Ga direct naar de inhoud Ga direct naar het hoofdmenu Ga direct naar het zoekveld
 
Academische werkplaats Samen voor de Jeugd onderzoekt 1 Gezin, 1 Plan

‘Het wordt een hele opgave voor hulpverleners’

Sinds 1 januari zijn gemeenten verantwoordelijk voor alle jeugdhulp. Een pijler in de nieuwe Jeugdwet is het principe 1 Gezin, 1 Plan, 1 Regisseur. Paul Kocken analyseerde ervaringen daarmee in Leiden en Den Haag. ‘We komen er wel, maar met vallen en opstaan.’

Ernstige incidenten waren de aanleiding. De dood van Rowena (het Meisje van Nulde, in 2001) en van Savanna (in 2004) door toedoen van hun (stief-)ouders schokten het land. De gezinnen waren bekend bij de hulpverlening. De sterfgevallen toonden aan dat de jeugdzorg te vaak versnipperd was. Om een einde te maken aan het noodlottig langs elkaar heen werken van instanties, ontstonden in Zuid-Holland in 2007 en 2010 2 initiatieven voor een betere coördinatie van zorg voor multiprobleemgezinnen, die kampen met problemen als verslaving, geweld, schulden, psychiatrische problematiek en huisvestingsproblemen. In Leiden en omgeving werd de Ketenaanpak Jeugd opgezet, terwijl instellingen in Den Haag experimenteerden met wijkteams. 

Samen met ouders

Op beide plekken zou men gaan werken volgens het principe 1 Gezin, 1 Plan. ‘Eén hulpverlener gaat namens de instanties met ouders van multiprobleemgezinnen aan de keukentafel zitten om samen een plan te maken. De regie ligt zoveel mogelijk bij de ouders. De hulpverlener vraagt wat zijzelf en hun omgeving kunnen doen om de problemen de baas te worden’, legt Paul Kocken uit. Hij is senior onderzoeker bij TNO en projectleider van de academische werkplaats Samen voor de Jeugd (zie kader). Vanuit dit samenwerkingsverband werd de aanpak verder ontwikkeld en werd onderzoek gedaan naar de implementatie van 1 Gezin, 1 Plan en het gebruik van zorg door multiprobleemgezinnen.

Voorlopers

De twee initiatieven in de regio Leiden en Den Haag zijn ‘voorlopers van de transitie’, zegt Kocken. Hij verwijst naar de grote omslag waardoor de jeugdhulp sinds 1 januari 2015 onder verantwoordelijkheid van de gemeenten valt. Vanaf nu is de hulpverlening aan kinderen en jongeren veelal in handen van wijkteams, bestaande uit professionals uit de jeugdzorg en welzijn die samenwerken met andere instanties. De Rijksoverheid heeft gemeenten daarbij de opdracht gegeven de aanpak 1 Gezin, 1 Plan, 1 Regisseur te hanteren. Het doel is de eigen kracht bij gezinnen te stimuleren. 

Planmatig werken

Wat kan men leren van de voorlopers? Er zijn 3 cruciale factoren die leiden tot ‘goede en effectieve zorg’, zegt Kocken op basis van het onderzoek van de academische werkplaats. ‘Het is bij multiprobleemgezinnen belangrijk planmatig en gestructureerd te werken voor optimale zorg. Denk aan samen met het gezin doelen stellen, voortgang en succes evalueren en tijdig het plan bijstellen als resultaten niet worden gehaald. Ook moeten hulpverleners goed afstemmen met collega’s binnen én buiten het team die betrokken zijn bij de zorg aan de gezinnen. Tevens moet je ouders en hun omgeving bij het plan betrekken. Zo is kans het grootst dat de hulp ingaat op de vraag van het gezin en dat zorgverleners niet langs elkaar heen werken.’ 

‘Je moet wel oppassen dat je er geen zware bureaucratie van maakt’

Kocken constateert echter diverse barrières. ‘Hulpverleners moeten gezinnen gaan begeleiden bij het oplossen van hun eigen problemen. Vaak hebben zij echter als eerste impuls: ik wil het gezin helpen.’ Toch is dat juist niet de bedoeling, want in de jeugdzorg nieuwe stijl gaat het erom de zelfstandigheid te stimuleren. ‘Veel professionals zullen getraind moeten worden in die nieuwe manier van hulpverlenen’, aldus Kocken. Opvattingen die hulpverleners hebben over het participeren van gezinnen, en vertrouwen in hun eigen vaardigheden als professional, bepalen of zij er daadwerkelijk in slagen ouders en kinderen te betrekken bij het oplossen van hun eigen problemen. De Haagse Hogeschool, een van de deelnemers aan de academische werkplaats, heeft modules ontwikkeld om teams en hulpverleners hierin te scholen.

De weg vinden

Uit de evaluatie door de academische werkplaats blijkt ook dat hoe meer problemen een gezin heeft, des te meer zorg er beschikbaar is. ‘Op zich is er een goede reactie op de noden van het gezin. Maar ik moet wel een kanttekening maken. Ouders uit groepen met een lage sociaaleconomische status weten de weg naar de zorg minder goed te vinden. Hetzelfde geldt voor ouders die weinig steun hebben in de eigen omgeving’, aldus Kocken. ‘Bij deze groepen zal het voor hulpverleners nog een hele opgave worden te voldoen aan de doelstelling om het gezin te ondersteunen bij het ontwikkelen van de eigen kracht.’

Waken voor bureaucratie

Hij is positief over het feit dat professionals als team van elkaars deskundigheid gebruik maken om een gezin door een moeilijke fase heen te loodsen. ‘Maar je moet er wel voor oppassen dat je er door nieuwe procedures en regels geen zware bureaucratie van maakt. Het ontstaan van wachtlijsten, zoals in het verleden in de jeugdzorg, moet worden voorkomen.’ Kocken ziet overigens dat de wijkteams bezig zijn de bureaucratie te verminderen. ‘Ze zijn zich er goed van bewust dat je snel moet kunnen handelen in een gezin.’ 

Samenwerking met de huisarts

De onderzoeker vraagt zich echter wel af hoe de samenwerking zal verlopen met professionals, zoals huisartsen, specialisten en fysiotherapeuten, die nu buiten de netwerken van de wijkteams vallen. ‘Uit ons onderzoek blijkt dat veel multiprobleemgezinnen contact hebben met de huisarts over zorgen over de opvoeding of over eigen problemen. Maar hoe betrek je hen bij de nieuwe aanpak?’

Vallen en opstaan

Kocken onderschrijft de transitie, maar vindt dat er veel van wijkteams wordt gevraagd. Hij wijst erop dat er geen tijd is om uit te zoeken hoe de zorg het beste kan worden ingericht. ‘1 Gezin, 1 Plan is een planningsstructuur om samen met de cliënt afspraken te maken. Maar hoe je dat precies in de praktijk moet doen is onduidelijk. In die zin wordt de hulpverlening aan zijn lot overgelaten. Ook is er nog weinig onderzoek gedaan naar de vraag of deze werkwijze ook echt werkt. Het hele land gaat de jeugdzorg op deze manier organiseren, zonder dat de evidence er is. Het is een ontdekkingstocht. We komen er wel, maar met vallen en opstaan.’

Tekst: Tjitske Lingsma
Foto: Sunny Studio