Ga direct naar de inhoud Ga direct naar het hoofdmenu Ga direct naar het zoekveld
 
Nieuwe vorm van nazorg

‘Stepped care na kanker werkt goed’

Mensen die na hun behandeling van hoofd-halskanker of longkanker kampen met angst- en depressieklachten, zijn gebaat bij stapsgewijze psychosociale zorg. De onderzoekers pleiten ervoor om straks alle ex-kankerpatiënten deze stepped-care-aanpak te gaan aanbieden.

Angst en depressie komen vaak voor bij mensen die behandeld zijn voor kanker, vertelt Anne-Marie Krebber, psychiater in opleiding bij GGZinGeest/VUMC. Zij promoveerde eind 2016 op onderzoek naar stepped care voor mensen die behandeld zijn voor hoofd-halskanker of longkanker. Gemiddeld heeft 13 procent van alle mensen met kanker last van depressie, schrijft ze in haar proefschrift. En hoewel psychosociale hulp aan patiënten met kanker bewezen effectief is, wordt er weinig gebruik van gemaakt.

Twee groepen

Krebber en haar collega-onderzoeker Femke Jansen onderzochten een specifieke variant: stapsgewijze psychosociale zorg. Krebber vergeleek de effectiviteit van deze stepped care met gebruikelijke nazorg, terwijl Jansen de kosteneffectiviteit onderzocht. Voor het onderzoek vulden patiënten met hoofd-halskanker of longkanker OncoQuest in, een online systeem met vragenlijsten over de kwaliteit van leven. Patiënten die hoog scoorden op angst of depressie kregen het verzoek deel te nemen aan het onderzoek. Na loting kwamen ze terecht in een experimentele groep die stepped care aangeboden kreeg, of in een controlegroep waar ze de gebruikelijke nazorg kregen. ‘Die laatste categorie kreeg een eenmalig gesprek met een verpleegkundige, een doorverwijzing naar een intensieve, gespecialiseerde behandeling, of helemaal geen nazorg,’ aldus Krebber.

Waakzaam afwachten

De eerste stap van de stepped care bestond uit twee weken waakzaam afwachten. Dat is wezenlijk anders dan helemaal niets doen, zegt Krebber. ‘Patiënten weten dat er aandacht is voor hun welzijn en dat ze na twee weken psychosociale zorg kunnen krijgen. Daar kan een genezende werking van uitgaan.’ Daarna vulden de mensen de angst- en depressievragenlijst opnieuw in. Was de score nog steeds hoog, dan gingen ze door naar de volgende stap: een begeleide zelfhulpcursus via internet of via een boekje. ‘Met een stappenplan leerden ze onoplosbare problemen, zoals de onzekerheid over terugkeer van de kanker, te hanteren. Ze kregen tips over omgaan met piekeren en konden verhalen lezen van lotgenoten. De cursus was erop gericht om het gevoel van controle over het eigen leven terug te krijgen.’ Ook was er een wekelijks gesprek met een coach.

Duwtje

Mensen die hierna nog steeds last hadden van angst of depressie, gingen door naar stap drie. ‘Niet voor alle mensen werkte de zelfhulpaanpak,’ zegt Krebber. ‘Sommigen slaagden er niet in de opdrachten in de cursus uit te voeren.’ Inhoudelijk was deze volgende stap niet wezenlijk anders dan de voorgaande, maar de patiënten kregen een stevig duwtje in de rug in de vorm van face-to-face-begeleiding van een gespecialiseerde verpleegkundige. Stap vier, de laatste en meest intensieve stap, bestond uit psychotherapie of psychomedicatie onder begeleiding van een psychiater.

‘We zagen ook verbeteringen op andere levensdomeinen, zoals emotioneel en sociaal functioneren’

Dit stapsgewijs aanbieden van, indien nodig, steeds intensievere psychosociale zorg is effectief. Uit Krebbers onderzoek bleek dat de effectiviteit na drie maanden het hoogst was. ‘Op de korte termijn namen angst en depressie af. We zagen ook verbeteringen op andere levensdomeinen, zoals emotioneel en sociaal functioneren.’ Na twaalf maanden leek de effectiviteit af te nemen.

Blijven screenen

Dat laatste verbaast Krebber niet. ‘Vergelijk het met je lichamelijke conditie’, zegt ze. ‘Als je niet blijft bewegen neemt die ook snel af. Ik ben er daarom voorstander van deze mensen te blijven screenen op kwaliteit van leven. De screening kun je koppelen aan de consulten bij hun behandelend oncoloog. Bij terugkerende klachten van angst of depressie zouden ze bijvoorbeeld opnieuw moeten kunnen deelnemen aan het stepped-care-programma.’

Kosteneffectief

De aangeboden stepped care was ook kosteneffectief, zo toonde het onderzoek aan. Jansen en collega’s onderzochten dit door alle deelnemers op verschillende momenten kostenvragenlijsten in te laten vullen. ‘Ze noteerden bijvoorbeeld hoe vaak ze bij de huisarts en andere zorgverleners waren geweest, of ze hadden verzuimd van hun werk, en hoe vaak ze hulp hadden gekregen van mantelzorgers’, vertelt Jansen. ‘Zo hebben we de maatschappelijke kosten in beeld gebracht.’

Groot verschil

Volgens de berekeningen bespaarden de mensen in de experimentele groep over de hele studieperiode gemiddeld per persoon bijna 4.000 euro aan zorgkosten en andere maatschappelijke kosten. Jansen: ‘Deelnemers van de experimentele groep herstelden sneller en bezochten minder vaak de huisarts, verzuimden minder vaak en deden minder vaak een beroep op de mantelzorger.’

Casemanager

Krebber en Jansen zien de stepped-care-aanpak graag zo snel mogelijk ingevoerd worden, het liefst voor alle vormen van kanker. Wel is voor een succesvolle toepassing een vaste contactpersoon onontbeerlijk, benadrukken ze. Die kan de resultaten van de vragenlijsten met de patiënt doorspreken en zo nodig verwijzen naar de juiste zorg. Krebber: ‘Zo’n casemanager bouwt een band met de patiënt op, dat is essentieel.’

ZonMw financierde het onderzoek vanuit het programma Diseasemanagement Chronische Ziekten, dat wordt geleid door Irma Verdonck-de Leeuw.

Tekst: Veronique Huijbregts
Foto: Mark van den Brink