Ga direct naar de inhoud Ga direct naar het hoofdmenu Ga direct naar het zoekveld
 

‘Australiërs werken hard én spelen graag’

Veel wetenschappers werken enige tijd in den vreemde. Wat valt ze daar op? Deze keer: Evelyne de Leeuw, directeur van het Centre for Health Equity Training, Research and Evaluation (CHETRE) in Sydney.

Wat is uw onderzoeksgebied?

‘In 1989 promoveerde ik op de haalbaarheid van de Nota 2000, waarin stond dat alle overheidsbeleid gezondheidsimpact kan hebben. Nu zouden we dat ‘integraal gezondheidsbeleid’ noemen. Mijn belangrijkste bevinding was: dat gaat alleen werken als we het lokaal aanpakken. Zo zette ik mijn eerste stappen in de Healthy Cities-wereld. Inmiddels houd ik me vooral bezig met gelijkheid in gezondheid, een zeer actueel thema.’

Hoe bent u in Australië terechtgekomen?

‘In de jaren negentig heb ik in verschillende landen Schools for Public Health opgezet. Dat was echt werken aan de basis, met innovatieve curricula voor het hoger onderwijs. Naar Shakespeare zei ik: ‘The world is my oyster’ – ik voelde me vrij om overal heen te gaan. Na een klus in Denemarken had ik niet zo’n duidelijke voorkeur. Iemand vroeg me in 2005 op een congres: wil je Head of School worden in Victoria, down under? Een zenmeester had me gezegd: als je iets echt graag wilt, komt het op je pad. Dus toen ben ik gegaan.’

En hoe bevalt het leven daar?

‘Het weer is mooi, de natuur is prachtig en de culturele diversiteit fascinerend. Australiërs werken hard én spelen graag. Naar buiten gaan is echt onderdeel van het leven. Maar er is ook een keerzijde. Nadenken wordt in deze samenleving niet bijster op prijs gesteld; het intellectuele klimaat is vrij armoedig. En Australië is zonder twijfel een racistisch land, met schokkende gezondheidsverschillen als gevolg. In sommige regio’s is de gemiddelde levensverwachting van Aboriginals bijvoorbeeld hooguit vijftig jaar. Daar wat aan doen is een drijfveer om te blijven.’

‘Australië kent schokkende gezondheidsverschillen’

Hoe verschilt de wetenschapsbeoefening in Australië van Nederland?

‘Vaste banen in de wetenschap zijn hier nog zeldzamer dan in Nederland. Het is echt een soort kooigevecht om geld voor gezondheidsonderzoek, en dan weet je: dat winnen de oncologen. Als directeur ben ik vooral bezig met pleitbezorgen en onderhandelen. En ik heb een heel creatieve assistent die fantastisch met geld omgaat. Zo houden we de tent draaiende, maar het is allemaal niet bevorderlijk voor de kwaliteit van de wetenschap. Rustig bouwen aan kennis is lastig.’

Wat steekt u op van de Australiërs?

‘Mensen zijn hier nogal ondernemend. Het is absoluut niet raar om tijdens een vergadering te zeggen: dat willen wij graag voor jullie uitzoeken en dat kost je 15.000 dollar. In Europa gaat dat toch echt anders. We zijn nu bezig met een videobriefing om geld van een liefdadigheidsinstelling te krijgen. Dat gaat om miljoenen. Slim pitchen is leuk werk, op het grensvlak van beleid, praktijk en onderzoek. Je ziet meteen dat je werk ertoe doet.’

Zien we u nog terug in Nederland?

‘In het verleden wilde ik heel graag terug. Nu niet meer. Ik geloof ook niet dat Nederland mij nog wil. Ik heb hier een niche gecreëerd waarin ik me lekker voel. Ik hoef niet te bevechten dat ik voor mijn passie ga: gelijkheid in gezondheid. Maar eerlijk gezegd kijk ik online toch af en toe naar De Wereld Draait Door. In vergelijking met de Australische televisie is dat echt een toonbeeld van nuance en diepgang.’

Tekst: Marc van Bijsterveldt
Foto: Luke Fuda