naar het instituut in Hinxton. De meeste postdocs komen daar met niets anders in hun hoofd dan zo snel mogelijk een top-paper te scoren: keihard werken en naar huis. Ik was zelf ook erg doelgericht, met een heel geregeld leven. In contrast met mijn leven thuis, met mijn vrouw en 4 kinderen en huis met carport, zat ik nu in een kamertje van 2 bij 2 bij een hostess met alleen een bed en een tv’tje. Ik deed alles op dat bed: eten, slapen en werken. Het was weer eens iets anders. Thuis is het altijd druk met een gezin, hier had ik rust.’

Tekst: Annette Wiesman
Foto: Sietske Raaijmakers