Ga direct naar de inhoud Ga direct naar het hoofdmenu Ga direct naar het zoekveld
 
Opbrengsten Nationaal Programma Ouderenzorg

Geborgenheid, maar ook eigen regie

Kwetsbare ouderen ondersteunen bij het leiden van een waardevol en zelfstandig leven, dat was de ambitie van het Nationaal Programma Ouderenzorg dat in 2008 van start ging. Ouderen blijken de combinatie van geborgenheid en zelfstandigheid te waarderen.

We worden gemiddeld steeds ouder en moeten zo lang mogelijk zelfstandig thuis blijven wonen. Dat langer zelfstandig wonen lukt uiteraard alleen wanneer kwetsbare ouderen optimale ondersteuning krijgen. Om te achterhalen welke hulp nodig is en hoe die kan worden verbeterd, zette ZonMw ruim tien jaar geleden het Nationaal Programma Ouderenzorg (NPO) op. In totaal kregen 218 onderzoeks-, ontwikkelings- en onderwijsprojecten in Nederland subsidie uit het budget van
88,9 miljoen euro. ‘Zowel onderzoekers, ouderen, professionals als beleidsmakers benadrukken dat het programma van groot belang is geweest’, vertelt NPO-voorzitter Betty Meyboom.  Lag in het begin de nadruk op aandoeningen en behandelingen, later kwam het accent meer te liggen op mogelijkheden om beter oud te worden. Binnen het consortium BeterOud wordt het gedachtegoed nu verder toegepast.

Spil

Zeventien zogenaamde transitie-experimenten zetten een betere samenwerking tussen hulpverleners op de kaart. Meyboom vertelt waarom dat zo belangrijk is. ‘Bij sommige ouderen komen wel tien verschillende hulpverleners over de vloer die nauwelijks iets van elkaar weten.’ Eerst werden netwerken gecreëerd rondom de acht universitaire medische centra, van alle hulpverleners die te maken hebben met kwetsbare ouderen. Netwerken die voldeden aan de eisen van ZonMw, met als belangrijke voorwaarde dat ouderen daarin zelf vertegenwoordigd waren, werden gehonoreerd. Een succesvol voorbeeld van zo’n transitie-experiment is Even Buurten in Rotterdam. ‘Daar is een professionele “spil” aangesteld, die de behoefte van de ouderen uit de wijk en het aanbod van vrijwilligers bij elkaar bracht. De ouderen zijn er erg tevreden over. Dat project loopt nu in meerdere wijken.’

Warme overdracht

Een ander inspirerend transitie-experiment is de Transmurale Zorgbrug in Amsterdam, dat de samenwerking tussen de eerste en tweede lijn verbetert. Onderzoek heeft namelijk aangetoond dat van de ouderen die acuut in het ziekenhuis waren opgenomen, 30 procent binnen drie maanden na opname overleed aan een andere aandoening dan die waarvoor ze oorspronkelijk in het ziekenhuis lagen. In het AMC werd dit probleem aangepakt door de dag voor ziekenhuisontslag een wijkverpleegkundige aan het ziekenhuisbed te laten komen. Deze kijkt of de mantelzorg goed is geregeld en brengt de hulpwensen in kaart. Na advies ingewonnen te hebben bij een geriatrisch verpleegkundige, coördineert de wijkverpleegkundige de hulp en ondersteuning thuis bij de oudere. Dat gebeurt samen met thuiszorgorganisaties en mantelzorg. ‘Door deze warme overdracht overlijden er minder ouderen’, zegt Meyboom.

Een klankbordgroep van ouderen zorgde voor de input

Het project SamenOud in Groningen en Drenthe heeft als doel om ouderen vanaf 75 jaar zo lang mogelijk thuis laten wonen. Ouderen en hun welbevinden zijn het vertrekpunt, waarbij een klankbordgroep van ouderen voor input zorgt. ‘De gevolgen van het ouder worden spelen zich af op de terreinen wonen, welzijn en zorg’, vertelt Klaske Wynia, programmaleider SamenOud en onderzoeker persoonsgerichte en geïntegreerde zorg bij het Universitair Medisch Centrum Groningen. ‘Daar omheen hebben we een zorgsysteem gebouwd, dicht bij de ouderen thuis. Kenmerkend voor SamenOud zijn de Ouderenzorgteams. Zo’n team, onder leiding van een huisarts, bestaat verder uit een specialist ouderengeneeskunde, een wijkverpleegkundige en een sociaal werker.’ De 75-plussers worden door hun huisartsen gevraagd om deel te nemen aan SamenOud. Eerst in de Groningse gemeenten Veendam, Pekela en Stadskanaal, enkele jaren later volgde de Drentse gemeente Emmen en sinds kort ook de gemeenten Aa en Hunze en Assen.

Drie risicoprofielen

Deelnemers krijgen jaarlijks een lijst met vragen over hun kwetsbaarheid en de complexiteit van hun zorgbehoeften. Op basis daarvan volgt een indeling in drie risicoprofielen: robuuste ouderen die sociaal en fysiek actief zijn, maar een verhoogd risico hebben op de gevolgen van ouder worden; kwetsbare ouderen die eveneens gezond zijn maar een verhoogd risico op zorgbehoeften hebben; en complexe ouderen met gezondheidsproblemen en een verhoogde kans op opname in ziekenhuis of verpleeghuis. Iedereen wordt uitgenodigd deel te nemen aan het zelfmanagementsupport- en preventieprogramma, waarbij sociale contacten, bewegen en voeding centraal staan. Daarnaast krijgen ouderen met de twee laatste risicoprofielen individuele begeleiding van een casemanager; een sociaal werker of een wijkverpleegkundige.

Geborgenheid en veiligheid

Om SamenOud te beoordelen, werd in Groningen een aantal extra vragen toegevoegd aan de jaarlijkse vragenlijsten van de huisarts. Ook interviewden de onderzoekers de ouderen persoonlijk. Wynia: ‘De deelnemers lieten duidelijk weten dat SamenOud hun een gevoel van geborgenheid en veiligheid geeft, en dat ze blij zijn de regie in eigen handen te hebben. Ook is er zowel nationaal als internationaal belangstelling voor ons programma.’ Harmannus Faber (88) uit Emmen is tevreden met het project. ‘Mijn vrouw van 91 wordt steeds minder mobiel. Sinds ze een keer is gevallen, kan ik haar onvoldoende in huis helpen. Toen heb ik het Ouderenzorgteam van SamenOud benaderd. Zij regelden in korte tijd dat ’s ochtends en ’s avonds twee dames mijn vrouw uit en in bed helpen. Ook heeft ze nu allerlei hulpmiddelen zoals een lift, een postoel, een aangepast bed en een aangepaste rolstoel. Ik vind dit een gouden greep. Zo hoeven we gelukkig niet naar een verpleeghuis.’

Tekst: John Ekkelboom
Foto: SamenOud